De game draait namelijk net zo goed op de PlayStation 3 en Xbox 360. Natuurlijk wordt er hier en daar wat aan grafische mogelijkheden ingeleverd, maar het detailniveau is nog altijd ongekend. In kleine binnenomgevingen is alles met enorm veel zorg aangekleed. Op tafeltjes staan bijvoorbeeld flesjes die omver rollen als vijanden er tegenaan lopen, kapot kunnen vallen of spectaculair aan gort kunnen worden geknald. In-game flesjes lijken niet zo bijzonder, maar het zijn dit soort kleine touches die ervoor zorgen dat Rage boven het niveau van gangetje-gangetje-shooter uitstijgt.

Want hoewel er genoeg open omgevingen zijn, zul je toch meer dan eens in nauwe gangen gevechten moeten beslechten. Het is een vertrouwd recept dat gelukkig nimmer verveelt door het eigenzinnige wapenarsenaal dat de game heeft te bieden. Denk aan een soort vlijmscherpe boemerang waarmee vijanden chirurgisch uiteen kunnen worden gereten en een handpistool waar een wekpotje dienst doet als scope. Deze eigenzinnigheid wordt ook doorgezet bij de wat conventionelere wapens. Een shotgun heeft een flink magazijn en het mechanische herladen nadat je een mutant doormidden hebt geblazen, is keer op keer een beloning. Daarbovenop zorgt de wat roestkleurige afwerking voor het postapocalyptische tintje.

Niet dat postapocalyptisch in Rage gelijkstaat aan bruinkleurig, zoals bij veel andere games wel het geval is. Nee, Rage is bij tijd en wijle zelfs erg uitbundig: sommige muurschilderingen zien eruit alsof Jackson Pollock zijn eigen darmen tegen de muren heeft gekwakt en zijn zoontje er met wat acrylkrijtjes overheen heeft laten kliederen. Zo kwamen we terecht in een verziekte spelshow waar in afgesloten arena’s met dodelijke vallen flink wat (domme) mutanten moesten worden geslacht, om zo geld te verdienen. Geen gang of ruimte is hetzelfde. Daarnaast zorgen de felle, gekleurde lichten in combinatie met de verontrustende muurschilderingen en een overenthousiaste, doch sadistische voice-over ervoor dat je het gevoel krijgt op een verziekte kermis te zijn beland waar je jezelf uit moet zien te knallen.

Rage with the machines

Open omgevingen zijn ook iets waar de id Tech 5-engine zich in bekwaamt. Door nieuwe technologische foefjes is het mogelijk om eenvoudig grote omgevingen te genereren. Voor zover het eenvoudig is om een open wereld-game te ontwikkelen, natuurlijk. Binnen deze open wereld is het mogelijk om voertuigen te pakken en daar lekker mee te crossen. Er zijn bovendien de nodige uitdagingen in het leven geroepen waarmee ook wat geld binnengehaald kan worden. De voertuigen besturen lekker arcade: geen moeilijk gedoe met een ellenlange remweg of sloom optrekken, gewoon gassen en gaan.

Al even gemakkelijk is het om eigen gadgets in elkaar te knutselen. Speur simpelweg omgevingen af naar bruikbare materialen en bouw op die manier bijvoorbeeld gadgets die deuren kunnen hacken. Later in het spel worden de mogelijkheden uitgebreider en complexer. Zo is het op een gegeven moment zelfs mogelijk om je eigen robotbuddies te bouwen die je tijdens gevechten mooi bij kunnen staan. Weer die eigenzinnigheid van Rage.

Eigenlijk moet er wel iets heel vreemds gebeuren, wil Rage geen topgame worden. Het ziet er fantastisch uit, het loopt allemaal ontzettend soepel, het wapenarsenaal is uitgebreid en uniek en de game kent de nodige features die het geheel tot een prachtig totaalpakket maakt. Nu al.