Het logo alleen al zou de doorgewinterde Ridge Racer-fanaat met een fobie voor verandering doen huiveren. Hoekige, bijna schreeuwerige letters met een groene overloop. Unbounded komt je tegemoet, pas later zie je dat er wat kleiner ook nog Ridge Racer boven staat. Wie dankzij dat logo vermoedt dat de volgende Ridge Racer wel eens anders zou kunnen zijn dan we gewend zijn, krijgt dus gelijk. Of je dat nou wilt of niet.

Bugbear

De tweede hint daarvoor krijg je als je hoort welke studio deze game maakt. Nooit eerder gaf Namco Bandai haar snelle kindje uit handen, maar dit keer is het onder de zorgzame vleugel van Bugbear Entertainment geplaatst. Een Westerse studio (Finland) nota bene! En hier doen wij de dingen nou eenmaal wat anders dan in Japan. Onberispelijk omgevingen? Weg ermee. Enthousiaste stemmen die ons aanmoedigen? Ach joh, dat stamt toch uit de jaren negentig. En waarom blijven die auto’s altijd zo netjes na een botsing? Onzin! We horen het de mensen van Bugbear denken. En het is pas als we beseffen dat deze studio voorheen verantwoordelijk was voor het woeste spektakelstuk FlatOut dat we echt weten waar alle veranderingen vandaan komen. Want geloof ons, veranderingen zullen er zijn.

Ridge Racer: Unbounded draait niet om het rijden van de ene Grand Prix na de andere. Sterker nog, het draait niet eens zozeer om snelheid. Punten zijn hier belangrijk. Als eerste finishen doet er toe. En het toebrengen van zoveel mogelijk schade, aan de omgeving of aan de auto’s van je medespelers. Zodra de ontwikkelaars van de game hun presentatie voor ons starten, richten ze de camera op het vernuftig in beeld gebrachte scoringssysteem. Jouw punten worden nu op muren of in bochten op de grond geprojecteerd – dynamisch, dus drift door een bocht heen en je ziet je score als een razende omhoog schieten. Maar ons valt wat anders op. Het uiterlijk van de game. Met auto’s die er woest uitziet, gemene stalen driehoeken op hun bumpers gemonteerd hebben en daarmee eerder uit een stoere modellijn van Hotwheels lijken te komen, dan uit een Ridge Racer game. Maar genoeg over die vergelijking, dat mag ondertussen wel duidelijk zijn.

Rammen, beuken, slopen

Als de race eenmaal losgaat wordt duidelijk waar deze game het van moet hebben. De auto rijdt onder een brug door die steunt op tientallen pilaren. Binnen een minuut maakt de ontwikkelaar achter het stuur daar ‘steunde’ van. Want loeizwaar beton of niet, deze Unbounded auto laat zich er niet door tegenhouden en raust er volgas doorheen. Oeps, links nog even een tegenstander in de muur gedrukt, laat de slow motion-modus zien. O jee, achter ons een vijandelijk voiture met z’n zijdeur in een van de pilaren laten crashen – reden genoeg voor de slow motion om weer van zich te laten horen. De verzamelde pers mompelt BurnOut en denkt Split/Second. Ontwikkelaar Bugbear weet dat ook, maar doet aan mentale schouderophaling. Boeiend, zolang het maar tof is.

En daar heeft Bugbear eigenlijk wel een punt. Vooral als er niet veel later genoeg zogenoemde Destruction Power verzameld is met driften en slipstreamen om dwars door een gebouw te rijden voor een indrukwekkende shortcut. Dat mag blijkbaar een paar kantoorruimten, tientallen ramen en een voorheen mooie gevel kosten. Terwijl het originele Ridge Racer zich omdraait in z’n graf, lachen wij er smakelijk om. De een zijn dood…

Unbounded

En als laatste is er nog de naam: Unbounded. Zonder grenzen, ongelimiteerd, legt het woordenboek uit. En dat is niet alleen omdat deze game lak heeft aan de grenzen die de voorlopers in deze franchise dicteren. Unbounded gaat in dit geval ook over iets dat ontwikkelaar Bugbear nog niet wil bevestigen, maar waar ze wel sterk naar hinten. Zo sterk dat wij best de eersten willen zijn die (on)officieel bevestigen: deze game krijgt user-generated content. Het filterdunne achtergrondverhaaltje vertelt over Shadow Bay en haar racende gangs. Maar het gaat niet bij Shadow Bay blijven, niet als jullie zelf nog eens een hoop circuits in elkaar flansen om elkaar op kapot te rijden. Hoe dat precies in z’n werk gaat? Geen idee, maar het wordt in ieder geval hard, destructief en (mogen we het nog een keer zeggen?) anders.