Modern Warfare één is het beste schietspel dat ik deze consolegeneratie gespeeld heb. Ook omdat ie op het juiste moment kwam. De Call of Duty-serie had een jaar voor die game veel krediet verloren. Call of Duty 3 was in mijn ogen vermakelijk, maar Call of Duty 2-spelers zagen maar weinig in de het werk van de nog tamelijk onbekende ontwikkelaar Treyarch. Dat het derde deel ook nog eens niet op de PC uitkwam, zorgde er bovenal voor dat het spel het mikpunt werd van vele fanboy-tirades op het internet.

Call of Duty Ghosts

Ik had het mis

Maar toen was daar de E3. Door de demonstratie van Call of Duty 4 op het podium van Microsoft was vriend en vijand opnieuw enthousiast. Want wauw, wat zag het er spectaculair uit. Mijn verwachtingen waren dat jaar nog hoger gespannen dan het geval was met de lancering van Call of Duty 2. Infinity Ward stelde vervolgens niet teleur. De serie was met Call of Duty 4 in één klap weer de meest relevante shooter. De killstreaks, het klassesysteem, de perks, de keuzevrijheid, de snelle gameplay, de ruime hitboxes: Call of Duty 4 is de grondlegger van vele hedendaagse trends in zijn genre.

Alle delen die volgden heb ik gespeeld en gerecenseerd. De ‘innovatie’ ging in alle delen na Modern Warfare vooral schuil in de uitgebreide mogelijkheden. Meer killstreaks, meer perks, meer gadgets: kwantitatieve vooruitgang is na al die delen niet genoeg als de gameplay er nauwelijks beter op is geworden. Call of Duty is na deel vier nooit écht slecht geweest (met name de eerste Black Ops was een prima shooter), maar het faalde erin de liefde weer op te wekken. Ik was van mening dat ook Black Ops II daar niet in was geslaagd.

Dat had ik mis.


League Play – Champions Series

Black Ops II is van minder grote impact dan Call of Duty 4 en verdient dus minder lof. Absoluut. Dat neemt niet weg dat ik achteraf in mijn recensie een belangrijk speerpunt bleek te hebben gemist. “De aanpassingen kunnen een veelgehoord kritiekpunt niet verhelpen: de multiplayer in Black Ops 2 is zelfs voor Call of Duty-begrippen weinig innoverend”, schreef ik toen. Maar toen had ik de diepgang van Champions Series in League Play nog niet ontdekt.

Champions is Call of Duty volgens de regels van de community. Veel perks, wapens en killstreaks zijn in Champions uitgeschakeld omdat ze te veel impact hebben op het teamspel en de tactiek. Je doet maar een handjevol kleine maps aan en speelt altijd in een team met drie medespelers tegen vier tegenstanders. Je team in Champions baat gigantisch bij het kundig communiceren van je positie en het nauwkeurig volgen van één tactiek. Succes is compleet afhankelijk van hoe goed jij en je teamgenoten op elkaar zijn ingespeeld.

Champions is Teamplay met een hoofdletter T. Het heeft geen Team Deathmatch-achtige modi. Wél bevat het Hardpoint, een soort van King of the Hill met roulerende ‘hills’. Hardpoint is hard werken. Het is van belang dat je weet welke punten je waar moet bezetten zodat je in feite regisseert waar je teamgenoten spawnen. Je spreekt af wie waar blocks zet om die punten (anchor points) te kunnen verdedigen, maar moet tegelijkertijd ook nog de Hardpoint bezetten. Hoe dichter je bij de Hardpoint spawnt, des te gemakkelijker die te verdedigen is.

De andere modi doen daar tactisch niet voor onder. Search and Destroy is dankzij de Champions-regelgeving niets minder dan Counter-Strike. Dat Capture the Flag draait om de wisselwerking tussen verdedigen en aanvallen, dat wijst zichzelf uit. De Champions Series  is zo competitief en tactisch dat het in schril contrast staat met een potje Team Deathmatch tegen vijftien anderen in een publieke server. Champions heeft het spel voor mij nieuw elan gegeven. Elan dat in de vorige delen na maanden spelen als sneeuw voor de zon verdween.

Opgefokte kids

Er is een reden dat sommige mensen bij Call of Duty denken aan een game voor opgefokte kiddo’s die maling hebben aan iedere vorm van diepgang. Dat is niet verwonderlijk omdat de game zich inderdaad zo laat spelen in publieke servers. Maar als je het teamspel in Champions serieus neemt, je beter wordt en met je teamgenoten stijgt op de season ladder, ontpopt er zich een diepere laag die Call of Duty nog nooit rijk is geweest. Champions Series is het resultaat van tweaken, tweaken en nog eens tweaken – net zo lang tot de balans nagenoeg perfect is.

Ik heb nu al iets minder dan een half jaartje een min of meer vast Champions-team. We zijn in rappe vaart vrij goed geworden en vermaken ons als gelauwerde shooterspelers de ballen uit onze broek.  Wie net als ik met tranen van geluk terugdenkt aan de hoogtijdagen van Rainbow Six, Counter-Strike en andere vroege, competitieve e-sports-achtige shooters, moet dit echt spelen. Zeker zij die na al die delen denken dat de serie niet aanzienlijk gegroeid is.