Drieënhalfuur heb ik met Gears of War: Judgment doorgebracht. Mijn taxichauffeur, we noemen hem Johan, doet in de late middag het portier voor me open. Als hij wegrijdt van de afgehuurde discotheek waar ik de game heb gespeeld, slaat Johan een denkbeeldig glas bier achterover. Op mijn allerslechtste Duits vertel ik hem dat ik niet daar was om te drinken, maar voor werk. “Videospiel, Gears of War”, mompel ik, hopend dat hij me niet verder lastigvalt. De chauffeur staart me met open mond aan. “Wait. You actually mean Gears of War? On Xbox?

Hoewel Johan overduidelijk niet thuis is in de actualiteiten – hij wist niet dat Judgment in de maak was – is hij wel een echte gamer. En een oprechte Gears of War-fan, zelfs al werden het eerste en tweede deel officieel nooit in Duitsland uitgebracht. Hij wil daarom alles over de game en mijn vak weten. En dus deel ik hem alles wat het embargo mij toestaat te vertellen.  Het ‘interview’ kan beginnen. Een half uur lang vraagt Johan me de oren van m’n kop af en vertel ik hem alles wat deze nu nutteloze restrictie mij toestaat te vertellen. Oh: m’n voice recorder stond niet aan, dus beschouw zijn citaten als een ruimte interpretatie van het gesprek.

Gears of War: Judgment is qua verhaal niet echt goed met eerdere delen te vergelijken. De opzet van Baird en Cole die voor de krijgsraad hun verhaal doen, is allereerst een stuk luier. Er is nauwelijks een rode draad tussen de afzonderlijke missies, dus rijgen tussenfilmpjes het verhaal aan elkaar. Wel krijgen we omdat het een prequel is, de planeet Sera voor het eerst te zien in een tijd dat de oorlog nog maar net begonnen is. Dat was in de andere Gears-delen wel anders.

Niet onder de indruk

Johan schraapt zijn keel en maakt een wegwerpgebaar. “Het verhaal was nooit goed. Het boeit niet in een Gears of War-game.” Hij slaat de spijker op zijn kop, verrassend genoeg. Je zou bijna vergeten dat Johan een echte fan is, al herinnert de chauffeur mij daar direct aan als het over de actie gaat. “Dat hele verhaal ging nergens over. Ruimtewezens, kettingzagen. Pff, als je maar kunt schieten, toch?” En dat kan. Geweren en tegenstanders genoeg. Veel nieuwe wapens konden we niet lang en goed genoeg testen, maar de nieuwe dubbelloopse shotgun is in ieder geval goedgekeurd. Het wapen is van dichtbij nog dodelijker dan de twee oude shotguns. De nieuwe Locust-sniper doet ons veel minder en verrijkt het assortiment nauwelijks.

“Ik houd niet van snipers, het zijn watjes.” Als Rainbow Six-veteraan schiet me dat in het verkeerde keelgat. Na een minutendurende discussie over de charme van de sniper, vraagt Johan me waarom je in hemelsnaam in Gears of War zou willen snipen. “Je wilt bloed zien. Mensen van dichtbij doodschieten. Dat is zo mooi aan Gears of War, de chaos.” Op dat vlak kan ik hem geruststellen. Nieuwe segmenten in de singleplayer introduceren een verkapte Horde-modus. Je krijgt in sommige missies de tijd om barrières plaatsen en geweren verzamelen, waarna als de tijd is afgelopen, de ene na de andere golf aan vijanden op je af stormt.

Overrun

Dat hoort Johan graag. Hij wordt steeds enthousiaster. Ik word daarentegen steeds cynischer. Het is wellicht een cliché, maar het voelde tijdens het spelen echt alsof de hand van de oorspronkelijke ontwikkelaar ontbreekt. De innovatie die wordt geïntroduceerd slaat bijvoorbeeld vrij haaks op wat Gears of War zo tof maakt. Een nieuwe coöp-modus (met klassen, jawel, ook bij People Can Fly spelen ze sinds kort Call of Duty) laat je een bepaald punt verdedigen tegen de AI. Als dat punt kapotgaat, moet je een nieuw punt verdedigen. Tot drie keer toe, daarna ben je af.

‘Overrun’ is dus niets meer dan een Horde-Modus die nóg chaotischer is. People Can Fly beweert dat je samen moet werken omdat je het anders tegen de Locust aflegt, maar voor ons gevoel gingen we vooral af omdat de spelmechanieken niet op de modus waren afgestemd.

De klasse van Judgment

Johan is me na mijn monoloog even kwijt. “Het klinkt tot nu toe geweldig. Lekker knallen!” Johan slaat wederom geheel onbedoeld de spijker op zijn kop. Gears of War 1, 2 en 3 barstten van enerverende momenten. Bijvoorbeeld de goed gedoseerde actie in de gezonken stad Jacinto. Of het sterven van een van je teamgenoten in het derde deel. Dat laatste viel behoorlijk uit de toon, maar was juist daarom een aangrijpend moment.

Judgment voelt veel monotoner. Wat voor Overrun geldt, geldt in mindere mate ook voor de singleplayer. Het is vooral veel meer van hetzelfde. Meer knallen, meer tegenstanders, meer actie. Ik kan me geen écht indrukwekkende momenten uit mijn speelsessie herinneren. Het is zeker vermakelijk om lekker op Locust te knallen. En de actie in de singleplayer draait nog altijd om het zoeken van dekking, wat gegarandeerd voor coöperatief plezier zorgt. Wat dat betreft was de ervaring onderhoudend, maar vooralsnog niet meer dan dat.

Johan spatte echter bijna uit elkaar van enthousiasme. Misschien jij ook. Maar dat zegt waarschijnlijk meer over je smaak in games dan over de klasse van Judgment. Vooralsnog wijst niets erop dat dit een net zo geweldige Gears of War wordt.