Wat die taxi kan, kan ik ook. Na een ritje met 150 kilometer per uur over de Duitse Autobahn, tikte ik in de nieuwste Need for Speed game Need for Speed Pro Street de 270 kilometer per uur aan. Want snel is Need for Speed Pro Street zeker. En na een speelsessie met één circuit plus een uitgebreide uitleg over de mogelijkheden van de game, lijkt de nieuwste versie in de populaire gamereeks ook best goed te worden.

De naam Need for Speed Pro Street klinkt een beetje nep. Zo van: “we hadden de straatcultuur uit de vorige delen, maar doen het nu écht goed met een Pro-versie”. Alsof de nieuwste Rocky-film Rocky VII: Super Boxing heet. Hoe afgezaagd de titel ontleed dan ook is, het is wel de nieuwe weg die Electronic Arts inslaat met de Need for Speed-reeks. Het Vancouver-team heeft de straatracecultuur onder de loep genomen en geconcludeerd dat het hele Fast and the Furious-achtige illegale straatracen passé is. In termen van EA: minder visueel, meer perfomance. Dit heeft als gevolg dat Need for Speed Pro Street meer dan ooit ook realistische trekjes heeft en zich vanaf de roze gepimpte Nissan'tjes naar de ruwe, zwaar opgevoerde wagens verlegt.

Allereerst is opmerkelijk dat na één deeltje nacht, de dag weer terug is in Need for Speed Pro Street. In het gespeelde level kregen we de kans tussen de bergen van het Noord-Amerikaanse Nevada door te scheuren. De hitte in de droge, dorre omgeving was voelbaar en met de hoge snelheden en mogelijkheid tot ver vooruit kijken, werd zonder moeite dat oude, vertrouwde Need for Speed-gevoel opgeroepen. De rijbaan op dit circuit was vrij breed en de bochten waren flauw en nauwelijks aanwezig, waardoor dit parkoers meer ruimte bood voor het snelle, betere gaswerk. Topsnelheden van 250 tot 300 kilometer per uur waren meer regel dan uitzondering: heerlijk. Een niet gespeeld, maar wel getoond level in de Japanse haven liet echter een andere kant van de game zien, met scherpe bochten en veel variatie in het circuit. De mix tussen scheuren en sturen ziet er vooralsnog veelbelovend uit.

Het zijn echter niet de parkoersen die Need for Speed Pro Street een andere game dan de jaren hiervoor maken. Dit zit hem in de focus op de binnenkant in plaats van de buitenkant van de wagen. Natuurlijk kun je nog steeds naar hartelust met de Autosculp-opties je auto tot in het uiterste detail pimpen. Maar er is meer. En dit meer is een haast simulatie opgezette mogelijkheid tot het verbeteren van de binnenkant van je wagen. Je krijgt gaandeweg je carrière, waarin je weer de beste van iedereen moet worden, de mogelijkheid om allerlei onderdelen aan te passen. En in tegenstelling tot het puur kopen van een pakket, kun je er hierbij voor kiezen om zelf aan het autoklussen te gaan. Let hierbij op de 'kun je er voor kiezen', want het hoeft nog steeds allemaal niet. EA is niet zo stom de mainstream gamer die puur het gaspedaal in wil drukken aan de kant te zetten en biedt nog steeds de optie om simpelweg een pakket 'betere motor' of 'meer grip op de weg' aan te schaffen. Maar wil je meer, dan kan dat. Als voorbeeld werd de spoiler op de auto genoemd, een eigenschap waar we bij Forza Motorsport 2 nog extra nadruk op gelegd hebben middels deze video, die je bij kunt stellen meer voor downforce.

De tweede grote verbetering is de toevoeging van een schademodel. Jawel, je hoort het goed: er zit een schademodel in Need for Speed Pro Street. En nog een vrij aardige ook, getuige een flinke beuk en stoeipartij. Het schademodel is in zoverre uitgewerkt dat iedere botsing met een object uit de omgeving een andere impact heeft, afhankelijk van de snelheid waarmee je botst en de plek van de auto die geraakt wordt. Tik je zachtjes met de voorkant van de auto tegen een betonnen zijwal aan dan vormen zich in eerste instantie alleen wat krassen en is de grill licht ingedeukt.

