Quickscopen in Call of Duty, microtransacties in Forza of al die vier uur durende campagnemodi van tegenwoordig; het is erg verleidelijk om door dergelijke frustraties een blik op het verleden te werpen. Vroeger waren games nog echt moeilijk, konden mensen nog genieten van een headshot en kon je wonderbaarlijk genoeg nog samen op de bank een spelletje spelen. Het maakt daarbij niet uit naar welke precieze tijdlijn ‘vroeger’ refereert, er is altijd wel iets dat in je herinnering beter was dan nu.

Het gouden tijdperk?

Het is de essentie van nostalgie. Juist bij teleurstellingen over het heden, voelt het verleden als het gouden tijdperk. Vaak slaat dat niet alleen op de games, maar ook op de verdere context. Iets kleins als de riedeltjes van Mario kunnen je bijvoorbeeld al terug doen verlangen naar die stressloze tijd als kind, zelfs al was die tijd eigenlijk helemaal niet zo bijzonder.

Dat laatste doet er niet toe: de crux van nostalgie is dat positieve herinneringen veel langzamer verdrongen worden dan de negatieve. Het bijzondere en fijne gevoel van nostalgie wordt veroorzaakt door de totale dominantie van positieve gevoelens. Een roze bril-effect is vrijwel onvermijdelijk.

Was vroeger namelijk echt alles beter? Natuurlijk niet. Veel hedendaagse frustraties zijn weliswaar puur van deze tijd, maar het verleden had met zijn eigen problemen te kampen. Het handmatig invullen van je IP-adres, het moeten blazen in cassettes om je game op te starten of het opschrijven van cheatcodes om je voortgang bij te houden; zo fantastisch was dat allemaal niet. Het is echter totaal geen probleem dat nostalgie voor een verdraaid beeld van het verleden zorgt. Iedereen heeft het recht om te genieten van zijn eigen herinneringen.

Misbruik

Het probleem ligt ergens anders. De game-industrie maakt namelijk maar al te graag ‘misbruik’ van nostalgie en buit het idee uit dat positieve herinneringen domineren. HD-remakes, reboots of schaamteloze overzettingen zijn aan de orde van de dag en de gamer houdt zichzelf voor de gek door die games te spelen onder het mom van nostalgie. Het is je reinste verkrachting. Nostalgie is namelijk een impliciete emotie en kan ouderwets gamedesign onmogelijk verbloemen. Zo is het toch onmogelijk om met droge ogen te stellen dat Carmageddon nu nog leuk is om te spelen?

Expliciet gemaakte nostalgie is niks meer dan een keiharde confrontatie met je eigen herinneringen. Ik merkte het zelf toen ik de HD-remake speelde van Metal Gear Solid 3. Ik kon me nog steeds door de game worstelen om te genieten van het ontroerende, meeslepende en overtuigende verhaal, maar ik fronste telkens weer om de statische gameplay. In mijn optiek was Metal Gear Solid 3 de beste game ooit gemaakt, maar aan die waardering begon ik ineens te twijfelen. Laatst zag ik ook Final Fantasy VII op Steam voorbij komen, maar die aankoop durfde ik niet aan.

Of ben ik nou gek?

Het kan ook gewoon aan mij liggen. Misschien ga ik gebukt onder mijn eigen bekrompen gedachtes. Als een van de jongste redactieleden onttrek ik me bijvoorbeeld altijd van nostalgische gesprekken over games die op mij overkomen alsof ze uit het stenen tijdperk komen. Dat ik games een warm hart toedraag is eigenlijk niet te herkennen. Ik heb geen gamecollectie en hoesjes zijn voor mij slechts die plastic dingen waar een spel in zit. Ik geniet van mijn games als ik ze speel en laat de rest vervolgens aan mijn herinneringen over. Zelden speel ik games meerdere malen uit of start ik een oude game op.

‘Nieuw is beter dan oud’ is mijn motto als het om games en technologie gaat. Mijn nostalgische gevoelens houd ik graag impliciet. Die remakes van de oude Final Fantasy’s kunnen me gestolen worden. Ik kijk veel liever uit naar Final Fantasy XIII-3 of XV, ook al zouden ze teleurstellen. In mijn optiek moet nostalgie gewoon nostalgie blijven; een bijzondere en gezonde emotie die mensen door een roze bril naar het verleden laat kijken. Games uit het verleden moeten simpelweg in het verleden blijven.