De laatste jaren timmeren steeds meer Nederlandse bedrijven aan de weg op het gebied van games. Vroeger hadden we alleen RedCat en A2 Racer, wat bij menig gamer een cynische attitude tot gevolg had. Met Killzone kwam echter een doorbrak tot stand, met name omdat de Japanse gigant Sony dit project tot een paradepaardje wilde maken. Hierna kwam Nederland op het gebied van games écht tot bloei. Op dit moment trekken vooral de grauwe shooter Killzone 2 voor de Playstation 3 en de role-playing game Overlord aandacht, maar er is meer. Uitgever Playlogic bijvoorbeeld, die veelbelovend projecten van niet al te grote ontwikkelaars probeert aan te trekken. De third-person shooter Infernal van het Poolse Metropolis is zo’n project. Ryan Lennox is boos. Hij wordt niet gewaardeerd door de hemel. Hij doet zo zijn best, maar daarboven appreciëren ze zijn iets te harde methoden niet helemaal. En dat terwijl Ryan Lennox toch één van de betere agenten van Etherlight, de hemelse geheime dienst op aarde, is. De duivel grijpt dit buitenkansje met beide handen aan. Hij weet Ryan Lennox zover te krijgen om voor de Abyss, de duivelse inlichtingendienst op aarde, te gaan werken. Bovendien krijgt de nieuwe rekruut nog enkele demonische krachten mee om zijn taken te vergemakkelijken. Vol goede moed gaat Ryan Lennox dan ook op pad om zijn voormalige werkgever te terroriseren uit naam van zijn vroegere aartsvijand. Hoewel dit alles uitermate wazig en magisch klinkt, is het spel zelf tamelijk rechttoe rechtaan. Infernal is namelijk een traditionele third-person shooter, waarbij dingen als dekking zoeken en wegduiken een grote rol spelen. Het verhaal mag dan wel gaan over de hemel en de hel, de game speelt zich gewoon op aarde af. Zoals gezegd hebben zowel de hemel als de hel een inlichtingendienst gestationeerd op onze wereld, welke uitgerust is met de meest hoogwaardige technische snufjes. Bovendien beschikken je hemelse vijanden van de Etherlight over een groot privé-leger, bewapend met het meest geavanceerde wapentuig dat op de aarde verkrijgbaar is. Het zijn dus geen engelen met vleugels waartegen je vecht, maar goed getrainde commando’s met zware machinegeweren. Buiten het speciale verhaal is er nog een eigenschap van Infernal die in positieve zin in het oog springt: de graphics. De Poolse ontwikkelaar Metropolis heeft een eigen grafische motor gecreëerd, en dit dingetje is tot veel in staat. Met name de belichting, waarbij veel gebruik wordt gemaakt van blooming, mag er wezen. Als je bijvoorbeeld bij een open haard staat, komt er een ware gloed vanaf, die je haast op je eigen gezicht voelt branden. Ook het veelvuldig gebruik van kleurenfilters doen de game goed. Als je de duivelse krachten (hierover later meer) gebruikt, gaat dit gepaard met een heerlijke rode gloed. Een ander sterk punt van de engine zijn de physics. De game zal de AGEIA PhysX processor ondersteunen, en de vele objecten in de wereld reageren dan ook uitermate realistisch als je ze omver knalt of er tegenaan loopt. Helaas wordt met die physics veel te weinig gedaan in de gameplay. Want de gameplay, daar gaat het natuurlijk allemaal om. In de vergevorderde previewversie die we ontvingen, konden we ons een goed beeld vormen van wat Infernal allemaal te bieden heeft. Je bestuurt Ryan Lennox net als in elke andere shooter: met WASD en de muis. Door tweemaal snel op W of S (naar voren of achteren) of A dan wel D (naar links of rechts) te drukken, zal je personage een duik maken. Hierbij ben je even onzichtbaar, wat enkele interessante voordelen biedt. Zo kun je door detectiestralen heen duiken, waardoor je normaal gesproken gezien zou worden. En als je van het ene punt van dekking naar het andere punt duikt, zal de vijand dit niet opmerken. Hierdoor zal een opponent nog steeds gefocust zijn op je oorspronkelijke dekkingspunt, waardoor je hem vanuit je nieuwe dekkingspositie