Maar het gaat verder dan dit. Ik durf te stellen dat veel games ons een ervaring geven die we lang, soms heel ons leven bij ons kunnen dragen. Om dat te beseffen, moet je weten dat wij, als collectief, niet games spelen omdat het leuk is. Natuurlijk is het wel leuk, dat is de oppervlakkige veronderstelling, maar waarom dan precies? Films kijken we ook niet alleen maar omdat het leuk is. We luisteren niet alleen maar muziek omdat het leuk is. Nee, het kan ons raken. Games kunnen ons ook raken.

Graaf dieper en besef dat we games spelen omdat ze een aantal basisgevoelens bij ons aanwakkeren, primaire emoties die we ook door muziek, films en ja, het echte leven kunnen ontvangen. Spanning, angst en voldoening zijn drie overduidelijke voorbeelden, emoties die menig keer bij een game om de hoek komen kijken.

Met de technologische vooruitgang is het mogelijk dat steeds meer van deze emoties de kop op steken. In Bioshock krijg je bijvoorbeeld een moreel dilemma voor je kiezen: maak je gebruik van de 'Little Sisters' om zo beter te worden, of geef je je drang naar zelfverbetering op om de meisjes te redden? In deze game wordt de keuze verder maar minimaal uitgewerkt, maar hij is wel aanwezig en blijkt meteen een hoogtepunt van de speelervaring. Omdat het een emotie bij je losmaakt. Dat maakt van games overigens automatisch al kunst, maar die discussie ga ik nu niet beginnen. Alsjeblieft niet.

Wat ik mij sinds de realisatie dat ik videogames als tijdlijn voor mijn leven gebruik aan het afvragen ben, is of het verstandig is dat games zo'n prominente rol in mijn leven hebben. Natuurlijk maak ik genoeg mee in het echte leven, van liefdesperikelen tot reiservaringen, maar ze doen niet onder voor de gedachte aan voor het eerst Super Mario 64 spelen, of een hele Kerst een weg door Ocarina of Time banen. Is dat niet verschrikkelijk zonde van het leven?

Mijn antwoord hierop zou je misschien kunnen verassen: ik denk dat het niet zonde van mijn leven is. Ik denk dat het geweldig is dat je via games nog meer mee kan maken in het leven. Natuurlijk: de werelden, de karakters, ze zijn virtueel, ze zijn niet echt. Maar de emoties die je er bij kan voelen zijn dat wel. Waarom zouden deze ervaringen dan minder waard zijn dan degene die je in het echte leven meemaakt? Games richten zich specifiek op spanningsbogen die velen maar eenmalig in het leven meemaken. Via games kunnen we dat vaak doen en nog eens veilig vanuit de luie stoel ook. Kan het nog mooier? Ik dacht het niet.

Als ik (hopelijk) over vele tientallen jaren een film van mijn leven voor mijn ogen te zien krijg, aan de finish van de marathon die wij als het leven zelf herkennen, wordt dat dan een mix tussen echte gebeurtenissen en de dingen die ik virtueel meemaakte? De werelden en prinsessen die ik heb gered, de onschuldige voorbijgangers die ik heb neergeknuppeld? Ik heb het toch allemaal net zo echt meegemaakt, echte gevoelens bij gehad, misschien niet allen even sterk, maar ze hebben wel een plaats gekregen in mijn hersenen, naast de dingen die ik in het echte leven heb gedaan. Ten slotte, er is daar plek genoeg voor beiden.