De Olympische videogames van Mario & Sonic zijn een daverend succes. De critici mochten dan niet steil achteroverslaan van de indrukwekkende gameplay en verfrissende ideeën van de eerste twee edities, maar met een totaal aan 19 miljoen verkochte exemplaren hebben veel mensen er in ieder geval plezier aan beleefd. Inmiddels is het voor SEGA tijd om alweer het derde deels in de reeks te laten zien aan de pers, waarvoor het een mooi plekje in het London Tower-complex heeft gereserveerd. Na wat verplichte praatjes over miljoenen bezoekers, sportanekdotes van medaillewinnaars en een bezoek van een nep-Queen Elisabeth, komen de twee versies van Mario & Sonic op de Olympische Spelen - Londen 2012 dan toch aan bod.

Het paardensportonderdeel in de Wii-game slaat de spijker op zijn kop. Op de een of andere manier lijkt dit de juiste mix van serieuze sportbeoefening en jolige videogame-ongein. Er is iets met het beeld van een beroemd loodgietertje dat op een paard over obstakels springt wat ervoor zorgt dat we het niet van ons netvlies kunnen krijgen. De Wii-afstandsbediening houd je met beide handen voor je lichaam om teugels na te bootsen. Op en neer bewegen is goed voor een sprintje; in de bochten kantel je de Wii-afstandsbediening om bij te sturen.

Kanovaren is vooral leuk met zijn tweeën. Misschien is het ‘plaatsnemen achter de andere speler’ van de producer tijdens de presentatie iets te enthousiast, maar met de Wii-afstandsbediening ritmisch naast je lichaam peddelen heeft zeker de charme waarmee we de leukste Wii-games zo graag typeren. Bij een potje badminton gaat het vooral om samenspel – een ideaal onderdeel om twee tegen twee te spelen. Toch was badminton iets minder spannend dan gehoopt, maar misschien komt dat omdat er duidelijk nog wat zaken uitgewerkt moeten worden, zoals een haperende smash-animitie. Andere onderdelen die niet getoond werden, maar wel een plekje krijgen in het uiteindelijke aanbod zijn onder meer voetbal, atletiek, watersport en tafeltennis.

Minder serieus

Natuurlijk is Mario & Sonic als sportgame niet al te serieus, maar in de Dream Games gaan pas echt alle remmen los. In deze nieuwe speelmodus strijden bij voorkeur vier spelers in onderdelen die weinig meer met de Olympische Spelen hebben te maken, al gebruiken ze vaak wel een onderdeel van de Spelen als aanleiding. Zo is er het onderdeel Discus, waarin de tot atleten omgedoopte iconen een aanloop nemen, op een discus springen en dan door een ravijn vliegen. De spelers kunnen elkaar beuken geven, terwijl ze binnen een van tevoren vastgelegd traject zo veel mogelijk ringen moeten pakken. Aan het einde van het level maakt ieder van hen een vrije val en proberen zij zo dicht mogelijk in het midden van het landplatform te eindigen. Dit Dream Game-level was duidelijk gebaseerd op de wereld van Sonic Adventure, met veel groen, ravijnen, rotsen en wervelwinden.

De tweede Dream Game die in Londen wordt getoond is Long Jump. Met het echte onderdeel verspringen heeft het alleen weinig te maken; hier springen de deelnemers op wolken naar de eindstreep, stuiteren op elkaars hoofd en worden gehinderd en geholpen door obstakels die we kennen uit Mario-games, zoals Bullet Bill, die grote kogel met ogen. Volgens de makers is deze wereld gebaseerd op Yoshi’s Island. Op dit moment is het niet bekend hoeveel Dream Games er precies in de uiteindelijke versie komen, maar vooralsnog lijkt het een waardevolle toevoeging. Zeker wie houdt van de Mario Party-minigames en het competitieve aspect van New Super Mario Bros zal deze aparte sporten zeker kunnen waarderen.

Drie dimensies

Op het evenement is ook de 3DS-versie van de Olympische game aanwezig, en het gezegd moet worden: het wordt zeker geen slap aftreksel van zijn grote broer op de Wii. De onderdelen zijn erg gevarieerd in opzet: er zijn kleine korte spelletjes met een bijna Wario Ware-achtige grappen-en-grollenfactor, maar ook iets langere onderdelen die wat meer vaardigheid en concentratie vereisen. Zo zien we dames op een evenwichtsbalk balanceren, waarbij de 3DS gekanteld moet worden om allerlei poses aan te nemen. In het kayakonderdeel (klein bootje, één atleet met grote, dubbelzijdige peddel) moet je de draaiknop van de 3DS in een cirkelbeweging laten gaan om snelheid te maken.

Zwemmen is letterlijk vermoeiend om te spelen: telkens als de zwemmer boven water komt, wordt van je verwacht dat je in de microfoon blaast. Drie potjes pootjebaden met deze gameplaytechniek hebben tot gevolg dat je op zoek gaat naar je eigen 3D-schuif. Iets minder gevoelig voor hyperventilatie maar wel erg leuk is het snelwandelonderdeel. Nou is snelwandelen een sport die voor de leek al snel grappig overkomt, maar met de hoofdpersonen van deze game is het bijna koddig. Schuifel bijvoorbeeld met Mario door de straten en beweeg de stylus op de maat van de muziek van links naar rechts over het touchscreen om zo snel mogelijk over de finish te komen. Als je misstappen maakt, verandert de fanfaremuziek in een kakafonie met een hoog slapstickgehalte.

Sterren van de show

De ontwikkelaars van Sega en verschillende vertegenwoordigers van de Olympische Spelen lieten trots weten dat deze Mario & Sonic-games propvol authentieke stadions zit en ‘de sfeer van Londen’ behelst. Hoewel inderdaad stadions en andere locaties zijn te herkennen, is dit niet iets waar je in de game echt mee bezig bent. Tussen alle actie valt het eigenlijk niet eens zo op. Laat er geen misverstand over bestaan: Mario, Sonic en al die grapjassen die in de game verschijnen zijn de sterren van de show, en gelukkig zien we dat terug in de gameplay, de muziek, de stadions en zelfs de toeschouwers. Maar de nadruk ligt toch vooral op plezier en originaliteit. Een mooi vooruitzicht.