Een nieuw celblok bouwen voor onze clownkannibaal vraagt behoorlijk wat planning in Prison Architect. Voor dat we aan de slag gaan tekenen we uit hoe het complex er uit gaat zien. Het minimum van een ruimte van twee bij drie meter per cel, een wc en een bed lijkt ons voldoende. We zouden de cel wat groter kunnen maken en een televisie installeren, maar de zwaarst beveiligde sectie van onze eigen San Quentin moet natuurlijk geen hotel worden.

We leggen met een muisklik de fundamenten en zien de acht aannemers die we in dienst hebben al richting de bouwplaats rennen. Zodra de muren staan kunnen we de kamers als cellen aanmerken. Hele vrachtladingen aan celdeuren, bedden, lampen, bedden en toiletten worden door de constructiewerkers naar de nieuwe vleugel gesleept. Nog even de waterleidingen leggen, de elektriciteit aansluiten en voilà: de cel is klaar voor Henry.

Vlam in de pan

Samen met acht nieuwe gevangenen die vandaag binnen zijn gekomen trekt Henry in het cellencomplex dat we hebben aangewezen als ‘maximum security’. Vol afwachting kijken we hoe de kersverse bajesklanten en Henry hun nieuwe thuis bevalt. Ze vinden het verschrikkelijk. De gevangenen balen zo erg dat onze chef bewaking zich ernstige zorgen maakt: op een gevangenisrel zit niemand te wachten. Een oorverdovend kabaal van metalen drinkbekers tegen ijzeren gevangenistralies klinkt door de gangen en de spanning is om te snijden. We beginnen te beseffen dat het runnen van een gevangenis iets heel anders is dan het gemoedelijk vermaken van pretparkbezoekers. Snel sturen we alle beschikbare bewakers naar Celblok B. Als er de komende nacht iets gebeurt, zien de ordehandhavers het direct en kunnen ze gelijk ingrijpen. Het blijft rustig, gelukkig.

Tot de volgende ochtend. Als alle gevangen netjes volgens het dagschema om tien uur gaan eten in de kantine, slaat de vlam in de pan. Het ene moment zijn Henry en co nog licht geïrriteerd aan het kauwen, het volgende moment slaan vijf gevangen wild om zich heen met vlijmscherp bestek. Bewakers zijn onderweg, maar voordat zij de boel onder controle hebben, liggen tafels aan stukken, is een deur uit zijn voegen getrokken en heeft Jimmy de autodief een medegevangene bewerkt met een boormachine. Wacht even. Hoe komt Jimmy nou weer aan een boormachine? Zou hij stiekem in de voorraadkamer zijn geslopen toen de bewakers de vorige avond het nieuwe celblok in de gaten hielden? We hebben geen idee, maar dit mag niet nog eens gebeuren.

Voorkomen is beter dan genezen

We zetten de chef bewaking aan het werk. We willen vergunningen voor oproerpolitie, camera’s en de mogelijkheid om smokkelwaar in de gaten te houden. We hebben toch geld, dus doe er gelijk maar wat tasers bij, alstublieft. Terwijl we wachten tot de chef zich door de tech tree heen heeft geworsteld, zetten we op strategische plekken metaaldetectors neer. We hebben uiteraard het volste vertrouwen in de medemens, maar een lepel meenemen naar je cel kunnen we niet goedkeuren. Voor je het weet graaft iemand zich een weg naar de vrijheid en dat is reputatieschade die we niet kunnen gebruiken. Eén ontsnapping en de waarde van onze prachtige gevangenis keldert.

We kijken hoe het met Henry gaat. Tijdens het opstootje in de kantine was hij een van de relschoppers en de bewakers hebben hem flink onder handen genomen. Na een paar uur in de isolatiecel en een bezoek aan de medische afdeling ligt de beste man te niksen op zijn bed. Het zet ons aan het denken. We kunnen mooi de zwaarst mogelijke beveiliging inzetten, maar we kunnen nooit helemaal voorkomen dat er iemand in elkaar wordt getimmerd. We laten de oproerpolitie voor wat het is en zetten een speciaal gedragstherapieprogramma op in samenwerking met de gevangenispsychiater. Henry doet mee, als een van de eersten.

Letterlijke vlam in de pan

De komende dagen blijft het relatief rustig, op wat kleine incidenten na. We houden de situatie nauwlettend in de gaten, op zoek naar een fragiele balans tussen de vrijheid voor de gevangen om te revalideren en de noodzaak om boormachine-gerelateerde incidenten te voorkomen. Het liefst zouden we een uitgebreid cameranetwerk installeren, maar het geld is zo goed als op. De dagelijkse subsidie per gevangene houdt niet over en de grote voorschotten die we kregen om de gevangenis te bouwen zijn al lang verbruikt.

Als we nou eens onze brave burgers in spe gaan inzetten als gratis arbeiders? Je zou het slavernij kunnen noemen, maar we moeten ergens kapitaal vandaan halen. Trouwens, wat is er mis met een eerlijke dag werk? We bouwen een kleine werkplaats en beginnen gevangenen te trainen. Met dollartekens in de ogen tellen we de dagen voordat de eerste nummerplaten gedrukt worden. Zolang er geen grote rampen plaatsvinden hebben we binnenkort vast genoeg verdiend om dat hypermoderne camerasysteem te implementeren.

Op dag 28 gaat het verschrikkelijk mis. Geen gevangenisrel of een ontsnapping, maar een ramp die we van ver aan konden zien komen: brand in de keuken. Ook al hadden we de opdracht gegeven om een sprinkler boven de fornuizen te installeren, hebben de aannemers dat om onverklaarbare redenen nooit gedaan. Verslagen kijken we toe hoe een vuurzee zich verspreidt door de gevangenis. We bellen de brandweer, maar ze kunnen niet voorkomen dat Celblok B volledig in de as wordt gelegd. Los van de torenhoge kosten om de schade te repareren, moeten we meerdere doden betreuren. Onder hen de werkopzichter, twee bewakers en – onze ogen beginnen te prikken – onze favoriete kannibaal Henry.

Met een brok in de keel verkopen we wat er over is van de mislukte penitentiaire inrichting en beginnen opnieuw.