In een blogpost beschrijft NVidia hoe G-Sync anders is dan voorgaande oplossingen voor de wisselwerking tussen videokaarten en monitors. Volgens Andrew Burnes was het voorheen zo dat grafische kaarten zich aanpasten aan de zogeheten refresh rate van PC-schermen, dat terwijl deze tegenwoordig niet meer constant hoeft te zijn.

Bij G-Sync is het juist andersom, aldus Burnes, wat een aantal bekende problemen van gamen op een PC moet oplossen. Hij hekelt de huidige oplossing, het al dan niet inschakelen als VSync om de grafische output van een videokaart te verenigen met de beelden die op een monitor getoond worden. Als Vsync uitstaat, kan er screen tearing ontstaan. Het aanzetten van de optie vormt echter een grotere aanslag op de grafische capaciteit en kan ook input lag veroorzaken.

G-Sync moet dit verhelpen. Het gaat om een module die Nvidia voorgeinstalleerd wil leveren bij bepaalde PC-schermen. PC-gebruikers kunnen de module echter ook zelf installeren. Om van G-Sync gebruik te maken, is wel minimaal een NVIDIA GeForce GTX 650 Ti Boost nodig als videokaart.