Het kan soms gek lopen. Aanvankelijk had ik mij voorgenomen om niets over Gears of War te weten te komen. Geen informatie lezen of screenshots bekijken, dat was mijn plan. Alleen maar zodat ik in november een totaal onbekend eindejaarstoetje heb om mooi het game-jaar mee af te sluiten. Het kersje op de taart zeg maar. Dit leek goed te gaan… tot afgelopen week. Want wat bleek nou, ik kreeg een uitnodiging om Gears of War te spelen! En tsja, dat is een uitnodiging die ik uiteindelijk maar al te graag in ontvangst nam. Dan maar het eindejaarstoetje vervroegen! Tot zover de principes dus.

In Gears of War stap je in de grote legerlaarzen van Marcus Fenix. Fenix, een voormalig oorlogsheld maar niet bepaald het lieverdje onder de mensheid, komt net uit de gevangenis. Niet zozeer omdat hij officieel vrijgelaten is, maar meer omdat men alle soldaten nodig heeft voor de strijd. Een strijd tegen de mensheid zelf, maar ook tegen een kwaardaardig ras genaamd The Locust.  Met deze monsters valt niet echt te praten. De enige oplossing om ze weer tot sussen te brengen, is via een welgemikt schot in het hoofd of door ze in mootjes te hakken (of gewoon zagen) met een kettingzaag. En daar ben jij als Marcus natuurlijk gespecialiseerd in!

Eenmaal ontsnapt uit de gevangenis, met behulp van je maten onder leiding van goede kameraad Dom, is het de bedoeling om de planeet Sera, waar je je bevindt, van The Locust te ontdoen. Gelijk vanaf moment één zit je midden in de actie, want de buitenaardse wezens zitten zelf ook niet stil en doen er alles aan om je het leven zuur te maken. Gears of War  is een third person shooter, maar lukraak wat schieten en rondrennen is er niet bij. Lead designer Cliff Bleszinski, ook wel beter bekend onder de gamers als CliffyB., legde ons uit dat hij de game meer zag als een stop-and-pop spel. Dit betekent dat je het beste vanuit de dekking kunt schieten. Je kan natuurlijk wel als een kip zonder kop naar The Locust rennen (run-and-gun, zoals Cliff het mooi verwoorde), maar echt verstandig is dit niet. Dekking nemen dus!

Stop, drop and roll

De A-knop is de meest gebruikte knop in het spel, want hiermee kun je alles doen. Het eerder genoemde wegduiken bijvoorbeeld, maar ook het rennen zal via de A-knop gaan. Het mooie aan dit systeem is dat alles heerlijk in elkaar over gaat. Stel, je wordt aangevallen door The Locust. Je neemt een sprint (wat overigens op uitstekende wijze op het schem gepresenteerd wordt, echt adrenaline-verhogend kan ik je vertellen!), rent tegen de muur op en onmiddellijk sta je verschuild. Vervolgens kijk je om een hoekje door middel van de left trigger, hierdoor kun je gemakkelijk richten. Je pakt je wapen, richt op de vijand en knallen maar! Mochten zij ook op je vuren, dan laat je de left trigger gewoon weer los en sta je weer veilig gedekt. Dit gaat allemaal zo naadloos in elkaar over dat je binnen een paar minuten tijd al een volleerd marinier bent en gewoon niet beter weet. Easy pick-up-and-play gameplay, daar weet Gears of War wel raad mee.

Tijdens de presentaties die wij mochten bijwonen, viel al op hoe mooi Gears of War eigenlijk is. De nieuwe Unreal Engine 3 heeft “next-gen” written all over, dat mag gezegd worden. Waar ik persoonlijk altijd huiverig over ben is de framerate die nog wel eens tegen wil vallen bij mooie games. Gelukkig loopt Gears of War als een trein. In de singleplayer ziet het er uitmuntend uit en ook in de multiplayer wordt er vrijwel niets ingeboet aan grafische pracht en praal. De mariniers zijn echt badass tot op het bot en die monsters van The Locust, oef, die wil je echt niet tegenkomen in een donker steegje! Naast dat ze er angstaanjagend uitzien, maken ze ook nog eens gruwelijk enge geluiden, wat de game naast een ruige sci-fi shooter ook nog eens een horror-achtig sfeertje meegeeft.

