Ik heb een groot probleem. Je denkt misschien dat iedere tiener dat heeft, maar bij mij liggen de zaken toch iets anders. Ook dat helpt niet voor het beeld dat je van me krijgt, want iedereen van zestien is er heilig van overtuigd dat het bij hem of haar echt zo is. Je zult er echter snel achterkomen dat mijn leven verre van normaal is.

Ik ben enig kind, mijn ouders heb ik altijd alleen als mama en papa gekend. Ik herinner me sowieso weinig van mijn jeugd. Blijkbaar hebben de eerste en enige zestien jaren van mijn leven weinig indruk achtergelaten op het onbeschreven blad dat mijn geheugen moet voorstellen. Ik kan alleen maar afgaan op een aantal anekdotes die mijn ouders me verteld hebben. Ze waren nooit te beroerd om te praten over de fantastische avonturen die ik als jochie beleefd heb, dat ik ooit eens de zee in probeerde te rennen of hoe ik aan dat litteken op mijn voorhoofd ben gekomen. Juist, wat een mooie tijden moeten dat geweest zijn. Maar goed, het gaat erom dat mijn ouders me bijzonder lieten voelen. Dat is alles wat je als kind maar kunt wensen.

Hoe dan ook, mijn geschiedenis is niet bijzonder relevant voor dit verhaal, al wordt het dat ongetwijfeld later nog eens. Wat ik duidelijk wil maken, is dat ik echt speciaal ben. Waar de meeste tieners worstelen met onzekerheid en de angst om buitengesloten worden, moet ik leven met het feit dat ik een steeds grotere narcist word. Ik ben op het punt aanbeland waar ik denk dat alles wat ik doe van levensbelang is voor het voortbestaan van de wereld. Het feit dat iedereen die ik ken het daarmee eens lijkt te zijn, helpt niet om mijn megalomanie te temperen.

Ik blink uit in alles wat ik doe, en zelfs al is dat niet zo, dan krijg ik van iedereen altijd maar weer nieuwe kansen aangereikt om me alsnog te bewijzen. Ik begin als gevolg te geloven dat alles om mij draait. Dat was aanvankelijk een geweldig gevoel. Wie zou zich niet de koning te rijk voelen als je voor zelfs de meest simpele klusjes de hemel in geprezen wordt? Ik werd er helaas al snel een beetje moe van. Om mezelf te vermaken begon ik maar de grenzen op te zoeken; hoe weinig kon ik doen voordat mensen teleurgesteld in me zouden raken. Ik ben nog steeds op zoek.

Het ontbreken van deze morele en sociale grens drijft me tot waanzin. Ik vrees ervoor dat mensen om me heen louter bestaan omdat ik er ben. De wereld draait niet alleen om mij, hij draait dankzij mij. Ik ben bang dat als ik de andere kant opkijk, mensen stoppen met leven. Waarom zouden ze me anders vragen om dingen voor ze te doen die zij zogenaamd al hun hele leven zelf kunnen. En waarschijnlijk ook nog veel beter . Maar het bestaan van de mensen lijkt zich volledig te beperken tot de interactie die ik met ze heb.

Helaas is er geen manier voor mij om dit beangstigende vermoeden te bevestigen. Ik vrees voor wat het antwoord is, ik word er paranoïde van. Zo paranoïde dat ik bang ben dat er niemand achter mijn rug om over me praat. Dat er überhaupt niemand achter me is. Dat de wereld enkel bestaat door mijn ogen.

Maar ik moet het toch weten, vandaar dat ik je deze brief stuur. Ik herinner me nog, of mijn ouders hebben me verteld althans, dat ik ooit eens geprobeerd heb om over de zee te rennen. Ik zag aan de overkant in de verte een glimp van een ander land en wilde daar dolgraag heen. Ik rende en rende en toch kwam ik totaal niet vooruit. Zo diep was ik niet eens het water ingegaan, maar goed, er zal wel een hele sterke stroming gestaan hebben.

Ik probeer het nu nog een keer, maar dan via flessenpost. Wie weet dat ik zo wel de overkant kan bereiken. Als je dit leest, dan betekent het dat mijn plan deels gelukt is. Nu nog een reactie. Ik smeek je, laat alsjeblieft wat van je horen. Vertel me een verhaal dat eens niet over mij gaat. Of stuur gewoon een lege pagina terug als je geen woorden voor me over hebt. Jouw bestaan alleen al geeft dat van mij betekenis.

In afwachting van je reactie,

Hero