Dit is de tweede keer dat de Verbraucherzentrale Bundesverband (VZBV) tevergeefs probeert via de rechter de doorverkoop van licenties op digitale producten af te dwingen. De consumentenbond toonde zich in juli vorig jaar nog hoopvol, nadat het Europese Hof van Justitie in 2012 had bepaald dat uitgevers de doorverkoop van digitale licenties niet mogen verbieden.

Uitputtingsdoctrine

De bond beriep zich op de zogenaamde uitputtingsdoctrine binnen de auteurswet. Volgens dit juridisch principe is de doorverkoop van een product waar auteursrecht op rust geen schending van de wet. Na de eerste aankoop is de claim van een rechthebbende namelijk 'uitgeput'. In het Nederlands recht is de doctrine terug te vinden in artikel 12b van de Auteurswet. Omdat het Europese Hof van Justitie bepaalde dat de uitputtingsdoctrine ook toepasbaar was op softwarelicenties, besloot de VZBV Valve opnieuw aan te klagen, na een onsuccesvolle poging in 2009.

In 2009 hoopte de consumentenbond voor elkaar te krijgen dat uitgevers de doorverkoop van online game-profielen voor multiplayer zouden toestaan. De rechtbank bepaalde toen dat uitgevers niet gedwongen konden worden om doorverkoop mogelijk te maken. 

Onderscheid software en games

De reden dat de rechter de consumentenbond in het ongelijk stelt, is omdat hij onderscheid maakt tussen computersoftware en computergames. Omdat een game ook audiovisuele elementen bevat, blijven games onder de uitspraak van 2009 vallen. Computergames zijn volgens de Duitse rechtbank namelijk "niet alleen maar computersoftware". Valve kan daarom niet gedwongen worden om in Steam de mogelijkheid tot doorverkoop in te bouwen. De Duitse consumentenbond heeft nog wel de mogelijkheid om tegen de uitspraak in beroep te gaan.