Woensdag 21 november,
Mijn naam is Joe, ik ben 24 jaar en waarschijnlijk een van de laatste levende mensen in London. Het is hier een puinhoop. Donkere wolken, verlaten straten. De stad ligt bezaaid met allerlei brokstukken en lichamen. Waar moet ik heen? Vanuit een steeg beland ik in een mistige winkelstraat. Domme zet. Uit grauwe nevel klinkt gekreun, gehijg, het geluid van slepende voetstappen. Zombies! Waar moet ik heen?

Een schelle stem uit een luidspreker roept me. "Vlug, het metrostation in!" Even twijfel ik, maar als een bloeddorstig gillend drietal op me afstormt, is de keuze snel gemaakt. Naar binnen, de roltrappen af, via een servicedeurtje een klein hokje in. Een ladder leidt me naar een vreemd ingerichte ruimte vol computers, werkbanken en zelfs een bed. "Kom op," zegt de stem, nu rustiger. "Je hebt werk te doen."

Donderdag 22 november,
Eindelijk weer veilig. Hoop ik. Ik lig op bed maar ik denk niet dat ik een oog dicht doe vannacht. Niet na wat ik vandaag heb gezien. De stem vertelde mij gisteren dat ik zonder de juiste hulpmiddelen niet lang zou overleven, dus moedigde hij mij aan buiten de veilige ruimte te gaan waar hij mij naartoe heeft geleid. Hij zei dat ik de spullen van mijn 'voorganger' moest pakken.

Mijn voorganger... hij lag dood op de toonbank van een verlaten receptie. Ik pak de spullen uit zijn rugzak. Een pasje, een cricketknuppel en een vreemd apparaat waarmee ik de omgeving kan scannen. Een soort tablet. Net nadat ik de spullen had gepakt, kwam hij overeind, als een zombie! Gelukkig zat hij vast tussen de toonbank en het half naar beneden gerolde rolluik, maar van schrik heb ik hem met de cricketknuppel geslagen. En nog eens, en nog eens! Ik denk niet dat ik het beeld van bloed en hersenen dat uit zijn hoofd spoot, ooit nog uit mijn gedachten krijg gewist. Staat hetzelfde lot mij te wachten?

In tranen rende ik terug naar mijn veilige ruimte, waar de stem mij de functies van de tablet uitlegde. Ik kan ruimtes scannen om allerlei verborgen boodschappen te vinden, waarschijnlijk achtergelaten door mijn voorgangers. En er zit een radar op, die gaat piepen als er iets in mijn buurt beweegt. Ik dacht dat ik een hartaanval kreeg toen hij net in mijn veilige haven begon te piepen. Een zombie onder mijn bed! Het bleek uiteindelijk een rat te zijn. Maar toch, ik voel mij nergens echt veilig. Ik moet proberen te slapen...

Vrijdag 23 november,
De nacht lijkt eeuwig. Donkere wolken hebben zich permanent samengepakt boven London. Toch kan ik niet blijven liggen. De stem, die zich heeft voorgesteld als The Prepper, heeft me gesommeerd naar een supermarkt te gaan om zijn communicatiesysteem terug in de lucht te helpen. Ik baan me een weg door het riool en beland in een verlaten woonwijk. Goddank heb ik een pistool gevonden, om de zombies aan te kunnen pakken. Alles om ze zo ver mogelijk bij me vandaan te houden.

Om bij de supermarkt te komen, moet ik een straat oversteken. Waar een handvol zombies doelloos over rondzwalken. Met zes kogels kan ik ze onmogelijk één voor één uitschakelen. Bovendien, de knallen zullen direct de aandacht van de rest trekken. Wat nou als ik de fakkel gebruik die ik onderweg heb opgepikt? Met een welgemikte worp belandt 'ie op een vat met brandstof. De levende lijken strompelen erop af als mieren op stroop. Met één kogel schakel ik ze allemaal uit. Ha!

Oh ja, de supermarkt. Alle deuren zijn gebarricadeerd. Ik klauter over het hek, naar de laadplek. Via het rolluik moet ik naar binnen kunnen. Shit, het alarm! Dat trekt een hele meute ondoden aan. Snel de deur door, naar binnen, de trap af naar de kelder. Met een vlugge scan van mijn tablet werken alle systemen weer. Terug naar m'n schuilplaats. Ik hoef alleen maar terug naar boven en-... aaah, AAAAH! NEE!!

Zaterdag 24 november,
Ik ben Michel, 28 jaar en mogelijk de laatste overlevende in Londen. Een zombieplaag heeft de bevolking nagenoeg uitgeroeid en de straten zijn gevuld met ondoden die mij aan stukken willen scheuren. Nergens lijkt het veilig. De winkelstraat waar ik nu loop lijkt nog rustig... maar ik hoor ze! Uit de mist komen ze, de zombies. Waar moet ik heen? Dan hoor ik een korrelige stem ergens vandaan komen... "Schiet op, ga het metrostation in!" Ik vlucht zo snel mogelijk naar binnen, de roltrappen af, via een ladder naar een nauwelijks verlichte ruimte. "Zo, dit heb je overleefd", zegt de stem. "Maar je hebt maar een paar minuten voordat die rottende lijken deze plek bereiken. Bereid je voor, sluit de boel af!" Net wanneer ik een houten plank tegen het hek dat dit hok afsluit van de buitenwereld wil zetten, zie ik in de verte de eerste zombie aankomen. Hij heeft een rugzak waar een cricketknuppel uit steekt... en ergens lijkt hij naar mij en de ruimte achter mij te kijken... en het te herkennen. "Zie je?" zegt de stem. "Als je nu niet opschiet, ben jij de volgende!"


Later vandaag kun je de ZombiU-recensie lezen van Michel, die nog net lang genoeg in leven kon blijven om hem te schrijven.