Battlecry is nog ver van het uiteindelijke eindproduct af, we weten slechts dat in 2015 een bèta van start gaat. Het is nu lastig inschatten hoe ver de free-to-play game het uiteindelijk kan schoppen. De ondersteuning en de levendigheid voor een dergelijke titel hangt toch af van hoeveel mensen de game uitproberen, blijven spelen en er uiteindelijk geld aan uitgeven. Ontwikkelaar Battlecry Studios probeert in ieder geval wel op verschillende manieren op te vallen tussen de optocht van potentieel interessante free-to-play games.

In Battlecry nemen 32 man het tegen elkaar op in een wereld waar buskruit niet is uitgevonden en conflicten tussen landen in speciaal daarvoor ingerichte arena’s worden uitgevochten. Het is een nogal vergezocht universum dat vooral lijkt te zijn bedacht om de visuele stijl van Viktor Antonov beter tot zijn recht te laten komen. Hij verzorgde eerder de art direction bij onder meer Dishonored. Antonovs stijl kan beschreven worden als clean en hard met hoekige harde lijnen, terwijl de beelden ingekleurd zijn met wat uitgevaagde kleurtonen. Het eindresultaat in al zijn games oogt als een soort dromerige maar toch verzorgde visualisatie van een dystopie. Bij die stijl passen mooie kleinere omgevingen met statige gebouwen, druipend bloed; explosies en bombastische beelden daarentegen niet. 

Battlecry

Soepele gevechten

Antonovs betrokkenheid is een leuk gegeven, maar niet iets waarom je de game zou moeten proberen. Het feit dat het hier gaat om een game met een nadruk op zwaarden en directe wapens in plaats van op vuurwapens, zorgt voor een unieke feel. Slechts met een boogschutterklasse is de vijand echt van afstand te raken, daarbuiten zoeken spelers veelal de directe confrontatie.

Het valt op dat Battlecry erg soepel speelt en de animaties ervoor zorgen dat je gedurende gevechten veel controle hebt over het verloop. Zo is het met een bepaalde klasse mogelijk om een groot schild tevoorschijn te toveren. Met kleine tikjes op de toetsen draai je precies in de richting van tegenstanders en blokkeer je binnenkomende slagen. Met ferme eigen uithalen hak je vijanden doormidden. Door een adrenalinemeter te vullen zijn sterkere aanvallen op te laden die in één-op-één confrontaties vaak de doorslag geven. Battlecry speelt opvallend soepel. En dit komt ook door zoiets kleins als het feit dat personages automatisch sprinten als ze niet aan het knokken zijn, waardoor het speltempo lekker hoog ligt.

Battlecry

Nog niet in balans

Toch beklijft Battlecry nog niet. Dat heeft onder meer te maken met de spelbalans. In onze eerste paar potjes koos iedereen veelal hetzelfde personage dat vooral brute slagen uitdeelt. De boogschutterklasse en bijvoorbeeld een klasse met kleinere zwaarden werden volledig genegeerd en zijn ook nog verre van nuttig. De game is te snel om gericht te werk te gaan en het inzetten van een adrenalinemeter op korte afstand is te dominant. De man met een groot schild en brute slagkracht wint het dan makkelijk van andere klassen.

Daarnaast wist Battlecry niet op een andere manier op te vallen. Een soepel spelende game is tegenwoordig een noodzakelijk en allang geen uniek aspect meer. De visuele stijl is opvallend, maar niet per se onderscheidend.

Battlecry is momenteel gewoon wel aardig, leuk om te proberen. En dat is voor een free-to-play game misschien ook wel genoeg om een vast publiek aan zich te binden en zichzelf na release te verbeteren. Battlecry hoeft niet vooraan te staan als het gaat om innovatie; als het maar degelijk in elkaar zit. En dat zit Battlecry. 

Battlecry