Nu kun je misschien denken dat dit een overdreven reactie is, maar niets is minder waar. Van de huidige strategische oorlogsspelletjes en tactische turn-based games, is Rome een van de grondleggers. Nog nooit eerder kon je als gamer je rijk tot in de puntjes besturen. Het ene moment liet je steden belasting betalen en vocht je voor een plek in de senaat, terwijl je in je volgende beurt alweer een groep legionairs een stad liet innemen en vocht voor iedere straathoek.

Natuurlijk hadden we niet veel eerder al Shogun: Total War en Medieval: Total War gespeeld, maar Rome ging nog net een stapje verder. De engine toonde dit keer 3D-eenheden en bracht ons memorabele varianten, zoals de nog altijd indrukwekkende War Elephant. Daarnaast mocht je deze keer daadwerkelijk steden binnenvallen en kreeg je veel meer vrijheid op de campagne-kaart. Dat er nu nog steeds Total War-spelers deze game spelen, zegt waarschijnlijk al voldoende, gezien de niet geringe kwaliteit van latere Total War-games.

Maar genoeg over Rome: Total War. We leven in 2012 en we weten dat we volgend jaar eindelijk voor een tweede maal aan de slag kunnen met ooit het machtigste rijk op aarde. De game werd vanuit het niets aangekondigd en info is nog schaars, maar wat we weten zal menig fan ongetwijfeld een beetje laten kwijlen. De filmische trailer laat nog weinig los, al geeft het wel een perfect beeld van de verschillende manieren waarop je kunt sterven in Rome. Interessanter wordt het wanneer je hier en daar gaat zoeken naar informatie, want daaruit blijkt al gauw dat Rome 2 zoveel meer wordt dan alleen maar een RTS.

 

Zo wordt het in Rome 2 bijvoorbeeld mogelijk om tijdens ieder willekeurig gevecht over de schouder mee te kijken van een individuele soldaat. Niet langer sta je als generaal boven je troepen, maar strijd je zij aan zij, tot de laatste man. We hebben het zelf nog niet mogen aanschouwen, maar we kunnen ons wel een beetje indenken hoe het is om tussen die duizenden eenheden te staan terwijl we proberen met een enterhaak over de muren van een fort te klimmen. Dit terwijl er ondertussen honderden pijlen over de muur heen vliegen en overal gevallen kameraden naar beneden storten. We krijgen nu al kippenvel. Als we vervolgens ook nog te weten komen dat je straks ook veel verder uit kunt zoomen en je groepen eenheden als symbolen ziet (een beetje zoals Supreme Commander), dan weten we dat het straks in ieder geval totale controle krijgen en Rome kunnen spelen zoals we dat helemaal zelf willen.

Het schip in en uit

Een ander onderdeel, eentje waar we eigenlijk al sinds Empire: Total War op wachten, maakt eindelijk zijn intrede: de combinatie van schepen en infanterie in één gevecht. In Rome 2 wordt het dan toch echt mogelijk om op hetzelfde moment schepen te laten aanvallen of een kustlanding uit te voeren, terwijl je ergens anders landtroepen aanvoert. Het wordt een indrukwekkend gezicht om straks met tientallen boten een havenplaats binnen te vallen, vervolgens een landing uit te voeren en met je landtroepen de complete stad in te nemen. Daarnaast krijg je ook de mogelijkheid om schepen binnen te muren van een stad te plaatsen en ze vervolgens te gebruiken als verdediging.

Rome 2 belooft in vele opzichten een stuk grootser te worden dan Rome en alle andere Total War-games. De game laat oorlog op een compleet nieuwe schaal aan gamers zien, waarbij je moeiteloos wisselt tussen één en tienduizenden manschappen. En niet alleen de hoeveelheid manschappen zorgen daarvoor, ook de manier waarop de gevechten verlopen zorgen voor het gevoel van schaalvergroting. Een slag om een stad te veroveren kan in Rome 2 bestaan uit meerdere gevechten waarbij je bijvoorbeeld begint buiten de muren en je eerst moet zorgen dat je binnengeraakt. Pas in een nieuwe veldslag betreed je de binnenmuren en ga je verder in je zegetocht.

Rome 2 belooft een geweldige ervaring te worden waar de fans eigenlijk al jaren stiekem op hoopten. De game heeft het zelfs in zich om in sommige opzichten het RTS-genre weer te herdefiniëren als de gevechten echt op deze immense schaal gaan plaatsvinden. Maar voor we deze conclusies daadwerkelijk gaan trekken, willen we de game natuurlijk wel eerst even spelen. Vol verwachting klopt ons hart.