De samenleving heeft er een handje van om alles en iedereen een mooi labeltje op te plakken. Zwart en wit, allochtoon en autochtoon of met de verkiezingen van november in het vooruitzicht: links of rechts. Ook in gameland gebeurt dit. Binnen de verdeling is een bepaalde nesteling te zien. Er zijn schieters en strategen (waarbij je ook weer de verdeling first-person tegen third-person en turn-based tegen real-time kunt maken) op het meest genestelde niveau. Klimmen we de ladder een treetje op dan hebben we de deling tussen de consoles, met de komst van de Playstation 3 en de Nintendo Wii een extreem hete verdeling. Nog hoger op de ladder is de tweedeling PC tegen console te maken.

Nu we bijna op helikopterhoogte zijn, komen we aan op de tweedeling waar ik graag ietwat filosofisch over na wil denken. De strijd, als je het zo kunt noemen, tussen de hardcore en de casual gamer. Want door een nietsvermoedend bericht van een onderzoeksbureau is de positie van de casual gamer extreem veranderd (in het scenario dat de resultaten van het onderzoek echt waar zijn) en kunnen we in de toekomst algemeen op gamegebied wel hele andere games gaan verwachten.

Het gaat om het bericht dat de casual gamer meer dan twintig uur per week achter de spelcomputer of PC zit. Twin-tig uur! Dat is naar mijn begrippen behoorlijk wat en schuift het hele fundament onder de gedachte die iedereen van de casual gamer heeft onderuit. In de volksmond is de casual gamer iemand ‘die af en toe een spelletje speelt’. Onder af en toe versta ik niet meer dan twintig uur, ik denk dat zelfs menig gamer die zichzelf ‘hardcore’ beschouwd dit aantal uur meer dan regelmatig niet haalt. Voor de hardcore gamer geeft dit onderzoek aan dat je tegen de dertig uur per week moet gamen om in de terminologie van het onderzoeksbureau tot de groep ‘hardcore gamers’ te behoren. Kijk ik naar mijn eigen situatie, dan behoor ik tot de groep casual gamers. Twintig uur per week haal ik met alle andere activiteiten die ik onderneem absoluut niet, ik denk dat het stokt bij een uurtje of tien á vijftien.

Vanaf hier wordt het verhaal interessant. Want wat betekent het voor de games die er tegenwoordig uitkomen als de gemiddelde casual gamer meer dan twintig uur per week gamet?

Algemeen gaan we er bij de casual gamer van uit dat hij door zijn geringe ervaring met games (hij speelt immers maar af en toe) niet in staat is ‘moeilijke’ gameplay te begrijpen en deze games te waarderen. Ook ontwikkelaars (of eigenlijk: uitgevers die vervolgens ontwikkelaars aansturen) hebben dit door en poepen per jaar een aantal games met een luchtig thema, simpele gameplay en een fikse marketingcampagne uit om de groep gamers die toch alleen op vrijdagavond de controller in handen pakt voor zich te winnen. Bedenk nu dat deze gamer helemaal niet zo onervaren is en ook best met de Gravity Gun uit Half-Life 2 een aantal puzzels op kan lossen of de moeilijkere combo’s uit Ninja Gaiden uit z’n mouw kan schudden.

Uiteraard blijft de casual gamer wel happig op een game met een bekend thema zoals het aankomende Scarface, The Godfather of The Simpsons. Wetende dat de casual gamer echter behoorlijk wat ‘aan kan’ qua gameplay, biedt dit de ontwikkelaars van dit soort ‘standaardproducten’ ook meer mogelijkheden. Tevens lijkt me dat gamers die meer dan twintig uur per week achter de console zitten ook écht wel door hebben dat een bepaalde game grofweg kut is, ook al heeft het spel het thema ‘schieten in New York op basis van film X’.

Het bericht van het onderzoeksbureau brengt ook een conceptueel probleem met zich mee. De tweedeling casual en hardcore lijkt namelijk niet meer toereikend te zijn, daar er -zo denk ik- toch echt nog wel gamers zijn die inderdaad ‘af en toe een spelletje spelen’. Voor uitgevers, PR-bureaus en marketingafdelingen betekent dit dat men het begrip casual gamer moet gaan verdelen in een term die oude gedachte weergeeft en de term die de nieuwe, toch redelijk ervaren casual gamer aangeeft. Logisch gezien lijkt het namelijk niet bijster intelligent om een game vol met laagdrempelige gameplay op de 20+ groep te marketen, daar men dwars door het concept heen prikt en de titel al snel links laat liggen, wat eventuele lucratieve vervolgen of expansions uitsluit en ook het imago van de uitgever bij de desbetreffende groep geen goed doet.

De filosofische tour afrondende, lijkt me dat vooral ontwikkelaars van games met pretenties dit bericht als muziek in de oren klinkt. Waar een game als Half-Life 2 vooral onder hardcore games een goddelijke imago heeft, kan het spel met een fikse marketingcampagne ook best door wat het onderzoek omschrijft als de casual gamer, aanslaan. Wanneer uitgevers dit ook in gaan zien biedt dit theoretisch gezien meer kansen voor kwalitatieve producten van ontwikkelaars, wanneer de casual groep eerder toehapt op dit soort projecten lijkt er met een waardige marketingcampagne ook in dit soort producten brood te zitten.

En dit is iets waar we als toegewijde gamers ook weer vrolijk van worden. We zien met z’n allen natuurlijk het liefste games met kwalitatieve gameplay, vol met innovatieve twisten. Ik zeg niet dat het onderzoek direct utopie bereikt, maar een lichte vrolijke trend kan ik er wel in vinden. Super Casual Gamer anyone?