Half-Life, volgens sommigen het beste spel ooit, anderen willen zo ver net niet gaan. Maar feit blijft dat Half-Life met meer van 50 awards hét spel van 1998 is. Het is wel duidelijk dat Half-Life niet gewoon de zoveelste shooter was. De graphics waren goed, ook al moest Half-Life het daar nog niet eens van hebben. Meteen vanaf het begin van het spel word je erin getrokken. Het vrij simpele verhaal wordt op zeer goede wijze verteld, de scripted events zorgen hier voor nog meer diepgang. Er zat erg veel variatie in het spel, voor die tijd waren de levels erg interactief, de vijandelijke AI was zeer goed, veel en gevarieerde wapens.

Half-Life met zijn open einde en miljoenenverkoop smeekte om een opvolger. En nadat we even zoet zijn gehouden met 2 add-ons (waarvan de eerste overigens erg leuk was) werd het vervolg begin vorig jaar eindelijk aangekondigd. Vijf jaar lang is Valve in het geheim al bezig geweest met het ontwikkelen van Half-Life 2. Vijf jaar lang werkend in hun bunker in Seattle, van de buitenwereld afgesloten en zonder ook maar een woord te zeggen. Na de aankondiging van hét vervolg op dé first person shooter, kwam de hype al zeer snel weer op gang. De verwachtingen waren hoog gespannen.

Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: Half-Life 2 maakt veel van de verwachtingen waar. Goede graphics, gameplay, boeiend verhaal, sfeer, variatie, physics, alles is aanwezig.

Rise and shine Mr. Freeman, rise and shine

Het spel speelt zich 10 jaar na de originele Half-Life af. Opnieuw spelen we de figuur Gordon Freeman, een inmiddels 37 jaar oude wetenschapper. Niet echt de doorsnee gameheld. Maar laat je niet al te veel door zijn uiterlijk misleiden. Gordon mag dan misschien niet een gespierde Duke Nukem zijn, toch was hij het die in Half-Life vrijwel in zijn eentje een buitenaardse overname wist te verkomen. Ook in deel 2 is het weer ‘up to Gordon’ de wereld te redden.

In de 10 jaar die er tussen Half-Life en Half-Life 2 voorbij is gegaan, heeft de wereld niet stil gestaan. In tegendeel. Er is van alles veranderd. Freeman werkt niet langer in de Black Mesa Research Facility, het onderzoekscomplex waar de originele Half-Life zich voor een groot deel afspeelde, maar is nu blijkbaar in dienst van de G-man. Ook de G-man kennen we nog uit Half-Life, de mysterieuze man in het blauwe pak, die vaak op de meest vreemde plaatsen in het spel opdook. Voor de speler lijkt het eerst alsof Half-Life 2 zich direct na het eerste deel afspeelt. Je begint in een treintje en tegenover je zie je opnieuw de G-man. Blijkbaar heeft hij het de afgelopen 10 jaar ook druk gehad, voor een cursus engels heeft hij duidelijk geen tijd gehad. Hij praat nog steeds even moeilijk als in het eerste deel.

“So, wake up, Mr. Freeman. Wake up and smell the ashes.”

