Vandaag zet ik daarom eens niet een game, maar mezelf in het zonnetje. Want wat was het slim van me om Nier te kopen, ondanks de overwegend lage cijfers die het kreeg. Het bleek de eerste meesterzet van velen. Niet alleen had ik Nier aangeschaft, ik zette de game nog aan ook en bleef verder spelen. Zelfs toen ik het einde bereikt had, besloot ik er niet over op te houden. Iedereen moest horen hoe geweldig Nier was, en ikzelf ook natuurlijk, omdat ik de kwaliteit in huis had het te zien.

Nier en zijn vrienden. (Ik nam de foto)

Het is knap dat ik dat voor mezelf kon bevestigen, vrijwel niemand anders deed het. Ze snapten het waarschijnlijk niet. ‘Dat is zeker weer zo’n obscure Japanse RPG?’, ‘het ziet er niet uit’ en ‘het speelt ruk’ zijn slechts een paar voorbeelden van de onwetendheid die ik al twee jaar lang moet verduren. Vooruit, ik moest ook even aan de graphics wennen en het spel kwam wat langzaam op gang, maar hoorde je mij klagen? Bij de eerste kennismaking lijk ik ook niet meteen geniaal, dat is bij Nier net zo.

In al mijn enthousiasme vergat ik helemaal om de game uit te spelen, een jaar later ontdekte ik dat er nog drie eindes waren. Eerlijk dat ik ben, schaam ik me daar wel een beetje voor. Maar een waar genie leert van zijn fouten: ik kon opnieuw bewijzen dat ik de perfecte persoon was om Nier te spelen. En daarna nog twee keer.

Je moet het sowieso maar kunnen, zoveel genieten van een spel zonder het uit te spelen, soms puur door de muziek. Ik had ook af kunnen haken toen Nier ineens een tekstadventure werd, met minutenlang alleen maar een zwart beeld vol dialoog. Ik had het spel neer kunnen leggen op de momenten dat het een schmup werd, of een hommage aan Resident Evil. Wie weet had ik zelfs kunnen zeggen: ‘een spel vier keer uitspelen om alles te zien? Dat is niets voor mij’. Maar dan ken je mij nog niet.

Lezen is goed voor je

Nier kent mij wel. Nier wist dat ik intelligent genoeg was om opzwepende dialogen te waarderen, zelfs wanneer ik niet door bewegend beeld geprikkeld werd. Nier snapte dat ik een verhaal de kans zou geven om zich te ontwikkelen en dat de gameplay tussendoor echt niet altijd episch hoeft te blijven. De game besefte ook dat je soms dwars moet zijn om je punt duidelijk te maken, dat iedere spelregel gebroken kan worden als er maar een gedachte achter zit.

Want Nier en ik snappen elkaar, we worden alleen niet altijd begrepen. Gelukkig weten we van onszelf dat we uniek zijn. Dat mag ook wel eens gezegd worden, al durft niet iedereen het daarmee eens te zijn. Met die wetenschap moet ik nog iedere dag leven en dat is al zwaar genoeg. Daarom breng ik vandaag een ode aan mijzelf:

Bedankt Marcel, je bent briljant. Dat dit maar nooit vergeten mag worden.