kunt verrassen met een flink salvo. Een simpel mechanisme, maar het werkt.Wat ietsje minder goed werkt, is het dekking zoeken. In een poging om niet te veel knoppen te gebruiken om de game vloeiend te kunnen spelen, heeft Metropolis ervoor gekozen om het tegen een muur of object aandrukken van je personage met een druk op de W-knop te laten gebeuren. Vaak is het echter zo dat je bestookt wordt door vijanden, en meteen wilt wegrennen op het geschikte moment. Als je dan op W drukt om te gaan rennen, zal je personage zich in dekkingspositie begeven. Een extra knopje om dekking te zoeken was dan toch handiger geweest. Verder is de besturing echter zeker in orde, want het geheel speelt lekker weg. Als zijnde diender van de duivel heeft Ryan Lennox enkele kwaadaardige extraatjes tot zijn beschikking. Zijn duivelse krachten kosten mana, en die mana kan hij terugkrijgen als hij zich in duivelse omgevingen bevindt (zoals ondergrondse complexen en duistere gangen). Ook kan hij manabronnen ontdekken met zijn duivelse visie, welke je met een druk op de Z-knop inschakelt en waarbij het beeld naar first-person schakelt. Als je genoeg mana hebt, kun je de tegenstander op een tamelijk brute wijze bestoken. Elk wapen heeft namelijk een speciale aanval, welke een stuk verwoestender is dan als je het wapen normaal gebruikt. Verder kun je jezelf voor enkele seconden naar een locatie teleporteren. Dit is handig om dingen te activeren die zich op onbegaanbare plekken bevinden, of om vijanden in de rug te verrassen. Je teleporteert je dan achter een vijand, vuurt een salvo af, en eer hij je door heeft ben je alweer terug op je plek. Ook kan Ryan Lennox andere objecten, en zelfs dode of levende vijanden, teleporteren. Deze mechanismen zijn allemaal tamelijk goed uitgewerkt (hoewel het teleporteren van andere objecten nog wel eens irritant kan zijn), maar helaas wordt er o zo weinig mee gedaan. De game voelt namelijk enorm standaard aan, in alle opzichten. Het verhaal mag dan wel uniek klinken, het is tamelijk ongeïnspireerd uitgewerkt. Je krijgt simpelweg wat opdrachten van de duivel om Etherlight tegen te houden, en dat is het. Ook zijn de missielocaties erg standaard, waardoor je nooit het gevoel hebt dat je die unieke, duivelse game speelt die Infernal pretendeert te zijn. De speciale krachten die Ryan Lennox bezit, zijn op een niet al te uitgebreide wijze in de gameplay geïmplementeerd. Daar waar bijvoorbeeld Half-Life 2 een meester was in het uitbuiten van het simpele mechanisme der zwaartekracht, doet Infernal het tegenovergestelde: het heeft zoveel potentieel leuke mechanismen, maar weet daar weinig uit te halen. De actie in Infernal valt tevens enigszins tegen. Waar third-person shooters zich vaak profileren door brute en stijlvolle actie (denk aan Max Payne), is het in Infernal allemaal wat lauwtjes. Bloed ontbreekt, en de lichamen van vijanden zullen geen meters door de lucht vliegen als jij ze weet te raken. Het gemis aan échte intense gevechten doet Infernal geen goed. Hoewel je bij tijd en wijle zeker enkele mooie uitwisselingen van kogels zult ervaren, is het toch minder spectaculair dan je zult willen. Infernal lijkt dan ook typisch zo’n game te zijn die erg veel belooft, maar die beloftes niet ten volste weet in te lossen. Het geheel speelt lekker weg, de game is grafisch en qua gameplay goed verzorgd, maar weet niet dat extra’s te brengen wat het wel zou moeten. De unieke, duivelse, invalshoek komt te weinig tot zijn recht en de game verzandt in een third-person shooter die te standaard en niet spectaculair genoeg is. De game is absoluut niet slecht, maar weet zich in geen enkel opzicht te onderscheiden van de grijze massa. Infernal zal eind februari uitkomen, en aangezien wij een zeer vergevorderde versie van het geheel speelden, lijkt het er niet op dat de game nog significante veranderingen zal ondergaan.