Nee, het gaat mij erom hoe moeilijk het kon zijn om een recensie af te leveren waarbij ik erop kon vertrouwen dat ik er ook op de langere termijn nog achter zou staan. Veel van die twijfels vallen te verklaren met het woordje ‘tijdsdruk’. Vaak had ik niet meer dan een paar dagen om een game te spelen; dagen waarin ik meestal ook nog wel andere dingen te doen had (zoals een fulltimebaan). Daarbij kwam dat ik nooit een hardcore gamer ben geweest, waardoor het vaak lastig bleek om het einde van een game te halen in de tijd die ik had gekregen. Meerdere keren heb ik in paniek ‘s avonds een vriend laten langskomen om me langs een bepaalde tussenbaas te helpen, om maar te kunnen zien wat er daarná kwam. Soms lukte dat, soms kwamen we ook met zijn tweeën een dergelijke bottleneck in het spel niet voorbij. En tja, dan moest die tekst-met-cijfer er een dag later tóch komen. Voelde een beetje alsof je een film recenseerde waarvan je het eind niet had gezien.

Maar ook als het wel lukte om een game netjes uit te spelen, leverde dat niet per definitie een oordeel op waar ik altijd met tevredenheid op terugkeek. Ja, als het ging om een adventure of iets dergelijks, dan wel. In zo’n geval had ik het gevoel dat ik vrijwel alles had gezien wat een spel te bieden had, en kon ik er dus met een gerust hart een oordeel over vellen. Maar niet elke game toont zijn ware kracht na één keer spelen. Had mij in 1991 Civilization na een week laten recenseren en ik had vast wel geconstateerd dat het een bovengemiddeld spel was. Maar had ik toen beseft dat het een spel was dat ik nog jaren zou spelen? En dat het dus gerechtvaardigd was om het een negen-en-een-half of zelfs een tien te geven? Waarschijnlijk niet.

Omgekeerd kan een spel een paar dagen helemaal te gek zijn, om vervolgens wat van zijn glans te verliezen. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de eerste Assassin’s Creed: een schitterend, overdonderend spel - tot het tot je doordringt dat het aantal spelelementen eigenlijk toch iets te beperkt is om een al te hoog cijfer te rechtvaardigen. En dan maar hopen dat die revelatie komt vóórdat je je recensie inlevert, in plaats van erná.

Is je recensie eenmaal naar de drukker, dan kun je er niets meer aan veranderen. Je cijfer staat vast, je argumenten die dat cijfer onderbouwen ook. En dan is de lezer aan zet, die - vals als hij is - niet alleen recensies leest van hem onbekende games die hij overweegt te kopen, maar ook van spellen die hij inmiddels van haver tot gort kent. En tja, die leest dan een oordeel op basis van in het ergste geval twee, drie dagen spelen. Kan dat anders op hem overkomen dan oppervlakkig?

Nu moet ik zeggen dat ik destijds niet bepaald ben overspoeld met klachten over mijn recensies. Blijkbaar viel het dus allemaal nog wel mee, ondanks mijn bedenkingen. Daarnaast vermoed ik dat je, hoeveel tijd je ook in een spel steekt, toch al een belangrijk deel van je oordeel velt in de eerste paar minuten. (Een beetje zoals dat gaat bij een sollicitatiegesprek, waar het pleit eigenlijk al is beslecht voor je als sollicitant goed en wel met het beantwoorden van vragen bent begonnen.) Na die eerste, cruciale fase speel je natuurlijk wel door, maar dan ben je vooral bezig met het verzamelen van argumenten die een standpunt moeten onderbouwen dat grotendeels al vaststaat - en dat dus niet met een paar uren of dagen extra speeltijd zal veranderen. Alleen de echt lange termijn kan zo’n effect hebben; als na een halfjaar blijkt dat je een bepaald ‘topspel’ alweer vijf maanden niet hebt aangeraakt terwijl er nog heel wat levels of Achievements in het verschiet lagen, kun je constateren dat het blijkbaar toch niet zo briljant was als je aanvankelijk meende. Maar ja, zoveel tijd zal geen enkele opdrachtgever je gunnen voor een recensie.

Aangenomen dat de tijdmachine nog even op zich zal laten wachten (en als-ie er eenmaal is, niet in eerste instantie voor twijfelende gamejournalisten beschikbaar zal zijn), moeten we ons er dus maar bij neerleggen dat een recensie vaak een eerste impressie is. Een impressie die er weliswaar zelden mijlenver naast zal zitten, maar die misschien net dat stukje inzicht mist dat het compleet uitmelken van een spel over een langere periode met zich meebrengt.

Het zij zo, al sta ik ook met dat in mijn achterhoofd niet gelijk te trappelen bij het idee om weer een nieuwe titel in een paar dagen tijd zo goed mogelijk door te lichten. Ik blijf wel lekker aan de andere kant zitten; de kant van de casual gamer die af en toe online een recensie leest. En die tijdens dat lezen net wat vergevingsgezinder zal zijn voor teksten die niet helemaal de spijker op de kop slaan. Dat doe ik zelf wel. Over zes maanden.


Jean-Paul Keulen was eindredacteur van Xbox Magazine (2003-2005) en schreef voor het multiplatformtijdschrift GMR en het Nintendo-tijdschrift [N]Gamer. Momenteel is hij coördinerend redacteur bij het populairwetenschappelijke tijdschrift KIJK. Volg hem op Twitter.