Doordat een meerderheid in de Tweede Kamer hier op tegen is, zal de komst van een verbod op dergelijke games onwaarschijnlijk zijn. PvdA, SP, VVD en Groenlinks reageerden allen negatief op een verbod. PVV en D66 zijn "hoogstwaarschijnlijk" tegen een verbod. Deze partijen hebben in totaal 120 zetels in de Tweede Kamer.

"Je kunt nooit objectief bepalen wat extreem gewelddadig is", aldus Martijn van Dam van de PvdA. Volgens hem is het niet aan de overheid om dergelijke grenzen te stellen en veel politici zijn het met hem eens. "Er zijn nu ook al grenzen. Het is al verboden om in spellen aan te zetten tot haat of geweld."

Betere handhaving

"Er is nooit een causaal verband vastgesteld tussen games en agressie", aldus Tofik Dibi van GroenLinks. Wel vindt hij dat verkopers de leefdtijdsclassificatie beter moeten handhaven, net als SP-Kamerlid Sharon Gesthuizen. Ze voegt toe: "De SP is tegen een verbod."

Tweakers verwacht dat de PVV en D66 ook tegen een verbod op gewelddadige games zullen zijn. Zo heeft een medewerker van de PVV in een mailwisseling met een kiezer gemeld dat zij "een verbod op gewelddadige games en video's niet ziet zitten." D66 meldde in het verkiezingsprogramma dat de partij het niet als taak van de overheid ziet om beleid te ontwikkelen voor de inhoud van games.

Brief

Eerder dit jaar schreef minister van Justitie Hirsch Ballin van CDA een brief aan de Tweede Kamer waarin hij een verbod op gewelddadige games voorstelde als winkelketesn er niet in slaagden games uit handen van te jonge spelers te houden. Vorige week meldde Hirsch Ballin na Kamervragen van Groenlinks wederom dat een verbod een goede optie zou zijn. Op 15 september wordt de brief in de Tweede Kamer besproken. Dan zal er meer duidelijkheid onstaan over de gevolgen van de inhoud van de brief.