Knal- en zaagwerk vol voldoening

Op het gebied van multiplayer staat Gears of War ook zijn mannetje. Natuurlijk kun je de singleplayer in je eentje spelen, maar wanneer het er even slecht aan toe gaat heb je ook de mogelijkheid om samen met een vriend (of vriendin, vrouwen kunnen ook bad-ass mariniers zijn natuurlijk!) de oorlog tegen The Locust voort te zetten. Door middel van het drop-in/drop-out systeem (enigszins vergelijkbaar met Lego Star Wars II) kan een andere speler direct in het spel komen en gelijk meevechten. Heel wat uurtjes co-op plezier gegarandeerd, denken wij zo.

Toch heb ik de singleplayer gelaten voor wat het is en heb mij deze dagen geconcentreerd op de enorm toffe 4 versus 4-potjes waarin je als de Coalition of Ordered Governments het op moet nemen tegen de Locust. De bedoeling is om de vijand simpelweg uit te roeien. Degenen die dood zijn, worden voor die ronde dan ook niet meer ‘gespawnt’. Je zou het kunnen vergelijken met de aanpak van Counter-Strike. Ondanks dat de levels erg klein ogen en je ‘maar’ met maximaal acht spelers kunt spelen, zit er meer diepgang in dan dat je zou denken. Overal staan objecten (autowrakken, tonnen en dergelijke) om achter te schuilen en muren om dekking achter te nemen. De perfecte bescherming tegen allerlei vuurgevechten. Helemaal mooi meegenomen is dat de balans tussen de twee teams prima in orde is. Mocht je in een groep zitten die wel bekend is met de term “teamplay”, dan zul je jezelf absoluut gaan vermaken. De gevechten kunnen dan wel kleinschalig zijn, ze worden er niet saaier op, integendeel.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over die wapens die je bij je heb, heerlijk gewoon. Hoewel de meeste conventionele wapens (machinegun, shotgun, rocketlauncher) beschikbaar zijn, steelt de kettingzaag toch de show. Dit wapen is hét middel voor de meest bloederige mélee-kills ooit zowat. Bloedspletters overal, ledenmaten die de lucht in vliegen en het geluid wanneer je een Locust in stukjes zaagt: fantastisch! Het klinkt misschien een beetje cru, maar de voldoening die je er uithaalt is haast onbeschrijfelijk.

Al met al heb ik een aantal multiplayer-potjes mogen spelen en wat me opviel was dat alles zo enorm lekker snel ging. Enorm korte laadtijden en korte maar krachtige potjes maakten Gears of War tot een spel wat geschikt is om eventjes te spelen, maar ook uren aan te zitten. Want verslavend is de game zeker, wat ik overigens ook tegen Cliffy had gezegd. Zijn antwoord? “We hebben speciaal voor jullie gasten wat crack in de game gestopt”. En eigenlijk klopt dat ook wel: de X06 heb ik beleefd als een grote waas, met Gears of War als absoluut hoogtepunt.

Ja, uiteindelijk ben ik toch blij dat ik de moeite heb genomen om Gears of War te gaan bekijken en niet heb gewacht tot in november. Het was absoluut een mooie verrassing geweest, maar wat ik afgelopen week heb gezien had ik voor geen goud willen missen. Gears of War is ruig, Gears of War is ranzig, maar Gears of War is vooral cool. Het moet dan ook wel heel gek lopen, wil Epic hier geen meesterwerkje van maken. 17 november is Emergence Day, de dag dat de game in Europa uitkomt en ik heb deze datum alvast in mijn speciaal voor Gears of War aangeschafte agenda aangestreept. Deze game gaat rocken dames en heren, let op mijn woorden!