1) Simplistische basisprincipes

Hoe verder je terugkeert naar de beginjaren van videogames, des te eenvoudiger de opzet van de spellen die je treft. Dat is met name het geval bij retrogames die stammen uit het NES- en SNES-tijdperk. Zo worden Super Mario Bros. (3), Metroid en The Legend of Zelda nog steeds geprezen om hun simplistische, doeltreffende en vooral tijdloze gameplay.

Dat is de kracht van klassieke spelconcepten: ze hanteren één basisprincipe waarmee je je door de weloverwogen uitwerking keer op keer kunt vermaken. Dat heeft tevens te maken met de beperkte kracht van oude hardware: een spel kon niet uit veel meer dan basale gameplay bestaan. Als de kern van een spel niet goed was, dan viel het vroeger onmiddellijk door de mand. Dat ligt anders bij moderne spellen, die veel gecompliceerder zijn. Tegenwoordig teren games op verschillende vormen van actie, vele manieren om te manoeuvreren en een verscheidenheid aan modi en beloningen.

Oude ontwikkelaars werden gedwongen de kern van hun spel te perfectioneren, waar moderne studio’s steeds vaker de nadruk op allerlei randzaken leggen. Deze trend komt de kwaliteit van de gameplay niet altijd ten goede. Zo vervalt het schieten in schietspellen steeds vaker tot bijzaak en stelt de kern van de actie daardoor uiteindelijk teleur (met Brink als schoolvoorbeeld en Max Payne 3 als plezante uitzondering).

 

2) Grotere uitdaging

Ironisch genoeg zijn juist die klassieke games met hun doorzichtige gameplay vaak een hel om uit te spelen. Dat in tegenstelling tot veel moderne spellen, waarvan je zou zeggen dat de complexere opzet ervoor zorgt dat ze moeilijker zijn. Populaire games zijn simpeler te doorlopen dan ooit tevoren. Zeker vergeleken met retrogames, maar ook vergeleken met veel games die tijdens de vorige consolegeneratie zijn uitgekomen. Levensbalkjes, handmatig saven, meerdere levens en med kits; steeds vaker zijn het zeldzaamheden.

De vraag 'waarom?' is retorisch, want natuurlijk heeft de lagere moeilijkheidsgraad van games te maken met de populariteit van gaming vandaag de dag. Veel meer mensen dan voorheen kopen games, dus moet een nieuwe game zo veel mogelijk mensen aanspreken. En veel mensen, die zitten niet de hele dag op hun zolderkamer om één level verder te komen in de eerste chapter van de volgende Call of Duty. Mits een ontwikkelaar geen specifieke doelgroep wil bedienen als de ware oorlogsfanaat of RPG-fan, ligt de focus steeds vaker op het creëren van een vloeiende, bijna verzorgende ervaring waarmee iedere speler uit de voeten kan.

3) Langere avonturen

Een veelgehoord kritiekpunt op huidige games is hun lengte. In het nu tref je zelden schietspellen die langer zijn dan tien uur, terwijl een spelduur van twaalf uur niet ongebruikelijk was voor een populaire singleplayershooter een decennium geleden. De verklaring is simpel: het ontwikkelen van games is immens veel duurder dan het in het verleden het geval was. Het inkorten van een game is een doeltreffende manier om de ontwikkelingskosten te beperken, zeker nu veel nieuwe gamers toch al aan relatief korte games gewend zijn.

Daar kun je natuurlijk MMO’s als Guild Wars en World of Warcraft tegenover zetten, want die waren er vroeger niet (in deze vorm). Bovendien verlengen multiplayermodi, die bijna evenveel ontwikkelingstijd in beslag nemen als hun singleplayergelijken, de spelduur uiteindelijk ook. Toch neemt dat niet weg dat echt lange singleplayer-ervaringen niet meer zo van deze tijd zijn. Volgens sommigen heeft de kortere aandachtsspanne van mediaconsumenten hier mee te maken, en willen ontwikkelaars hun publiek met bondige ervaringen tegemoetkomen. Er zijn echter onderzoeken die aantonen dat de aandachtsspanne van mensen niet veranderd is, dus valt dat te betwijfelen. Bovendien nemen populaire films juist wel in lengte toe.

Guild Wars 2. Wel lekker lang.

4) Geen beveiligingsmaatregelen en installaties

Een veelgehoord argument in de strijd tussen PC- en console-gamers is dat spelen op een spelcomputer gebruiksvriendelijker is. Op de console zou je geen last hebben van allerlei installaties en strenge DRM-beveiligingsmaatregelen. Maar is dat nog wel een valide argument? Volgens ons heeft ook console-gaming het punt bereikt dat ‘meteen spelen' een zeldzaamheid is (de Wii daargelaten, behalve als je online met vrienden wilt spelen).

Om gedegen online te spelen moet je steeds vaker een ‘online pass’ bezitten en ingeven, op de lanceringsdag patches downloaden (waar je vaak geen concrete content voor terugkrijgt) en als je een beetje fanatiek bent, geld betalen voor het ontgrendelen van spelmateriaal dat al lang en breed op de schijf staat. Dat was een consolegeneratie geleden nog volledig ondenkbaar, om over de verplichte installatie van sommige PlayStation 3-games nog maar te zwijgen. Toch zijn we er inmiddels al aan gewend.

Dat lijkt bizar, maar we hebben weinig keus. Dat je bij enkele PC-spellen te alle tijde online moet zijn om offline te kunnen spelen, is een ontwikkeling die vooral beperkend werkt en in die zin pure devolutie van onze hobby is. Maar het is er wel een die enorm doeltreffend is tegen piraterij en daarom ook zijn weg zal vinden naar de consoles in onze huiskamer. Wen daar dus ook alvast maar aan. We zouden haast terugverlangen naar het blazen in onze SNES-cartridges.

5) Het ‘ons kent ons’-gevoel

Vroeger was een vintagegedrukt Galaga-shirt nog niet cool zoals nu; het was nerdy. Maar dat was het hele punt! Gaming was een subcultuur. Het was er niet een die je het populairste jongetje in de klas maakte (of wellicht ben je op digitaal avontuur gegaan omdat dat sowieso al niet het geval was), maar juist dat schiep een band tussen gamers. De lancering van de Nintendo DS en Wii hebben daar verandering in gebracht en heeft meer mensen de charmes van computerspellen in doen zien. Een gamer zijn is niet uniek meer en dat is ergens, heel ergens, toch een beetje jammer. Maar kop op; het is niet meer dan de onvermijdelijke evolutie van het medium. Bovendien: dat gaming nu een bredere doelgroep aanspreekt dan twintig jaar geleden, daar hebben we al vaker woorden aan vuilgemaakt. Een kwestie van accepteren dus. Zeker omdat het ook zijn voordelen heeft.

Maar daarover volgende week meer, want we voelen ons nu wel erg die oude opa die vanuit zijn schommelstoel zeurt over hoe vroeger alles beter was. Laten we niet vergeten dat nostalgie veelal op verheerlijking is gebaseerd. Herinner je je nog het uit het niets opdoemen van bermplanten in racespellen? De – proest – ‘geweldige’ wisselwerking tussen Steam en Counter-Strike 1.5? En wat te denken van hoe moeizaam het updaten van de hard- en software van je PC ooit verliep? Brr, we moeten er niet aan terugdenken dat die tijden ooit terugkeren. Daarom besteden we volgende week aandacht een top vijf die hier lijnrecht tegenoverstaat, voordat we vergeten dat vroeger absoluut niet alles beter was…