Met veel bombarie kondigde Gearbox Software en Ubisoft een maand geleden Brothers in Arms aan, een first person shooter die zich afspeelt in de Tweede Wereldoorlog. Het is de eerste originele titel van Gearbox, dat vooral bekend staat om de Half-Life uitbreidingen en PC ports van onder andere Halo en Tony Hawk 3. Ze hebben dan ook kosten noch moeite bespaard om van Brothers in Arms een kunstwerkje te maken. Maar wat heeft deze game te bieden dat we niet al eerder gezien hebben in Medal of Honor, Call of Duty en al die andere WW2 games?

De grote troef van Brothers in Arms wordt de ongekend hoge graad van realisme. Het ontwikkelingsteam bij Gearbox werkt al meer dan drie jaar aan deze titel en een groot gedeelte van die tijd is gestoken in research. Zo hebben ze bijvoorbeeld Colonel John Antal aangenomen, een gepensioneerde Airborne Ranger en historicus/schrijver, die hen helpt met de tactische en strategische kanten van de game. Ze hebben talloze kaarten en luchtfoto's uit de Tweede Wereldoorlog bestudeerd, honderden boeken gelezen en ze zijn zelfs een weekje naar Normandië geweest, allemaal om de oorlog in deze game zo authentiek mogelijk neer te zetten.

Het spel zet je in de schoenen van Sgt. Matt Baker, een fictief karakter dat gebaseerd is op een echte sergeant uit de oorlog. De waargebeurde missies in het spel spelen zich af in Normandië op D-Day en als Paratrooper bij de 502nd Airborne is het jouw taak om een paar uur voor de invasie op het strand achter vijandelijke linies neer te strijken. Fans van de serie Band of Brothers weten wel ongeveer wat ze te wachten staat.

Als Sergeant ben je leider van een squad van twaalf man, ook wel Baker's Dozen genoemd, al zul je per missie vergezeld worden door maximaal zes teamleden. In de eerste missie heeft natuurlijk iedereen zijn dropzone gemist en ben je dus nog alleen, maar na een tijdje vind je iedereen van je squad weer terug. Zo word je langzaam bekend gemaakt met het teambased aspect van de gameplay. Brothers in Arms heeft wat dat betreft meer weg van Rainbow Six dan van Call of Duty.

De hoge graad van realisme zit hem namelijk ook in de gameplay en het komt in een oorlog nou eenmaal niet neer op wie de beste reflexen heeft. Er komt een hoop tactiek en strategie bij kijken en als leider van een squad mag jij hiervoor gaan zorgen. Om te beginnen is je squad opgedeeld in twee groepen, een suppression team en een assault team. Het suppression team, uitgerust met zware machinegeweren als de BAR, schiet met spervuur op de tegenstander waardoor deze geen kant meer op kan. Vervolgens gebruik je het snelle assault team, uitgerust met rifles, submachine guns en granaten, om de vijand te flanken.

Het geven van deze commando's is gelukkig heel eenvoudig gehouden, het is een kwestie van mikken op de juiste positie en een druk op de knop. De cursor voor het geven van commando's is context gevoelig, wat wil zeggen dat je teamleden precies weten wat jij wilt dat ze doen aan de hand van waar je mikt. Mik je op een muurtje dan zullen ze automatisch cover nemen, mik je op de vijand dan zullen ze aanvallen en mik je op een vast machinegeweer dan zullen ze deze bemannen. Je hoeft dus niet door allerlei menuutjes om de juiste commando's te selecteren. Bovendien neemt de AI van je teamleden een aantal beslissingen voor zijn rekening. Zo weten ze zelf wanneer ze een granaat moeten gooien of dat ze cover moeten nemen als ze onder vuur genomen worden. Ondertussen gebruikt de vijand dezelfde AI en zullen zij dezelfde tactieken gebruiken als jij. Voor de frontale aanpak kiezen blijft natuurlijk mogelijk, maar dat zal lang niet altijd succesvol blijken.