“Mijn oogbal!”, “sterf!” en “auw, auw!”. Dat waren voornamelijk de kreten die de laatste tijd bij mij thuis klonken. De controllers vlogen in het rond, er werd gevloekt en getierd en er werd zelfs op de kostbare Sony Bravia gespuugd. Heb ik een nieuwe fetisj? Nee, enkel de previewversie van Beijing 2008 op de PlayStation 3.

SEGA kan niet anders dan tevreden zijn met de officiële licentie van de Olympische Spelen. Vooral het succes van Mario & Sonic op de Olympische Spelen heeft ze geen windeieren gelegd. Maar SEGA heeft meer Olympische goudmijntjes,  zoals Beijing 2008, een game die wordt ontwikkeld door Eurocom. Deze studio hield zich in het verleden voornamelijk bezig met licentiegames, maar misschien ken je ze ook van Athens 2004. Hoe dan ook, je begrijpt dat hun cv weinig indruk maakt. De vraag blijft dan ook of dat Beijing 2008 de  vloek van slechte Olympische games  kan doorbreken.

In Beijing 2008 kun je vanzelfsprekend alle onderdelen van de Olympische Spelen spelen in de hoofdcampagne. Om deze wat interessanter te maken bevat deze modus een heus RPG-systeempje. Naarmate je meer onderdelen voltooit kun je bepaalde eigenschappen van jouw team (snelheid, kracht etc.) verbeteren. Gelukkig is er voor de mensen die daar te ongeduldig voor zijn ook nog de mogelijkheid  ieder onderdeel apart te beoefenen.  Je hebt de keuze uit 38 activiteiten, alle belangrijke individuele Olympische onderdelen zijn dus van de partij. De game zal de scores die je haalt in de singleplayermode bijhouden op een online ranglijst. Ook kun je het tegen maximaal zeven andere spelers online op nemen. Het lijkt er dus op dat het met de game qua kwantiteit wel goed zit. De game valt of staat echter bij de uitwerking van de verschillende onderdelen.

Zoals vaker het geval is bij kwantitatief uitstekende games, schiet ook deze game op het gebied van kwaliteit tekort. We leven in 2008, een tijd waarin games bol staan van kunstmatige intelligentie en interactie. Ik vraag me af waarom dat een game anno 2008 nog steeds hetzelfde simplistische principe kent als Track & Field, een arcadegame die inmiddels zo'n twee decennia oud is. In Beijing 2008 zul je voornamelijk op knoppen rammen en quick time events voltooien, of dit met elkaar combineren.  Dit alles wordt op den duur niet alleen eentonig, het veroorzaakt ook nog eens fysieke pijn. Wiifit is voor watjes vergeleken met de pijniging in Beijing 2008 Zo zul je bij het hardlopen de X en O-knop (je kunt ook kiezen voor de pookjes), zo snel mogelijk omstebeurt  moeten indrukken.  Na twee maal de 1000 meter te hebben gelopen voelde mijn duimen alsof Erica Terpstra erop was gaan zitten, en helaas niet in haar dagen dat haar Olympische prestaties hoogtij vierden.  De inleiding komt misschien overdreven over, maar deze taferelen vonden werkelijk plaats. Het bashen op de knoppen werkt frustrerend en wordt zo eentonig en pijnlijk dat ik al gauw begon te smijten met de controller. Wat ook niet zo goed werkt is judo,  dat uit een aantal verkapte quick time events bestaat. Andere onderdelen komen daarentegen wel goed uit de verf, zoals de ringen. Met de pookjes geef je de positie van de handen aan, die richting moet overeenkomen met de richting die staat aangegeven op het scherm. Bij de afsprong moet je vervolgens razendsnel een knoppencombinatie indrukken.

Gelukkig bestaan niet alle activiteiten uit hersenloos knoppengeram of quick time events, bijvoorbeeld tafeltennis. Hierbij heb je volledige controle over je personage. Naar ook dit onderdeel vereist nog wat sleutelwerk. De besturing voelt nog indirect en het spelprincipe is bij deze activiteit gewoonweg te simpel. Zo kun je de bal maar op twee manieren raken en kun je geen topspin of andere draai aan de bal geven. Het gewichtheffen en schieten op 25 meter afstand is daarentegen wel interessant en uitgebreid. Zo moet je alvorens je toekomt aan het schieten een ademhalingsoefening doen. Het is natuurlijk moeilijk om de ietwat simplistische onderdelen interessant te houden, maar door deze kleine elementen toe te voegen slaagt Eurocom daar wel in. De onderdelen verschillen in de previewversie onderling  nog erg in kwaliteit, maar Eurocom heeft natuurlijk nog de tijd om aan sommige onderdelen te sleutelen. De game ziet er grafisch goed uit, de animaties lopen vloeiend in elkaar over en de stadions zijn goed vormgegeven. Wat de graphics echter niet konden bewerkstelligen was een Olympische sfeer, dit mis ik nog een beetje. Vooral het gejuich van het kartonnen publiek en het gemis van opstandige Tibetanen doet wat afbraak aan de sfeer. Eurocom heeft duidelijk geleerd van de gemaakte fouten in Athens 2004. Met Beijing 2008 gooien ze het over een andere boeg met uitgebreide online gameplay en goede graphics. Het principe van hersenloos op knoppen rammen is echter verouderd. Daarbij vereisen sommige sporten nog het nodige programmeerwerk, want ze leken nog niet helemaal af. We zijn benieuwd of Eurocom nog voldoende tijd heeft om de punten van kritiek te verbeteren voordat de uiteindelijke versie eind juli zal verschijnen.