Mensen houden ervan om zombies afgemaakt te zien worden. De expliciete slachtpartijen in de populaire tv-serie The Walking Dead, de geliefde zombiemodus in Black Ops en het succes van de eerste Dead Island zijn daar redelijke argumenten voor. Het is een notie waar met gemak vele diepgaande culturele analyses over gegeven kunnen worden, maar Dead Island: Riptide nodigt nou niet echt uit tot dat soort praktijken. Het is namelijk een game die draait om plat vermaak en die centrale omschrijving heerst boven alles. Een verhaal, emoties en diepgang kun je dan ook bij voorbaat vergeten.

Wolverine en Call of Duty

In Londen konden we aan de gang met het eerste level van Dead Island: Riptide en kregen we demo’s te zien van twee latere levels. Het wist ons niet weg te blazen of te verrassen, maar wel te herinneren aan de formule waarmee Dead Island succes vergaarde. Namelijk: gezamenlijk inslaan op zombies op een tropisch eiland. Dit is dan ook meer een uitbreiding dan een echt vervolg, waardoor er geen reden is om van Riptide te gaan houden als je dat bij het eerste deel ook al niet deed. Dat je ditmaal wel eens wat water tegenkomt, dat er verschillende hoogteniveaus in het spel zitten en dat het over het algemeen een meer militair conflict is geworden, zijn namelijk geen zaken die de spelervaring compleet op de schop gooien.

Desondanks zijn er wel wat aanpassingen die de ervaring een stuk aangenamer maken. Zo kom je Tower Defense-achtige segmenten tegen, waardoor het tempo van het spel varieert en de flow verbetert. Zo moesten wij in een missie een relatief klein veld eerst omlijnen met gaas, daarna verspreiden en vervolgens ervoor zorgen dat we niet overmeesterd werden door de enorme golf aan zombies. Dit zorgt voor een natuurlijk gevoel van overleving, een concept waar ook de zombiemodus in Black Ops mee scoorde. En dat is mooie toevoeging, want wat conceptuele variatie in de gameplay kon Dead Island in elk geval goed gebruiken.

Het is een gevolg van de insteek dat Dead Island: Riptide veel minder chaotisch wil zijn dan zijn voorganger. De hoofdpersonages weten inmiddels waar ze aan toe zijn en er heerst over het algemeen wat meer controle over de situatie. Dat is een wijziging van karakter waar ook het nieuwe personage John prima in past. Deze militair is gestrand op het nieuwe eiland Palanai en heeft zich bewapend met een Wolverine-achtige klauw. Daar konden we helaas nog niet mee aan de slag, maar het idee alleen nodigt uit tot experimenteren

Sowieso is Riptide een game die experimenten en creatief geknutsel toejuicht. Er lijkt een veelvoud aan bijzondere wapens in te zitten, elk met een andere impact en unieke uitvoeringen. Zelf zagen we bijvoorbeeld al een elektrisch zwaard, een vurige knuppel en een bom die hersenen laat ontploffen. Uiteraard kun je op de werkbanken ook zelf naar hartenlust van alles aanpassen. Een welkome verbetering daarbij is overigens dat de wapens een stuk langer meegaan dan in het eerste deel. Ook kun je veel meer aan de slag met vuurwapens, alhoewel door de geringe munitie de nadruk wel blijft liggen bij melee combat.

Slordig opgeruimd

De grootste kritiek op Dead Island kwam neer op de slordige afwerking. De engine rammelde aan alle kanten en er waren wat vreemde speltechnische slordigheden die de ervaring niet veel goeds deden. Tijdens onze sessie oogde de opvolger in elk geval een stuk beter en bracht het qua sfeer een warm gevoel bij ons naar boven. Het eiland heeft een mediterrane uitstraling, waardoor het af en toe doet denken aan een zombie spin-off van Far Cry 3. Daar blijft het echter ook bij, want de wereld ontbeert verder echt boeiend leveldesign. Althans, in het geval van het eerste level.

Dead Island: Riptide behoudt daarmee toch iets van dat oude rommelige karakter, met veel verschillende elementen waarvan de potentie zichtbaar is, maar de uitwerking altijd net wat te simplistisch is om te enerveren. Het combatsysteem is bijvoorbeeld leuk uitgewerkt, maar neigt nooit naar echte bevrediging. De impact van wapens is bijvoorbeeld altijd wat slordig en tactische nuances zijn ver te zoeken. Samenwerken in Dead Island betekent daarnaast vooralsnog alleen maar dat je tegelijkertijd op hetzelfde veld speelt. Voor de rest is het erg uitnodigend om gewoon je eigen ding te doen.

Uiteindelijk lijkt het erop dat Dead Island: Riptide zich aardig heeft doorontwikkeld, zonder echt opvallende veranderingen. De gameplay-technische wijzigingen maken de ervaring weliswaar wat gevarieerder en de nieuwe wapens zorgen voor extra plezier, maar voor de rest blijft de basiservaring hetzelfde. Daardoor voelt het aan als een uitbreiding, die Dead Island verder niet echt kwalitatief omhoog stuwt. Het neemt daarmee de sterke kanten van Dead Island over, maar ook de mindere kanten. Riptide legt echter ogenschijnlijk alle nadruk op samen plezier beleven, en pretendeert ook niets meer te zijn dan dat.