Welcome, welcome to City-17

Als de G-man is uitgepraat, stopt de trein op het station van een nog onbekende plaats. Ook in Half-Life 2 begin je weer zonder wapens en moet je de boel een beetje verkennen. Het doel hiervan is dat je meteen een vrij duidelijk beeld krijgt van de wereld waarin je terecht bent gekomen. Als je uit de trein stapt is een groot scherm aan de muur het eerste dat opvalt. Op dit scherm zie je een aardig ogende man. Hij verwelkomt je in City-17 en verteld hoe mooi alles hier wel niet is en dat hij trots is een inwoner van deze stad te zijn. Overal in de stad hangen dergelijke schermen, en op alle schermen is dezelfde persoon te zien. Het is blijkbaar een belangrijk persoon in City-17. Deze dr. Breen blijft maar vertellen hoe mooi het leven in City-17 is, en wat een geluk de inwoners hebben. Maar zijn woorden staan in schril contrast tot wat er op het station en in de straten van City-17 te zien is. Er heerst een grimmige sfeer. Er wordt nauwelijks gepraat, iedereen kijkt somber naar de grond, mensen slenteren langzaam door de straten, er worden mensen ondervraagt en in elkaar geslagen, woningen worden binnen gevallen en ontruimt, overal hekken, camera’s, scanners, checkpoints, enzovoorts. Het is overduidelijk dat de burgers hier in onderdrukking leven. Dit hoor je ook in de verhalen van enkele burgers die toch het lef hebben om te praten. Mensen vermist, anderen opgepakt, huizen leeg gehaald, iedereen in de war. Verantwoordelijk hiervoor zijn de zogenaamde Combine. Wie of wat de Combine is, is onbekend en blijft vaag. Net zoals erg veel andere dingen in het spel. Wie is dr. Breen? Wie is de G-man nou eigenlijk? Wat is er in de afgelopen 10 jaar precies gebeurd? Veel blijft vaag. Maar dankzij oude en nieuwe bekenden kom je steeds iets meer over jezelf en het verhaal te weten. Verder moet je zelf opzoek gaan. Je moet alleen wel het geduld hebben om door te blijven vragen en om goed in het rond te blijven kijken. Er wordt dus maar weinig voorgekauwd, je moet het verhaal echt zelf uit het spel trekken.

Combine zijn lui waar niet mee valt te spotten, zeker niet als je ongewapend bent.

Wanneer je eindelijk weer in je oude vertrouwde HEV suit stapt en je minstens zo vertrouwde crowbar weer in handen hebt, kan de actie pas echt beginnen. En aan actie geen gebrek in Half-Life 2. Of je nou met je airboat door de half opgedroogde wateren rond City-17 vliegt, zombies tweeëndeelt in het uitgestorven Ravenholm, in een buggy over van AntLion vergeven zandvlaktes rijdt of in de straten van City-17 deelneemt aan een totale oorlog tegen de Combine. Actie verzekerd.

Dankzij een klein ongelukje ontdekt dr. Breen dat Gordon Freeman in City-17 is. Hij ziet je meteen als een gevaar (en terecht) en maakt het direct een prioriteit van de Combine om je te pakken. Vanaf dat moment is het rennen geblazen. Voortduren moet Gordon voor de machtige Combine vluchten. Door de straten van City-17, door het riool van City-17 en door wateren rondom City-17. Constant voel je de hete adem van de Combine in je nek. Je hebt steeds een opgejaagd gevoel en er is nauwelijks tijd om te ademen, laat staan om rond te kijken en van de omgevingen te genieten. Dit is toch wel jammer, want de omgevingen zien er vaak werkelijk prachtig uit. Ik was dan ook erg blij als er even niks om me heen gebeurde, en ik de tijd had rustig de omgevingen te bekijken en de gebieden te verkennen. Gelukkig geeft Half-Life 2 je wel regelmatig die tijd. De balans tussen actievolle en rustige momenten is erg goed. Als je naar actie begint te snakken, duurt het vaak niet lang voordat je die krijgt en andersom.

Het riool van City-17, waar je wel grotere zorgen hebt dan de stank.

Tegenstanders

Tijdens het spelen vormen de Combine steeds je grootste bedreiging. Deze gemaskerde personen komen met behoorlijk wat man- en vuurkracht en zullen niet rusten voordat jij het onderspit delft. Ze flanken en maken redelijk gebruik van de omgeving om dekking te zoeken. Verwacht verder geen opvallend slimme dingen van de Combine, want wat AI betreft legt Half-Life 2 de lat niet veel hoger. De AI is gewoon degelijk. Dit betekend echter niet dat je tegenstanders ongevaarlijk zijn, want je ziet ze eigenlijk ook maar zelden domme dingen doen. En samen met hun pantservoertuigen, helikopters, manhacks, gunships, dropships en vooral Striders kunnen ze je flink wat schade toedienen. De Striders zijn ook meteen de meest indrukwekkende tegenstanders die je in Half-Life 2 tegen zult komen. Het zijn 3-potige, spinachtige vechtmachines van zo’n 15 meter hoog. Tussen zijn benen hangt een zwaar machine geweer, waarmee de Strider in zeer korte tijd massa’s mensen om zeep kan helpen. Zijn secundairy attack is al helemaal een waar kanon dat zelfs gebouwen niet heel laat. Als je het van zo’n Strider wilt winnen, kun je maar beter zorgen dat je altijd dekking en veel ammo in de buurt hebt.

