Diablo was nooit een erg vrolijke gameserie en vanaf het klassen-selectiemenu is meteen duidelijk dat dit derde deel geen uitzondering is. De vijf klassen, die ten opzichte van de vorige games compleet zijn veranderd, staren ons bloeddorstig aan. De Barbarian lijk te popelen om zijn zwaard met bloed te besmeuren, de Demon Hunter heeft haar kruisboog gereed, terwijl de Monk alleen door zijn vechtsporttechnieken al dreigend oogt en de Wizard slechts haar gedachten nodig lijkt te hebben om ons aan stukken te rijten. Wij kiezen echter voor de voodooachtige Witch Doctor en beginnen ons helachtige avontuur.

Ondoden en een blaaspijp

Als de deur achter ons dichtslaat zien we dat we terecht zijn gekomen in een vuurrode kerker. De vergelijking met de hel is weer snel gemaakt, want overal vinden we martelwerktuigen en meer dan eens spuiten er gigantische vuurkolommen uit de grond. Typisch een plek waar de Witch Doctor zich thuis voelt, want deze klasse richt zich, zoals de Necromancer in de eerdere delen, op het laten opstaan van de doden. Terwijl onze zombiehonden op de eerste horde vijanden afstormen, houden wij onze afstand en laten de Witch Doctor met zijn blaaspijp van een afstandje deelnemen aan de gevechten.

Als de eerste groep vijanden verslagen is, ligt de vloer vol met goud, rode bolletjes die de levenskracht van de speler direct aanvullen en een kruisboog die vanwege de betere en snellere aanvalskracht meteen de voorkeur krijgt boven de blaaspijp. We lopen verder en gebruiken naast onze kruisboog en de zombiehonden af en toe een spreuk waarbij de Witch Doctor een giftig pijltje op zijn vijanden afschiet. Als we levelen, besteden we de nieuwe skill points aan het aanschaffen van vaardigheden zoals de mogelijkheid om extra zombiehonden op te roepen. Zo vervolgen we de reis door de helse kerker, totdat we na nog geen half uurtje moeten stoppen. Een wachtrij van vier uur heeft zich in die korte tijd achter ons gevormd,  die een eindeloze marteling vormt voor ongeduldigen om een stukje van de hemel op Gamescom te kunnen proeven.

Meerwaarde

Een half uur is natuurlijk veel te kort om een goede, complete indruk te krijgen van een game als Diablo III. Het is nog onmogelijk iets te zeggen over de variatie aan loot en levels, over de balans en de skills van alle klassen en over het verhaal, waar we in de demo niets van meekregen. De game voelde weer aan als een klassieke dungeon crawler en we hebben in de korte speelsessie onze muisvinger weer goed kunnen trainen, maar de diepgang van de game hebben we niet mee kunnen krijgen.

En dat is vooralsnog ook een groot probleem van Diablo III. De game wordt waarschijnlijk weer een fantastische Blizzard-klassieker, maar wat we gespeeld hebben onderscheidt zich nog niet duidelijk van de voorgangers en belangrijker: de concurrentie. Games als Torchlight en Bastion hebben het genre naar de goedkopere indie markt gebracht en de gameplay is niet dusdanig complex dat het aanvoelt alsof deze titels veel missen ten opzichte van hun grote broer. Alles ziet er uitstekend uit, zoals we van Blizzard gewend zijn, maar het gevoel dat deze game ruimschoots boven bijvoorbeeld Torchlight 2 uittorent kregen we nog niet. Het is aan Diablo III om zodra de bèta verschijnt, te tonen dat dit wel degelijk het geval is.

World of Diablo

In plaats van met gameplay probeert Blizzard Diablo III zijn meerwaarde voornamelijk te geven met het brengen van extra dienstverleningen. Het is duidelijk dat de ontwikkelaar hierbij veel heeft geleerd van World of Warcraft en StarCraft II. Battle.net, het online netwerk van Blizzard, dient als centraal stelsel van de game en moet multiplayer een stuk makkelijker maken. Het wordt door het veilingssysteem zelfs mogelijk om spullen voor echt geld aan andere spelers te verkopen, een optie die inmiddels overigens behoorlijk omstreden is. Ook op multiplayergebied heeft Diablo III zeker een streepje voor, want de game kan zowel coöperatief als tegen andere spelers gespeeld worden.

Uiteindelijk is het erg lastig om Diablo III op onze korte indruk goed te beoordelen. De game heeft ongetwijfeld het Blizzard-potentieel, maar hetgeen we gespeeld hebben voelt nog niet echt aan als vernieuwend genoeg. Een game als Diablo laat zijn waarde echter pas na uren spelen echt goed zien en we kijken dan ook uit om onze Witch Doctor, zodra de bèta verschijnt, eindelijk eens echt door de hel te sturen.

Volg de Gamescom 

op Gamer.nl