Op een afgedankte 286 van het werk (het ding was zo groot en zwaar als een kind van zeven) had mijn vader OS/2 gezet en wat willekeurige games op diskette meegekregen. Eentje was een futuristische racegame waarbij je tijdig van baan moest wisselen en springen, omdat de baan bezaaid was met gapende gaten. Geen idee hoe die game heette (Die heet Skyroads, red.), maar het is ook niet dé game die me betoverde – het was te moeilijk. Nee, ik heb uren en uren gestaard naar een hele andere game. Eentje waarbij ik troepen aanvoerde en de primitieve graphics mijn fantasie wisten te prikkelen. Meer weten? Beloof je dan dat je niet glazig naar het scherm gaat staren? Vooruit dan, een allerlaatste keer.

Skyroads was het niet

Op een soort schaakbord kreeg je allebei een aantal troepen, gelijk aan de verschillende schaakstukken. (nee, het is géén Battle Chess!) Althans, zo leek het. Zodra de stukken bij elkaar in de buurt kwamen, gingen ze met elkaar op de vuist en hierbij had elk stuk ook een andere vaardigheid. De lopers (dacht ik) schoten met kogels, het koninginnestuk besloot even flink tekeer te gaan met een scepter. Zoiets in ieder geval. Ja, sorry, het is veertien jaar geleden en de zoektocht heeft al jaren geleden Kafkaiaanse trekjes gekregen – ik weet ook niet meer precies waar ik naar op zoek ben.

Wel staat me bij dat het spel meerdere speelstanden had. Waar de eerdergenoemde modus real-time was, was er ook een turn-based variant met legervoertuigstukken. Het ene ding schoot over grote afstand, terwijl de pionnen juist weer snel grote afstanden konden overbruggen. Ik waande me een grote kleine generaal, zo naast een bakbeest dat lawaai maakte als ie meer dan een uur aan stond en mijn legertroepen zo op mijn scherm getoverd. De strijd tussen rood en blauw bleef me fascineren, ik genoot van draaiende 3D-driehoeken die kleinere 3D-driehoeken afschoten op elkaar. Ik probeerde nieuwe tactieken, leerde daar niets van en experimenteerde door.

En Battle Chess al helemaal niet!

En toen kwam de dag dat mijn vader zijn 486 aan mij doneerde omdat ie zelf een Pentium II 350 mHz kreeg. Ik was toentertijd door het dolle heen, want die 486 had een cd-lezer van 4x speed! En ik had een demo-cd al netjes een jaar bewaard die ik wilde proberen. Mijn legeravonturen was ik toen vergeten, en daar is het ook mis gegaan. De diskette is verdwenen – waarschijnlijk zat ie nog in de 286, die naar de vuilstort ging. Ik heb mijn leger nooit meer weergezien, iets wat ik me pas jaren later besefte...

Nu lijkt het wellicht alsof ik heb gelogen in de inleiding, dat ik jullie zie als mijn laatste redding. Als een aller-aller-allerlaatste poging om toch te achterhalen hoe die game heette. Maar dat is niet waar, ik heb het opgegeven. Waar ik meer dan tien jaar na dato wel herontdekte dat ‘die ene game met een jetpack’ Jetpack heette en dat ‘die racegame waarin je stuntte’ door het leven gaat als Stunts, daar is een doorbraak met ‘die soort van schaakgame’ nooit in de buurt geweest. Nooit is er een hint geweest die me verder hielp, mijn herinneringen zijn te ver vervaagd, niemand heeft het toevallig ook gespeeld. Ik zal mijn geliefde spel nooit meer terugzien. De generaal geeft zich over.