Allereerst, vergeet de naam Test Drive, want het spel heeft niet bijster veel te maken met deze gameserie. Zo wordt de vrijheid en de vrije missiestructuur die Test Drive: Unlimited introduceerde, volledig overboord gegooid. Evenals het gevarieerde aanbod aan exotische auto’s en locaties. Test Drive: Ferrari Legends maakt dit goed met Ferrari’s, veel Ferrari’s. De licentie maakt het mogelijk dat vrijwel alle auto’s en klassieke circuits in het spel zijn te bewonderen. Dus de klassieke 125 S uit 1947 is aanwezig, evenals de Italia Monoposto uit 2011. Ook parkoersen zijn in zowel de oude als huidige staat uit te proberen. Een warm bad voor de Ferrari-liefhebber.

Historische modus

De campaign is het centrale gedeelte van het spel en is onderverdeeld in drie tijdsperioden. De klassieke begintijd van het automerk, de ontwikkelingen rond de jaren zeventig en het moderne Ferrari van nu. Na het starten van een periode rolt zich een lijst uit van ‘missies’. Aan de hand van de historie werk je missie na missie af en race je op de verschillende circuits die belangrijk zijn geweest voor de geschiedenis van Ferrari. Elke missie heeft een andere uitdaging. Zo moet je de ene keer een ronde onder een bepaalde tijd rijden, de volgende keer in de top 3 eindigen en de keer daarna wordt er van je verwacht dat je alle auto’s in inhaalt voordat de race afgelopen is.

Het eerste dat echter opvalt, is dat deze campaign-modus niet sterk gepresenteerd wordt. Het navigeren door statische menu’s is wat traditioneel, maar tegelijkertijd niet compleet onoverkomelijk. Een grotere teleurstelling is dat de zeer interessante historie van het automerk enorm karig verwerkt is. Een stem vertelt in twee zinnen wat de opdracht is en een verdere toelichting met historische feitjes wordt middels een lap tekst medegedeeld tijdens het laden van de race. Aan de start van de race wordt met enkele sepiabeelden vervolgens nog wel gepoogd de sfeer op te wekken van de jaren vijftig, maar dit effect vervaagt zodra de strijd echt begint.

De game mist daardoor veel sfeer. De auto’s zien er wel juist uit, de motors grommen wel oké en ook de dashboards zijn wel goed overgezet; maar toch weet het geheel geen indruk te maken. De flair van Ferrari, de Italiaanse passie, het dolce vita; het zijn zaken die binnen een dergelijke game op de voorgrond zouden moeten staan, maar dit nu totaal niet doen. Het is daardoor alsof de cappuccino in het juiste porselein wordt ingeschonken, maar geserveerd wordt door een verveelde ober op een inspiratieloos terrasje.

Schade! Schade! Geen schade

Het spel geeft de speler de optie om het gevoel van de auto’s naar eigen inzicht aan te passen. Wanneer je het Driver Model naar de moeilijkste stand gooit, dan slippen de auto’s als curlingschijven op een net geveegde baan. Wanneer de laagste stand wordt ingesteld, blijven de auto’s als treinen op het spoor. Daarnaast kan er ook gebruik gemaakt worden van inverted gearing. Met deze optie schakelt de auto automatisch terug voordat er een bocht aankomt. Het is een handige optie voor zowel de luiere als beginnend racer. Zeker gezien het, net als in het echt, niet geoorloofd is om van de baan af te wijken. Kleine stukjes afsnijden, al gebeurt dat per ongeluk, wordt gelijk bestraft met een waarschuwing.

Waar je echter niet bang voor hoeft te zijn is om je Ferrari in de prak te rijden. Er zit namelijk geen echt schademodel in de game. Vaak is het de autoproducent die niet graag ziet dat zijn auto’s onherkenbaar worden gesloopt, maar met bijna tweehonderd kilometer per uur tegen een boom aanrijden en vervolgens verder kachelen alsof er niets gebeurd is, past gewoon niet meer bij deze tijd. Het haalt het realisme van de waarheidsgetrouwe automodellen en parkoersen compleet onderuit.

Wat overblijft is een spel dat in de makkelijke modus aanvoelt als een relaxed ritje op zondagmiddag langs een wat saai landschap. Een insteek die niet past bij een Ferrari-game. In de moeilijkere modus biedt de game veel meer uitdaging, maar ligt de frustratie van het falen van de race in de vijfde van de zes laps wel heel erg nadrukkelijk op de loer. De steile leercurve kan interessant zijn, mits deze eerlijk blijft en genoeg beloning biedt. Het is de vraag of het spel dit kan waarmaken. Er is dan wel een vrij complete lijst met Ferrari’s en bijbehorende parkoersen, maar dit is waarschijnlijk niet genoeg om minder fanatieke Ferrari-liefhebbers te overtuigen om verder te spelen.

Museumbezoek

Grafisch gezien laat Test Drive: Ferrari Legends geen bijzondere indruk achter. De game speelt vrij soepel weg, zonder noemenswaardige vertragingen of haperingen. Het publiek langs de banen ziet er opvallend goed uit, terwijl de vele bomen die langs de banen prijken, enorm kartelig ogen. Het is te hopen dat dit de uiteindelijke versie wordt opgelost. Evenals de pop-up die nog redelijk vaak aanwezig is. De multiplayer die online met maximaal zeven anderen samen te spelen is, kon nog niet worden uitgetest.

De game heeft tot op heden een vrij klinisch gevoel. Niet ziekenhuisklinisch, maar klinisch als een museum dat een rijk onderwerp over wil brengen met wat vergeelde plaatjes en droge teksten. Een museum dat nog niet is toegetreden tot de 21ste eeuw en de aandacht van de bezoeker daardoor niet helemaal weet vast te houden. Voor de liefhebbers is er in dat ene hoekje links van de uitgang vast nog wel een leuk detail te vinden dat het bezoek het waard maakt, maar casual bezoekers zullen zich al snel verveeld voelen. Het is afwachten wat de uiteindelijke versie van Test Drive: Ferrari Legends weet te bieden. Hopelijk een iets modernere versie van de historie.