Op de E3 gebeurt het. Daar worden spectaculaire aankondigingen gedaan. Daar kun je games als eerste spelen. Daar kun je binnenvallen op het Gunk-feest waar een dikke porno-actrice haar enorme tiet over Gameking Boris' schouder heen hing, het Playlogic-model bespieden dat geen slipje aan bleek te hebben, of je op de Gathering of Developer (GoD) parkeerplaats vergapen aan de softpornofilm op joekels van schermen waarin kortgerokte scholierenmeisjes elkaar hartstochtelijk kusten - maar waar alle actiescènes natuurlijk waren weggeknipt.

Om al die dingen toogt het gros van de zichzelf serieus nemende gamejournalisten straks weer richting de Stad der Engelen. En ook dit jaar zal iemand hem maken: de grap dat, mocht die ene directe KLM-vlucht van Schiphol naar vliegveld LAX crashen, de Nederlandse game-industrie prompt tot stilstand zou komen. Omdat hij simpelweg niet meer zou bestaan.

Zelf ben ik 7 of 8 keer op die krankzinnige beurs geweest - en ik doe momenteel hard mijn best om mezelf wijs te maken dat ik het helemaal niet vervelend vind om dit jaar (net als de afgelopen paar keer) niet in dat KLM-toestel te stappen. Ik bedoel, stel het stort echt een keer neer!

En: de E3 is helemaal niet zo boeiend. Omdat hij geregeerd wordt door marketingmanagers en PR-pikkies, die je een rooskleurig ideaalbeeld van hun games aansmeren, dat later toch nooit blijkt te kloppen. Woon je een hands-on demo bij, dan krijg je een voorgebakken presentatie. Slaag je erin een interview te scoren met een ontwikkelaar, dan staat er altijd iemand naast die zorgt dat de man of vrouw 'on message' blijft. Dan kun je dus net zo goed een persbericht lezen.

Zoals Danc van Lost Garden laatst betoogde: wat deze industrie nodig heeft zijn schrijvers die werkelijk begrijpen hoe games worden gemaakt. Omdat games functioneel gezien veel complexer zijn dan andere media, zijn hands-on ervaring (met games maken, niet met games spelen!) en een dikke stapel boeken aan theoretische kennis onontbeerlijk om echt nieuwe inzichten te verschaffen met je artikelen. Zulke ervaring en kennis vergaar je niet op de E3.

Daarom doe ik tegenwoordig liever mee aan de Global Game Jam of ga ik naar de GDC, de Game Developers Conference in San Francisco. Daar kom je ontwikkelaars tegen in hun natuurlijke habitat: tussen andere ontwikkelaars. PR-medewerkers zijn (meestal) in geen velden of wegen te bekennen. En de ontwikkelaars geven lezingen die zeer inhoudelijk op hun games ingaan - inclusief bloedeerlijke ontboezemingen over gemaakte fouten. Daar kun je nog eens wat van leren.

Bovendien zie je op de GDC veel beter hoe games uitwaaieren. Ze zijn nu social, serious, mobile, indie, arty en noem maar op - terwijl je op de E3 nog steeds het idee krijgt dat de gamewereld begint en eindigt bij games in een doosje van 50 euro.

Maar toch: nu de E3 dichterbij komt, begint het weer te jeuken. Hoe luid en nep ook, de E3 voelt alsof je tijdelijk rondloopt in de woest pompende hartslagader van deze industrie. En mijn favoriete onderdeel, de persconferenties van Nintendo, Microsoft en Sony, zijn een soort jaarlijkse 'state of the union' voor de triple-A games. Je kunt ze wel via internet volgen (ook erg leuk), maar zelf in die zaal zitten en na afloop nog dagenlang met je leukste collega's mijmeren over wat het allemaal betekent, is onvervangbaar.

Volgend jaar naar zowel de GDC als de E3 dan maar? Ik kan altijd een vlucht met tussenstop nemen.


Over de auteur: Niels ’t Hooft maakte, naast GameSen, ook het Nintendo-tijdschrift n3. Hij publiceerde twee romans en freelancete voor iedereen en z'n hond, van Power Unlimited tot nrc.next. Momenteel maakt Niels Bashers voor gamers die verder kijken.