Het is een gure avond. Regen klettert langs mijn paraplu. Langzaam schuifel ik door een slecht verlicht steegje. In de verte hoor ik een kat miauwen. Halverwege het steegje stop ik voor een verroeste stalen deur. Mijn eindpunt. Ik doe de deur open, hang mijn jas aan de kapstok in de hal en loop door naar een grote donkere ruimte. In het midden van de ruimte zit onder het zwakke licht van een gloeilamp een kring mensen. Ik ga zitten op de voor mij gereserveerde stoel en kijk om me heen. Dan begin ik: “ Mijn naam is Thierry Erkens, en ik ben een trashtalker...”

Ooit, heel lang geleden, was ik een lieve gamer. Op mijn kamertje in mijn ouderlijk huis speelde ik allerlei singleplayer games. Van strategie tot RPG, ik verslond ze allemaal op mijn pa's pc. Maar, ik speelde nooit de bad guy. In spellen zoals Baldur's Gate of Fallout bijvoorbeeld, kon ik het nooit over mijn hart verkrijgen om iets “slechts” te doen. Want dan voelde ik me een naar mens. Soms probeerde ik wel eens de “bad boy” uit te hangen, maar al snel voelde ik me verplicht een eerdere savegame te laden om het door mij veroozaakte leed te doen verdwijnen. En misschien ben ik nog steeds wel een mietje, want toen een tijd geleden tijdens een pers preview van Bioshock Iris mij zat op te jutten “om toch maar eens even die Little Sister helemaal dood te maken” kwam iets van dat oude schuldgevoel terug. Maar, anyways, terug naar vroeger. Op een gegeven moment kregen we Internet. SNEL Internet om precies te zijn. En langzaam maar zeker begon ik af te zakken in de duistere poel van verderf ook wel multiplayer gaming genaamd. De allereerste clan waar ik mij bij voegde was een Belgische Medal of Honor funclan, waarvan bijna alle leden exclusief met singleshot rifles speelden. Die nobele en eerzame speelstijl trok mij wel, en al snel zat ik tot in de late avond uurtjes steeds opnieuw de duitse V-2 basis te bestormen, of shootouts te houden in kleine franse dorpjes. Schelden deed ik nooit, ook niet op onze privé TeamSpeak, want, mijn ouders hadden toch zeker wel een beleefde knaap opgevoed. Daarnaast waren het Belgen, en Belgen zijn nu eenmaal beleefd... En toen ontdekte ik Rainbow Six: Raven Shield Multiplayer... Wederom voegde ik me al snel bij een clan. Dit keer een Britse funclan. En daar begon mijn afdaling naar de Dark Side. De eerste minuten op de TeamSpeak server zetten mijn hele wereld op zijn kop. Engelsen, waarvan ik altijd dacht dat het beleefde en nette mensen waren zoals Belgen, bleken scheldende barbaren te zijn! Argh, de horror! De woorden fuck, cock, asshole, dickmuncher en nobjockey vlogen me om de oren. Toch bleef ik bij de clan en langzaam maar zeker veranderde ook ík in een rancuneuze trashtalker. Er ging geen frag voorbij of ik schold samen met mijn clanleden op een vrolijke manier “ 'ave it cocksucker of eat shit and die cumslut!” En ook als ik werd gedood zei ik dingen die het stempel 18+ benodigden, waarvan “fuck you!” nog wel de meest vriendelijke term was.

Van deze mannen leerde ik dat de kunst van een goed scheldwoord zat in het combineren van woorden. Dick of fuck alleen is namelijk niet genoeg. Elke goede frag moest gepaard gaan met een even goede belediging. Op deze manier leerde ik de creativere vormen van de Engelse scheldkunst. Mijn scheldvocabulair groeide evenredig aan mijn online strijdlustigheid. Nu, hier op de redactie, tijdens de potjes Dead or Alive na werktijd is het niet anders. Hoe minder leven ik nog heb hoe meer ik begin te trashtalken. You want some of this? YOU want a piece of ME!? Ow you BETTER come and get it you bloody ****** roep ik uitdagend tegen mijn Amerikaanse collega van de technische afdeling, die zijn volledige levensbalk nog vol heeft.

En zelfs wanneer ik aan de winnende hand ben blijf ik veel te grof gebekt. “I'm gonna beat you down like a polish hooker in a cumstorm!” Blijk ik verleden week nog gezegd te hebben terwijl ik Hayate aanzette tot een allesvernietigende combo.

En dat is nog het ergste van allemaal. Ik doe het onbewust; het is een gewoonte geworden. Daar waar ik mezelf in het “echte” leven beschouw als een beleefd persoon, verander ik tijdens multiplayer gaming in een galspuiende  aso die de Bond tegen het Vloeken linea recta op de brandstapel zou gooien. Nu zal ik nooit iemand online of offline echt op een persoonlijke of hatelijke manier uitschelden, en ik zal er altijd voor zorgen dat iemand die ik niet “virtueel” of “echt” ken nooit mijn tirades te horen zal krijgen. Maar, het feit blijft dat ik tijdens multiplayer spellen steevast verander in een scheldend monster van Frankenstein. En dat is dan direct ook mijn vraag. Verander jij tijdens online gaming? Ik in ieder geval wel.... Ik ben Thierry Erkens, en ik ben een online trashtalker...