“Strider! Get the hell out of here!” En dat is vaak ook wel het slimste.

Een veel minder grote dreiging dan het Combine leger vormen de Xen aliens. Toch zijn ook deze beslist niet ongevaarlijk. Natuurlijk is, net als in deel 1, de Headcrab in Half-Life 2 weer volop van de partij. Ze zijn weer even irritant als ze altijd geweest zijn. In Half-Life 2 zitten zelfs 2 varianten die nog irritanter zijn, de snelle variant en de giftige variant. Ook zitten de Zombies er weer in. Ze zijn langzaam en je hoort ze door hun gekreun en gekrijs van verre al aankomen. Een veel grotere uitdaging vormt de zogenaamde ‘Fast Zombie’, deze geïnfecteerde honden zijn ongelofelijk snel en kunnen ook nog eens een flinke klap uitdelen. Het ene moment hoor je alleen maar een vaag geschreeuw in de verte, het volgende moment springt hij recht voor je voeten. Dit kan soms behoorlijk schrikken zijn.

Andere vervelende aliens zijn de AntLions. Het zijn insectachtige wezens die hard kunnen rennen en ver en hoog kunnen springen. Ze leven in het zand, de meeste zandvlaktes in Half-Life 2 zijn dan ook exclusief territorium van de AntLions. Heel erg sterk zijn ze niet, maar als je eenmaal in hun territorium komt, komen ze met heel veel tegelijk in een constante stroom uit de grond. Verstandiger is het om van rondslingerend materiaal een soort van brug over de zandvlakte te maken. Later in het spel kom je er achter dat de AntLions ook een goede kant hebben.

Het aantal verschillende tegenstanders in Half-Life 2 is in vergelijking met het eerste deel niet erg groot, al zit er wel veel variatie in de verschillende vijanden en de manier van aanvallen. Fans van de originele Half-Life zullen vooral de gigantisch grote tegenstanders en eindbazen missen. Grote aliens zoals de gevaarlijke, groene Tentacle die je op alternatieve manier moet verslaan, zitten er niet in.

Teammates

Natuurlijk sta je er in Half-Life 2 niet helemaal alleen voor. Je krijgt regelmatig hulp van mensen met dezelfde doelen als jij. Zo kom je een aantal oude bekenden tegen die de overstap naar Half-Life 2 hebben gemaakt. Je oude mentor en Black Mesa wetenschapper: doctor Kleiner, een andere bekende wetenschapper uit Black Mesa: doctor Eli Vance en natuurlijk security guard Barney. Nieuw is de dochter van doctor Vance: de charmante Alyx. Deze vier personen spelen een zeer belangrijke rol in het verhaal en mogen daarom niet sterven. Gelukkig zijn er ook vele naamloze rebellen die je te hulp schieten. Voor de rebellen is Gordon Freeman inmiddels een ware Messias geworden, dus ze vechten en sterven maar al te graag aan jouw zijde. En sterven doen ze. Maar gelukkig wordt je team automatisch weer aangevuld als er iemand dood gaat. Met behulp van een paar simpele drukken op een knop kun je je teamleden commando’s geven. Je kunt ze naar bepaalde locaties sturen of laten hergroeperen. Ondanks dat je de status van Messias hebt, luisteren je teamleden helaas niet altijd even goed naar je commando’s. Zodra ze een vijand in het vissier krijgen, hebben ze een eigen willetje. Zo is het me meerdere keren overkomen dat ik samen met mijn team door de straten van City-17 loop en ergens in de buurt is een Strider. Deze Strider heeft ons niet door. ‘Fijn houden zo,’ denk ik dan, het laatste wat ik wil is een Strider achter me aan. Mijn teamleden denken daar blijkbaar anders over, want die beginnen met hun zwakke wapentjes als een gek op dat beest te schieten en trekken zo zijn aandacht. Natuurlijk maken die verzetsstrijders geen kans tegen een Strider en het gevolg is een constante stroom verzetsstrijders die zich de dood in loopt. Handig als afleidingsmanoeuvre misschien, maar meer ook niet.

