Zijn eerste, op 34-jarige leeftijd, overleefde hij makkelijk. Zijn tweede ook. De derde keer was kantje boord. In een hotel plukte zijn medewerkers hem half bewusteloos onder de douche vandaan, zette hem in een (politie)auto en racete naar het ziekenhuis. Hij was net op tijd binnen om gered te worden met behulp van een defibrillator. Drie, vier schokken brachten het ritme terug in zijn hart. Wat volgde was een open hart-operatie, een jaar revalidatie en een vader met meer energie dan ik ooit had gekend.

Tot drie jaar geleden dus.

Mijn oudere zus was net benoemd tot Officier van Justitie in Zeeland, de provincie waarvan mijn vader een paar jaar daarvoor nog korpschef was. Het Openbaar Ministerie hield open dag en hij besloot zijn dochter in actie te bekijken. Ik ken mijn vader bijzonder goed dus ik weet dat hij ongelooflijk trots geweest is op mijn zus, in vol ornaat. Na een kort afscheid vertrokken mijn ouders richting parkeergarage. En daar ging het mis.

“Het was goed bedoeld”, zou mijn moeder achteraf zeggen over de persoon die mijn vader liefst dertig minuten probeerde te reanimeren. Een willekeurige voorbijganger met al dan niet (waarschijnlijk niet) een relevante cursus achter de rug. Uiteindelijk kwam de ambulance en hebben de verplegers nog eens een half uur geprobeerd zijn gehavende hart op gang te brengen. En dat lukte. In zeer kritische toestand is hij afgevoerd naar een ziekenhuis in Antwerpen.

Ergens in die parkeergarage bevond zich een “AED”, een ‘Automatische Externe Defibrillator’. Dat is zo’n shock-apparaat met ingebouwde intelligentie. De AED ‘leest’ het hartritme en bepaalt vervolgens of het schokken moet toedienen, hoe vaak en hoe zwaar. Het is letterlijk een ‘life saving device’. Maar dan moet je dat ding wel weten te vinden. En dat is nu net het probleem.

Er schijnen 10 duizend van die apparaten te hangen in Nederland, of 80 duizend — niemand weet het precies. Yannis Bolman, van het door mij zeer gewaardeerde Little Chicken, vertelde er gisteren over tijdens de Games for Health Europe-conferentie. De Amsterdamse studio bedacht een concept om de locatie van de AED units in kaart te brengen. Wie in zijn buurt zo’n ding ziet hangen, gebruikt een smartphone om ‘het monster in de AED te vangen’. Op zijn Pokémon’s bestrijden de spelers elkaar — wie de meeste ‘AED monsters’ heeft, maakt de grootste kans om als winnaar uit de strijd te komen.

Het doel is natuurlijk om op deze manier de locatie van alle AED units in Nederland in kaart te brengen, een soort gamified crowd sourcing dus. Als bonus weten de spelers in geval van nood als geen ander waar die krengen zich bevinden. De rest van de data wordt gebruikt om de huidige database van AED units aan te vullen. Ultiem resultaat: iedereen die iemand ter aarde ziet storten checkt eerst via een app waar de dichtstbijzijnde AED is en belt dan 112.

De eerste paar minuten na een hartaanval zijn immers cruciaal. Als we allemaal de reflex ontwikkelen via onze telefoon een AED te localiseren en die dan te gebruiken, dan redden we een hoop levens. Het is achteraf moeilijk in te schatten wat zo’n app voor mijn vader had betekend. Toen de goedwillende reanimator hem overdroeg aan het ambulance-personeel was het al te laat. Zijn hart klopte weer, maar dankzij langdurig zuurstofgebrek in zijn hersenen was hij inmiddels vertrokken.

Drie dagen later trokken we — vrij letterlijk — de stekker eruit.

Vandaag is het dus exact drie jaar geleden dat niemand een AED unit kon vinden toen mijn vader een hartaanval kreeg. Of de game van Little Chicken en het Radboud Ziekenhuis zoiets in de toekomst voorkomt weet ik niet. Wat ik wel weet is dat het een poging is die meer dan een kans verdient, dat het een game kan worden die daadwerkelijk het leven van mensen redt.

Uiteindelijk stierf mijn vader (mijn held) één dag voor het eerste Control Industry Dinner, dus voor mij blijft zijn dood (op 64-jarige leeftijd) altijd verbonden met het medium dat hem wellicht had kunnen redden.


Matthijs Dierckx is mede-oprichter en uitgever van het vakblad voor de Nederlandse gamesindustrie, Control. Dit artikel verscheen eerder op de website van Control.