The Devil's Cartel is een shooter in hart en nieren. Werkelijk, je doet niets anders dan knallen. En natuurlijk het liefste met iemand anders, want aan het samenspel ontleent de serie al zijn charme. Gerard en ondergetekende hebben ongeveer een kwartier naast elkaar gezeten om een level uit te spelen, en het kwam enkel sporadisch voor dat we onze wijsvinger van de trigger konden afhalen. Maar erg is dat niet, want The Devil's Cartel haal je niet in huis voor de intellectuele uitdaging. Het is een coöpshooter pur sang, met laagdrempelige actie die keer op keer garantstaat voor onwijs veel vermaak.

Vermakelijk

Door de lineaire opzet leent het spel zich perfect voor chaotische shoot-outs. In The Devil's Cartel worden je keer op keer scenario’s voorgeschoteld waarin je een ruimte binnenloopt en het vervolgens aan jou en je coöppartner is om die van vijanden te ontdoen. Dat deze opzet steeds terugkeert en je dus weet je wat je kunt verwachten aan het eind van ieder trappenstelsel of na het opentrappen van een deur, maakt de game echter niet minder vermakelijk. Het is juist de kracht van de game.

Zo kun je na het behalen van een bepaalde hoeveelheid punten een soort kortstondige slow motion-modus starten, genaamd Overkill. Je hebt dan oneindig veel kogels en bent onsterfelijk tot het superkrachteneffect wegebt. Zet je Overkill in, dan ontaardt de chaotische actie opeens in een morbide slow motion-ballet voor het oog. Kogels spatten van muren, puin vliegt in het rond en de doorzeefde lichamen van vijanden bungelen dramatisch over elkaar heen.

Het geeft je een ouderwets en oppermachtig ‘fuck yeah!’-gevoel, hoewel The Devil's Cartel ook momenten kent dat het spel het juist moeten hebben van een rustige aanpak, zoals tijdens het flanken van vijanden. De lineaire opzet van de levels ontneemt je dus niet alle vrijheid wat betreft het inluiden van de actie.

Grofweg lomp

Maar laat er geen twijfel over bestaan, uiteindelijk eindigt iedere confrontatie in hectiek en een kogelregel heen en weer. Toch blijf het tof om een goede shoot-out te beginnen met het gooien van een granaat op een drietal nietsvermoedende tegenstanders, zeker gezien The Devil's Cartel bloed en afgescheurde lichaamsdelen niet schuwt. Het is dan ook behoorlijk luguber als ik aan het einde van de sessie op een dak loop en Gerard vanuit een helikopter alle vijanden voor me voor zijn rekening neemt met een stationair machinegeweer. Door alle rondvliegende lichaamsdelen zag ik haast de horizon niet meer.

Army of Two: The Devil's Cartel is dus lomp in iedere zin van het woord. Maar daar hoeft de game zich niet voor te schamen. Ontwikkelaar Visceral weet dat een coöpervaring die schittert door eenvoud niet per se een minder leuke betekent. Ongecompliceerd schieten voor twee dus. Niet meer, maar zeker niet minder.