Graphics

Op grafisch gebied Half-Life 2 zeker een van de mooiere spellen die er op het moment zijn. Valve’s Source engine weet erg mooie plaatjes op het beeld te toveren. Of het nu een groot, uitgestrekt havengebied is, de straten van een Oost-Europese stad of benauwde, donkere, ondergrondse gangen. Het ziet er allemaal gelikt uit. Het is soms moeilijk te geloven dat het een fantasiewereld is, bedacht en gemaakt door de mensen van Valve. Door het oog voor detail en het knappe leveldesign voelt het als een levendige en realistische wereld aan. En door het kleurgebruik krijgt Half-Life 2 ook een geheel eigen en herkenbare look. Wel zit er af en toe eens een klein grafisch bugje in Half-Life 2, zoals de beruchte schaduw bug, en ook niet elk gebied in het spel zit er even gedetailleerd en levendig uit, maar dit mag de pret niet drukken.

De Citadel, blijkbaar het centrum van de macht van de Combine. Het blijft een schitterend gezicht om dat ding overal bovenuit te zien torenen.

Ook is het duidelijk dat Valve erg veel tijd en werk in de gezichten van de personages in het spel heeft gestoken. Nooit eerder zag ik in een computerspel zulke realistische gezichten. Natuurlijk zitten er in wel meer moderne spellen mooie karaktermodellen met mooie gezichten, maar zodra zij beginnen te bewegen en praten zie je weer dat het maar een spelletje is. In Half-Life 2 is dit niet het geval. De animaties van het lichaam zijn zeer mooi en de personages kennen een groot aantal gezichtsuitdrukkingen die zijn of haar emoties erg realistisch weergeven. Hierdoor komt elk karakter uit het spel overtuigend over. Je kunt je aan bepaalde personages uit het spel gaan hechten en anderen juist erg gaan verafschuwen.

Geluid

Ook het geluid in Half-Life 2 is goed verzorgd. De muziek in het spel past erg goed bij de omgeving en de hoeveelheid actie. Op rustige momenten hoor je nauwelijks muziek, maar zodra de actie begint de komen, begint de muziek ook te spelen. In het horrorlevel Ravenholm klink spooky muziek en op emotionele momenten hoor je zelfs een zacht en treurig pianomuziekje. En als je je Hazardsuit in stapt hoor je het bekende Valve theme even keihard door je speakers. De muziek draagt vaak erg goed bij aan de sfeer. De stemmen van de personages zijn ook goed ingesproken, dit zorgt ervoor dat de ze zelfs nóg iets overtuigender overkomen. De stemmen zijn alleen niet altijd even goed te verstaan. Zo is de speech van dr. Breen via de grote televisieschermen niet altijd even goed te volgen. En de Vortigaunts, de Xen aliens die nu aan jouw kant staan, praten zo mogelijk nog onduidelijker. Op momenten als deze is het toch wel weer handig dat Valve Half-Life 2 van ondertiteling heeft voorzien. Net zoals de Grunts in Half-Life hebben de Combine in Half-Life 2 weer erg stoere stemmen. In combinatie met de leuke dingen die ze zeggen, zorgt dit weer voor zinnetjes die tijden in je kop kunnen blijven zitten. Voor de mensen die de originele Half-Life gespeeld hebben, zullen een aantal geluiden in Half-Life 2 vertrouwd in de oren klinken. Valve heeft namelijk een aantal geluiden in Half-Life 2 hetzelfde gelaten, zoals het geluid van de medical en energy chargers en het geluid van een opengaande deur. Ook in het geluid valt het oog, of beter gezegd het oor voor detail op. Zo hoor je Combine met elkaar communiceren, hoor je een zacht piepgeluid wanneer een combine dood gaat en maakt een metertje in je Hazardsuit een krakend geluid wanneer je dicht bij radioactief afval komt. Verder valt het op dat wapens in verschillende omgevingen een ander geluid maken. In de open lucht klinkt alles anders dan in een tunnel, en in de havengebieden hoor je de echo van bijvoorbeeld een handgranaat klinken. Het geluid van de wapens zelf is ook gewoon goed. Al klinken sommige wapens wel iets te zwak. Maar het geluid van de pulse rifle klinkt indrukwekkend, om nog maar de zwijgen over het geluid dat de 15 meter hoge Striders maken.

