Tofik wijst Hirsch Ballin op een onderzoek van een psycholoog waaruit volgens het kamerlid "juist zou blijken dat er geen enkele reden bestaat" om een verbod op extreem gewelddadige games in te voeren. Hirsch Ballin vermeldt in zijn brief nog een aantal andere onderzoeken, gepubliceerd in de periode 1995 tot 2004, welke volgens de minister aan zouden tonen dat gewelddadige games schadelijk zouden zijn voor de geestelijke ontwikkeling van kinderen.

De minister schrijft dat een algeheel verbod op gewelddadige games volgens de wet niet mogelijk is, maar dat de wet het alleen mogelijk maakt om dergelijke spellen te weren van kinderen onder de zestien jaar. Een algeheel verbod is volgens Hirsch Ballin alleen mogelijk indien het om een televisieprogramma gaat, wanneer het schadelijk is voor de ontwikkeling van jongeren onder de zestien jaar.

Verantwoordelijk

Het is volgens Hirsch Ballin 'primair' aan de ouders om minderjarige kinderen geweldaddige games niet te laten spelen, maar de overheid moet bijspringen indien ouders "deze verantwoordelijkheid niet kunnen of willen nemen". De minister sprak vorig jaar met brancheorganisaties en winkels af dat de verkoop van gewelddadige 16+ games aan te jonge spelers binnen drie jaar teruggedrongen moet worden tot dertig procent.

Wordt deze doelstelling niet gehaald, dan is het volgens Hirsch Ballin "in het belang van de bescherming van kinderen" dat er een verbod komt op de "openbaarmaking of verspreiding" van extreem gewelddadige games.

Het GroenLinks-kamerlid vroeg Hirsch Ballin tevens of het plan van de minister om alleen een verbod op games in te voeren en niet op andere vormen van entertainment als films, niet als "willekeur" overkomt. Hirsch Ballin schrijft dat er voor een verbod op extreem gewelddadige games meer draagvlak bestaat en dat games meer schadelijke gevolgen zouden hebben dan andere vormen van video-entertainment.