Amerika walgt van nieuw videospel

Geweld in games blijft een heikel punt, en altijd rijp voor de zoveelste quasi-wetenschappelijke discussie. Een filmregisseur wordt nog wel eens geprezen om hoe realistisch hij een uiting van zinloos geweld in beeld brengt, op eenzelfde behandeling hoeft een gameontwikkelaar echter niet te rekenen. Zodra een gewelddadig spel in het nieuws komt -dat er aandacht aan wordt besteed daar zorgen felle tegenstanders wel voor - is het weer raak en staan er mensen aan de zijlijn te schreeuwen dat het een slechte invloed heeft op kinderen.

Zo ook tien jaar geleden, toen Rockstar State of Emergency aankondigde, een game van VIS Entertainment over relschoppers. Politici vielen met bosjes over de inhoud van het spel, die het slechte voorbeeld zou kunnen geven. "Het recht van vrije meningsuiting moet niet worden vereenzelvigd met het overtreden van de wet. Dit spel geeft mogelijk die indruk", aldus de woordvoerder van Seattle's burgemeester. 

'Mogelijk die indruk' lijkt nogal een zwakke reden om een game zijn bestaansrecht te willen misgunnen, maar vormt gek genoeg juist het argument dat samengaat met verwoede pogingen om gewelddadige games te laten verbieden, of op zijn minst te voorzien van een strenge leeftijdsclassificatie. Zo eens in de zoveel tijd komt er weer een onderzoek, waarin bewezen dan wel ontkracht wordt dat het spelen van games en uitingen van geweld ook echt met elkaar in verband staan.

Nu moet gezegd worden dat Rockstar het vorige decennium ook wel behoorlijk zijn best heeft gedaan om met controversiële games te komen. Pak er een willekeurige game bij van de ontwikkelaar en je zult op de Wikipedia-pagina het kopje 'Controversy' zien pronken. We noemen een Bully, Grand Theft Auto III en natuurlijk State of Emergency. Dit decennium heeft Rockstar zich vooralsnog enkel van zijn serieuze kant laten zien, met Red Dead Redemption en L.A. Noire. Maar met de onvermijdelijke onthulling van Grand Theft Auto V kunnen de fakkels en rieken ongetwijfeld weer van stal gehaald worden.