Die van Gamescom had ik al op zak, maar ik bleek er nog een te hebben geregeld, ergens een paar weken terug. Daar kwam ik pas achter toen ik hoog nodig naar het toilet moest. Zonder oog voor mijn omgeving – een businesscentre – liep ik met flinke passen richting de wc's af. Tot ik werd tegengehouden door een Gamescom-medewerkster. 'Heb je een GDC-perspas, anders kom je niet binnen'. Shit, het was natuurlijk nog de Game Developers Conference vandaag, de Gamescom begint pas morgen. De gedachte schoot door mijn hoofd, maar werd afgeketst door een tegenaanval. Wacht eens, ik heb me ooit eens geregistreerd voor die beurs en heb netjes een bevestigingsmail hoor.

Begeleid door de lieftallige dame liep ik braaf naar de registratiebalie. Een minuut later had ik een keychain inclusief pas om mijn nek hangen en stond niets me meer in de weg om naar de GDC te gaan. Naar de WC van de GDC althans. Misschien niet de meest prestigieuze plek om ontwikkelaars tegen te komen, maar ik had er een dringende afspraak die niet verplaatst kon worden. Tijd was verder geen issue trouwens, ik had 's ochtends Capcom bezocht en pas s'avonds moest ik eens bij Sony aanschuiven. Er was dus genoeg tijd om rustig rond te kijken wat de GDC nog meer te bieden had.

Zonder afspraken of ook maar enig idee wat ik er voor serieus werk zou moeten doen, kwam ik al gauw bij het perscentrum uit. Even wat drinken na een dag in de brandende zon verdwaald te zijn en de laptop erbij om een impressie te tikken. Het bleek een van de vele perks die een GDC-perspas met zich meebrengt. Met het kaartje ging er een wereld voor me open, die van een Wi-Fi Hotspot die niet gedeeld wordt met 300 livebloggers. En zich op een of andere manier uitstrekt over heel het beurscomplex. Dat ik ook nog een gratis broodje voor mij en Ron kon scoren voor we weer op doorreis moesten, was helemaal bonus. En dat allemaal door me te registreren voor een evenement waar ik niet heen zou gaan. Zo'n GDC-pas is goud waard, zonder poespas.