Brotherhood vertelt het verhaal van Ezio na alle strubbelingen uit het tweede deel. Volgens Ubisoft hebben we met een ‘oudere en wijzere’ Ezio te maken die inmiddels leider van de Assassin’s is. Op het moment dat hij geïntroduceerd wordt – vrijend op bed met zijn liefje naast ‘m – is er nog geen vuiltje aan de lucht. Maar dan verstoort een binnenvliegende kanonskogel met grof kabaal het liefdesnestje van onze tortelduifjes en is het tijd voor actie. Tenminste, nadat een spiernaakte Ezio eerst even wat kleren aangetrokken heeft natuurlijk.

Overrompelend

De speelbare opening die volgt is er eentje die uiteindelijk door geen andere game overtroffen zou worden op E3. Op het moment dat Ezio vanuit de slaapkamer van zijn villa het dak op springt, zien we een gigantisch leger aan de poorten van de stad kloppen. Immense torens rollen dichterbij, honderden kanonnen vuren hun stalen kogels af op het dorp dat we vorig jaar zo moeizaam opbouwden en duizenden manschappen hebben zich tot de tanden gewapend opgemaakt voor een gemakkelijke overwinning. Maar dan rekenen ze toch echt buiten Ezio, de man onder de controle van de speler, die op zijn beurt weer overrompeld wordt door een briljant uitzicht, in een scène zo puur, groots en actiegedreven als maar kan.



Luttele seconden later zien we onze hoofdrolspeler zijn paard bespringen en door de belegerde en instortende straten van zijn dorp scheuren. Mensen schreeuwen, bakstenen vliegen ons om de oren en burgers rennen in wilde paniek rond. Ondertussen zwenkt de camera spectaculair de hoeken om. Ubisoft belooft meer actie te paard, met de mogelijkheid om ook binnen stadsmuren te rijden, en een beter verzorgde aanvalsmogelijkheden te paard. Voordat we daar echter iets van te zien krijgen is Ezio alweer afgestegen en bezig met het beklimmen van de stadsmuren. Daar voegt hij zich bij zijn verdedigende manschappen, neemt hij plaats achter een kanon en haalt hij zoveel mogelijk wachttorens neer. Maar het is niet genoeg…

Aan de andere kant van het dorp landt namelijk zo’n hoge toren, die openklapt en een klein legertje zwaar bewapende soldaten de stadsmuren op laat stromen. In het gevecht dat volgt krijgen we een voorproefje van de eerder beloofde, zwaardere focus op actie. Er wordt gezegd dat vijandelijke soldaten minder afwachten dan in voorgaande delen, al viel dat eerlijk gezegd in deze demo nogal mee. Niettemin was er meer plaats voor snel, gewelddadig hakwerk. Ezio steekt iemand dood, schiet tegelijkertijd een tweede man neer en de derde man die toevallig direct daarna aanvalt krijgt met een razendsnelle counter een zwaard tussen z’n ribben. Drie neer, nog 20.000 te gaan.

Origineel

Na al dit geweld, mogen we nog een laatste blik werpen op een punt verderop in de game, het Rome van 1503 om precies te zijn. We zijn al bijna door alle superlatieven heen, maar ook dit uitzicht is weer eentje om in te lijsten. Als het eindelijk tijd is om zelf aan de slag te gaan met de game, krijgen we helaas niets van de bovenstaande pracht mee, aangezien we de multiplayer-modus in mogen duiken. Gelukkig verdwijnt die teleurstelling al snel, wanneer blijkt dat de eerste keer dat Assassin’s Creed multiplayer gaat, het direct een paar zeer geslaagde ideeën lijkt door te voeren.



In een notendop komt het er op neer dat elke speler keuze heeft uit één van (in onze sessie) acht speelbare personages. Dit kan een dokter zijn, Ezio zelf, een beul, enzovoorts. Eenmaal in de relatief kleine speelomgeving, is de complete bevolking opgemaakt uit deze acht verschillende personages – waaronder dus jouw tegenspelers. Vervolgens krijgt iedereen een doelwit toegekend en moet jij tussen alle ‘klonen’ zien te ontwaren welk personage nu precies door een menselijke tegenstander bestuurd wordt. Vergeet echter niet dat er ondertussen ook tegenstanders zijn die jou als doelwit hebben. Sterker nog, hoe beter je presteert, hoe meer tegenspelers jou als doelwit doorkrijgen.

Nadat we de spelregels een beetje onder de knie hadden, ontstond er een bijzonder interessant steekspel. Wie rent verraadt zichzelf direct als menselijke speler, maar je wilt toch bij je doelwit in de buurt komen. Meerdere malen stonden we op het punt om iemand om te leggen, totdat opeens een boodschap binnenkwam dat weer een andere huurmoordenaar ons op dat moment op de hielen zat. Wat doe je dan? Wegrennen en je doelwit laten lopen, snel je doelwit afmaken en hopen dat je nog genoeg tijd hebt om weg te komen of het toch zelf op een lopen zetten en hopen dat jouw belager niet snel genoeg is om je te volgen? Het zijn dingen waar we normaal gesproken niet over na hoeven te denken in multiplayer-games, vooral niet nu die markt zo sterk gedomineerd wordt door pure schiet-je-tegenstander-overhoop-games.

Assassin’s Creed Brotherhood zal in zijn singleplayer-bestaan gaan overrompelen en vermaken, daar twijfelen we niet aan. Het is wat we van de serie ondertussen gewend zijn, maar dan iets grootser en spectaculairder. Op multiplayer-gebied verwachten we echter meer verrassingen. Onze eerste indruk verraadde alvast bijzonder intelligente spelelementen die wel eens hele hoge ogen zou kunnen gooien, vooral onder publiek dat misschien teveel van hetzelfde gewend is. Tot die tijd wachten we gewoon netjes af, maar het jaar 1503 mag wat ons betreft morgen al zijn intrede doen.