Wapens

De hoeveelheid wapens in Half-Life 2 is met zijn 11 stuks vrij beperkt. Van die 11 wapens zijn een groot aantal ook nog eens afkomstig uit het eerste deel. Zo zien we de crowbar, magnum, submachine gun (SMG), shotgun, crossbow en rocket launcher terugkeren. Nieuw is de Pulse Rifle. Deze Pulse Rifle is een zeer krachtig machine geweer van de Combine, en dus eigenlijk een grotere broer van de standaard SMG. De secundairy attack van dit geweer is wel erg fraai. Als secundairy attack schiet hij namelijk grote, stuiterende energieballen af. Met een goed gemikt schot kun je hiermee in één klap een hele groep tegenstanders letterlijk tot stof doen wederkeren. Maar de leukste wapens uit Half-Life 2 zijn de Pherapods en de Manipulator. Pherapods, beter bekend als ‘bug bait’ zijn rare balletjes die de geur van een AntLion Guard uitscheiden. Deze geur doet blijkbaar iets heel raars bij de AntLions, want vanaf het moment dat jij deze Pherapods in handen hebt, zien de AntLions je als hun leider. Waren het eerst nog irritante beesten die je in grote getale het leven zuur maakten, nu helpen ze je juist het leven van de Combine moeilijk te maken. Je hoeft alleen maar zo’n balletje in de richting van de vijand te gooien, en de AntLions gaan er als makke lammetjes op af. Al is dat misschien niet helemaal een goede vergelijking, in een grote zwerm zijn die AntLions toch wel iets dodelijker dan de meeste lammetjes. Het geeft een goed gevoel om van een afstandje toe te kijken hoe jouw AntLions de vijand afmaakt en al het werk voor je opknapt.

Maar hét grote speeltje van HL2 is toch wel de Manipulator. Een gereedschap dat oorspronkelijk werd gemaakt om zware dingen op te pakken en te verplaatsen. De Manipulator functioneert echter ook prima als wapen. Je kunt er objecten mee oppakken en met een rotvaart weer weg smijten. Het liefst in de richting van een tegenstander natuurlijk. En je kunt echt met van alles gooien: houten kratten, ijzeren tonnen, kastjes, bureaus, verfblikken, televisies, flessen, maar ook met nog dodelijkere voorwerpen zoals: explosieve tonnen en cirkelzagen. Vaak is één rake klap genoeg. Verder kun je dit wapen gebruiken om onbereikbare dingen naar je toe te trekken. De Manipulator is een van de leukste en origineelste wapens die ik ooit in een FPS heb gezien en zorgt voor uren plezier.

Physics

Heb je het over de Manipulator, dan heb je het automatisch ook over de physics. Physics spelen een zeer grote rol in de gameplay van Half-Life 2. Je moet gebruik maken van de physics om verder in het spel te komen. Vaak moet je bijvoorbeeld kisten opstapelen om zo in een hoger gelegen gebied te komen. Ook zitten er in het spel veel puzzels die gebruik maken van de physics. Zo moet je bijvoorbeeld een keer de ene kant van een soort van wip verzwaren met stenen en anderen rommel. Hierdoor gaat de andere kant omhoog waardoor je een nieuw gebied in kunt lopen. Op zich erg leuk natuurlijk, alleen zo’n beetje elke puzzel valt terug op dit wipwap- of hefboomprincipe. Veel puzzels lijken hierdoor op elkaar. Een beetje variatie had geen kwaad gekund, want na de eerste paar puzzels begint het wel erg makkelijk te worden.

Dit geldt trouwens voor bijna het hele spel. Bijna het hele spel spreekt voor zich en het is vaak overduidelijk waar je heen moet. Vooral mensen die de originele Half-Life hebben gespeeld, zullen zelden even vast komen te zitten. Dit is toch wel jammer, want een beetje uitdaging kan nooit kwaad. De moeilijkheidsgraden easy en medium vormen al helemaal nauwelijks een uitdaging, dus eigenlijk is op hard spelen gewoon een ‘must’.

Is it really that time again? It seams as if you only just arrived..