Beuk je daarentegen met 100 kilometer per uur zijwaarts tegen een boom, dan is de kans groot dat de voorbumper aan de kant waar je geraakt bent over de grond gaat slepen of er zelfs helemaal af valt. De toevoeging van een schademodel heeft gevolgen voor de manier waarop je racet, want met teveel schade houdt je wagen er mee op en is het 'game over'. De hoeveelheid schade wordt middels de gradaties 'light', 'medium' en 'heavy' in een metertje op de HUD getoond.

In hetzelfde metertje op de HUD vind je ook welke rijdhulpmiddelen je aan hebt staan. Wederom een frons van verbazing, rijdhulpmiddelen in Need for Speed? Ja, Need for Speed Pro Street is zo moeilijk te maken als je zelf wilt. Zonder ABS is het bijvoorbeeld verdomde lastig remmen en zul je meer dan eens tegen de vangrail eindigen. EA ziet Need for Speed Pro Street dan ook als een game in 'lagen': afhankelijk van de manier waarop je het spel wilt spelen kun je kiezen voor rijdhulpmiddelen of het kopen van gehele pakketen in plaats van het afstellen van aparte onderdelen.

De gamemodes in Pro Street zijn grotendeels gelijk gebleven. Je kunt nog steeds Driften en Draggen en uiteraard ook gewoon een potje tegen elkaar racen. Een leuke toevoeging is de Speed Challenge mode die we in het demolevel uitprobeerden. In de modes gaat het met name om loei en loeihard scheuren. De circuits zijn zo'n 25 kilometer lang, kennen weinig bochten en de snelheden liggen ruim boven de 250 kilometer per uur. Afgaande op de speelsessie een prima mode voor het snelle, hersenloze racewerk.

Gelukkig kent Need for Speed Pro Street dit jaar ook een uitgebreide online mode. Hoewel men de lippen nog ietwat op elkaar hield, in augustus en september krijgen we hier meer over te horen, werd al wel verteld over de Blueprint-optie. De Blueprint, of blauwdruk in het Nederlands, geeft je de mogelijkheid je afstelling van je auto uit te wisselen met je vrienden. Wanneer iemand vervolgens met jouw Blueprint online een goede tijd neerzet of op een andere manier zijn sporen verdient, wordt jij als leverancier van de Blueprint ook beloond en stijg je bijvoorbeeld ook op de ranglijsten of krijg je in het geval van de Xbox 360-versie bepaalde Achievements.

De next-gen consoles zijn dit jaar de platformen waarmee Need for Speed Pro Street in gedachten voor ontwikkeld wordt. De game is echter eveneens speelbaar op de PlayStation 2. En dan niet in zo'n half bakken versie die twee hoog achter ontwikkeld wordt, maar een volledige variant die (bijna) alle eigenschappen van de next-gen versie kent. De grootste verbeteringen zijn ook in de PlayStation 2-versie doorgevoerd, alleen is het op de next-gen consoles stukken mooier en is er net dat beetje meer mogelijk.

Pro Street wordt namelijk ook grafisch best een indrukwekkende game. Eén van de grafische verbeteringen, naast het schademodel, is de toevoeging van rook en bandensporen op de baan als gevolg van de enorme paardenkracht van de auto's. De rook geeft dat vieze, gore racegevoel weer en wordt op schöne wijze tentoongesteld met 'wolkjes' die realistisch verdwijnen nadat ze verschenen zijn. Hetzelfde geldt voor de bandensporen, die ook na heftig heen en weer racen nog steeds in de baan gegriefd staan.

Na een korte kennismaking met Need for Speed Pro Street ben ik best enthousiast geworden. De game kent meer diepgang door de verschuiving van visueel naar performance en de graphics zijn opgepoetst naar next-gen niveau met leuke extra's als realistische rook en verre kijkmogelijkheden. Ook de (eindelijke) toevoeging van een schademodel doet de game goed. Wat er online allemaal te beleven valt is nog even af te wachten, maar los van dit alles lijkt Electronic Arts weer een prima in elkaar zittende Need for Speed-game af te leveren.