Eerder was al bekend dat Zenimax Oculus VR aanklaagt vanwege onrechtmatig verkregen vr-technologie. In het online document staan onder meer meerdere e-mailwisselingen uit 2012 tussen Oculus VR-baas Palmer Luckey en John Carmack. Carmack werkte indertijd bij id Software, onderdeel van Zenimax. 

Volgens Zenimax moet onder meer uit deze e-mails blijken dat Carmack in zijn tijd bij id Software de software heeft ontwikkeld waarop uiteindelijk de Oculus-vr-bril werkend is gekregen. Updates van de software zouden meermaals naar Luckey zijn verzonden, alsook specialistische onderdelen.

Op meerdere verzoeken van Zenimax om te praten over een vergoeding zou Luckey in eerste instantie niet hebben gerageerd. Op een later tijdstip zouden onderhandelingen tussen Oculus en Zenimax nergens op uit zijn gelopen, doordat Oculus niet wilde erkennen dat de vr-technologie grotendeels afhankelijk was van Zenimax' betrokkenheid bij het project. Uiteindelijk zou Oculus hebben besloten om Carmack aan te trekken om zo de technische kennis alsnog in huis te halen.  

Testversie 

Zenimax laat weten dat zonder de technische ondersteuning van id Software in de persoon van Carmack, het project niet verder ontwikkeld had kunnen worden. In het document is onder meer een foto te zien van QuackeCon 2012 waar Carmack zou helpen om een testversie van de Oculus: Rift werkend te krijgen. "Op QuackeCon, Oculus, met onvoldoende expertise van virtual reality, kon de aangepaste Rift niet goed aan de praat zonder hulp van Zenimax' technische ondersteuning. Op deze foto genomen op QuackeCon is te zien hoe Carmack de gemodificeerde Rift werkend krijgt voor Luckey".

In de opgetekende tijdlijn wijst Zenimax er ook op dat Luckey gedurende Kickstarter-campagne van de Oculus: Rift zonder overeenstemming met Zenimax beelden gebruikte van Doom 3: BFG Edition en zonder overleg beweerde dat backers een kopie van deze game zouden krijgen als zij het project ondersteunden. 

Zenimax somt op dat Oculus VR zich schuldig zou hebben gemaakt aan contractbreuk, auteursrechtschending, het misbruiken van handelsgeheim, oneerlijke concurrentie, oneerlijke zelfverrijking, merkrechtenschending en het vals vermelden van het gebruik van het product.