Op dat laatste moeten we eigenlijk wel volmondig ja zeggen (en dat deden we ook al). Via Kickstarter haalden de ontwikkelaars begin januari uiteindelijk 211.371 Britse ponden op. Ruim 60.000 pond boven het bedrag dat opgehaald moest worden. Ook via Steam Greenlight heeft het officieuze vervolg van Dungeon Keeper groen licht gekregen en dus komt er eindelijk een deel drie – als we die rare Chinese MMO Dungeon Keeper Online even buiten beschouwing laten. Dat mensen het leuk vinden is duidelijk, maar of de ontwikkelaars er een eigentijdse game van kunnen maken is nog maar de vraag.

Flashback

Eerst even terug in de tijd. Wat moest je ook alweer doen in Dungeon Keeper? Het is een strategiespel dat je van bovenaf bekijkt en je speelt met de kwaadaardige Dungeon Keeper, waarvan je alleen het handje ziet (dat tevens je muiscursor is). Vanuit de onderwereld ga je aan de slag om de bovenwereld te veroveren op oorlogspad naar volledige wereldheerschappij. Hiervoor moet je de helden in ieder level verslaan en het (letterlijk) kloppende kerkerhart van concurrerende Dungeon Keepers zien te bereiken met je wezen en deze te vernietigen.

Een basis kun je eigenlijk helemaal zelf inrichten. Je hebt een beginpunt en kan vervolgens het level uitgraven en indelen zoals je zelf wil. Het enige waar je door wordt beperkt, zijn de grenzen van het level. Standaard begin je met wat imps die geen eten nodig hebben en ook niet hoeven te slapen. Zij zijn goed voor het uitgraven van het level en verzamelen van goud. Maar om een missie te voltooien heb je meer dan imps nodig.

Nieuwe manschappen kun je niet trainen of maken, maar worden aangetrokken door specifieke kamers die je uit moet graven. De eenheden komen dan uit een portal gekropen. Om een bepaald type krijger aan te trekken, maar ook om ze op hun gemak te stellen, te voeren of goud op te bergen, moet je een bepaald type kamer bouwen. Standaard heb je een hol nodig, een plek waar je leger kan uitrusten en genezen. Ook is bijvoorbeeld een voedingsplek nodig om iedereen eten te geven. Elke kamer trekt bovendien een bepaalde type onderdaan aan. Met een bibliotheek komen er bijvoorbeeld magiërs en dankzij een kerkhof kun je vampiers krijgen.

Om de missie te voltooien, gaat het uiteindelijk om een combinatie van het krijgen van de juiste manschappen, het bouwen van een goed georganiseerde basis en het plaatsen van vallen. Dat klinkt complex, en dat was het de eerste speelbeurt ook, maar al snel heb je door hoe alles werkt en dan heb je een geweldige speeltuin tot je beschikking. De vrijheid was voor die tijd vrij uniek en vooral daardoor is het leuk om te blijven experimenteren en de game eindeloos te spelen.

Terug naar nu

Dat was toen, maar hoe nu verder? Hoe zien de makers van War for the Overworld een vervolg voor zich? Als we alle informatie mogen geloven, en ook de pre-alpha versie die we gespeeld hebben, dan wordt het eigenlijk een mix van Dungeon Keeper deel één en twee. Een regelrechte kopie, om eerlijk te zijn. Je moet dus aan exact dezelfde gameplay denken als hierboven is beschreven. Zelfs de spelmodus Sandbox, naast campaign en multiplayer, zien we terug in de lijst met spelelementen. Qua stijl ziet het spel er ook als deel twee uit (maar dan mooier) en de besturing is tevens een regelrechte trip naar het verleden, inclusief het overnemen van een onderdaan in de eerste persoon.

Enerzijds is dat een goed teken. War for the Overworld wil echt het Dungeon Keeper-gevoel terugbrengen en blijft trouw aan alle goede onderdelen uit het origineel, als we Molyneux mogen geloven in ieder geval. We kunnen ook niet zeggen dat we veel goede varianten op Dungeon Keeper hebben gezien de afgelopen veertien jaar (Dugeons was maar matig bijvoorbeeld) en we zijn wel weer eens toe aan een originele strategiegame. Als het lukt om alle gameplay-elementen goed te implementeren, heb je al een topgame in handen.

Maar daarin schuilt dus het gevaar en we weten nog niet of we er alle vertrouwen in hebben. Dungeon Keeper is zoals gezegd een complexe game. Alles hangt af van de levelbouw, balans en de juiste hoeveelheid vrijheid. De ontwikkelaars van War for the Overworld weten dat natuurlijk als geen ander en hebben in ieder geval de ambitie om hun favoriete game te evenaren. Twee ton is een smak geld, maar voor de ontwikkeling van een game natuurlijk geen enorm budget. De vraag is of een klein team daarmee een volwaardig vervolg kan neerzetten.

Eigentijdse stijl

Met een goede kopie zijn de makers van War for the Overworld er echter nog niet. Het is belangrijk om de game een eigentijds gevoel te geven. We doelen daarmee niet zozeer op het moderniseren van de gameplay-elementen. We zien natuurlijk graag nieuwe dingen in de game en hopen ook dat de makers verder gaan dan een regelrechte kopie. Nu wijst nog bijna niks daarop, maar we zitten dan ook nog vroeg in het ontwikkeltraject en er kan nog van alles gebeuren.

Waar we wel op doelen is de stijl, sfeer en toon van Dungeon Keeper. Humor is een belangrijk onderdeel in de oorspronkelijke games en wordt volop ondersteund door het design van de wereld en onderdanen, de stemacteurs en absurdistische elementen. Het spel neemt zichzelf niet zo serieus en is mede daarom zo sympathiek en blijft leuk. Humor is moeilijk te kopiëren, helemaal omdat het eigenlijk iets hedendaags moet hebben. We hopen dat dan ook in War for the Overworld terug te vinden, maar dat is moeilijk in te schatten. De vertelstem van The Mentor is hoogstwaarschijnlijk die van Richard Rider. De man die ook Dungeon Keeper één en twee heeft ingesproken. Wat dat betreft alweer een dik pluspunt.

De Kickstarters hebben er in ieder geval vertrouwen in dat het een waardige opvolger van Dungeon Keeper 2 gaat worden. En met de goedkeuring van Peter Molyneux kunnen we eigenlijk niet anders dan hopen op een geweldige reïncarnatie van dit spel. De ontwikkelaars tonen in ieder geval aan dat ze goed hebben gekeken naar het origineel en met een moderne kopie daarvan zijn ze al een heel eind. Wij hopen echter op net dat beetje meer waardoor War for the Overworld geen geschiedenislesje wordt.