Ooit was er de strijd tussen Betamax - VHS, nu is er de strijd tussen DVD- DVD+ en DVD-RAM. De strijd der formaten. Grote bedrijven hebben onafhankelijk van elkaar technieken ontwikkeld die elkaar beconcurreren. De inzet: een pot met geld onder de regenboog. Klein nadeel voor ons is dat de strijd over de ruggen van de consumenten plaatsvindt. Onduidelijkheid en frustratie zijn het gevolg hiervan. Wij gamers kennen al jaren onze eigen strijd om macht: Microsoft, Nintendo en Sony vechten het uit over een markt die groter is dan de filmindustrie. De winnaar wacht eeuwige roem en rijke aandeelhouders.

De basis is natuurlijk niet slecht. Gezonde concurrentie is goed voor de consument. Prijzen dalen, technologie wordt sneller en beter en de fabrikanten doen er alles aan om de consument in de watten te leggen. Tenminste, op de korte termijn. Als concurrentie te heftig is gaan bedrijven kapot en is de kans groot dat de marktleider monopolist wordt. En dat is weer slecht voor de consument. Hogere prijzen en geen innovatie meer.

De strijd van Sony, Microsoft en Nintendo begint op zinloze strijd uit te lopen, die vooral voor de gamer weinig meerwaarde heeft. Op dit moment zijn er drie populaire consolesystemen op de markt: de GameCube, de Xbox en de PS2. De specificaties van alle systemen zien er indrukwekkend uit, de één is nog beter dan de andere. Inmiddels zijn de systemen al enige tijd op de markt, en wat zien we? Eigenlijk is er weinig verschil tussen de systemen. De keuze om te kopen wordt gemaakt op basis van de games, niet op de snelheid van CPU. Alleen door console-exclusieve games te maken kunnen de systemen zich boven de rest doen uitstijgen. Dit wordt dan ook heftig gepromoot door de grote drie. Games kunnen niet exclusief genoeg zijn, het liefst voor de komende 10 jaar en nog beter zijn games die eerst exclusief voor een concurrerend systeem waren. Waarom eigenlijk nog drie verschillende systemen?

Als je er over nadenkt zijn er enorm veel voordelen bij standaardisatie. Eén open platform, gericht op games, waarvoor iedere ontwikkelaar mag en kan ontwikkelen. Weg met de drie kasten naast je tv, de 12 losse controlers, drie dure dv kabels en console-gebonden games. Een centrale game-unit met een open gedocumenteerde structuur. Ook voor een console is het van belang om bij de tijd te blijven. Eens per vijf jaar kan er dan een nieuwe versie komen, gebaseerd op input van de deelnemers en op basis van vrije inschrijving. De kosten voor productie en promotie van het systeem worden gedragen door een samenwerkingsverband van alle uitgevers en ontwikkelaars.

De ontwikkelaars zullen ook winnen met standaardisatie. Geen dure development systemen en content-eisen. Iedereen mag en kan uitgeven wat hij wil, totale vrijheid voor de ontwikkelaar. De ontwikkelkosten gaan ook flink omlaag want je hoeft niet drie keer hetzelfde spel maken voor de consoles. Gewoon één versie voor iedereen. Dat is voor de oma's in de wereld ook beter, nu weten ze niet welke versie ze van de Harry Potter game moeten kopen voor kleine Joran.

De enige verliezers zijn Sony en Microsoft, twee bedrijven die sterke monopolistische trekjes hebben. Ze verliezen een unieke positie op de markt waarmee ze een gecontroleerd netwerk kunnen opbouwen voor de distributie van digitaal entertainment. Niet echt iets wat de gamer zal missen. En the big N? Die kan zich totaal storten op het ontwikkelen van games, iets waar ze naar beter in zijn dan het maken en managen van hardware.

Zullen we ooit zo'n systeem mogen zien? Ik denk het niet. De commerciële belangen zijn te groot, in een markt die bijna compleet wordt beheerst door een tiental bedrijven. Voorlopig hebben die weinig te winnen en veel te verliezen met één formaat. Op dat gebied hebben deze bedrijven weinig te doen met het profijt voor de consument, men kijkt liever naar hun eigen voordeel. Maar goed, dromen mag altijd…