Mij laten Star Wars, The Sopranos, zowat elke R&B-song en Heidi Klum me zo koud als tweederde van K3. Niet omdat het commerciële successen zijn en ik absoluut mijn underground- en vintage-hipness wil etaleren. Daar raak je niet mee weg als je alles van Dexter, The Simpsons en Kanye West in je kast hebt staan. Maar goed, wat films, muziek en vrouwen betreft, mag ik dus uitgebreid en vooral ongenuanceerd mijn hoogstpersoonlijke mening spuien.

Over games dus niet. Toch niet wanneer die mening ergens gepubliceerd wordt. Maar dit is een column en geen review. En wanneer ik me voor velen al op dun ijs bevond met mijn uitspraken over Star Wars, The Sopranos en tweederde van K3, dan hoop ik dat de gamers onder hen nog wat ruimte vrij hebben ter hoogte van hun verkeerde keelgat. Zo vind ik de avonturen van ene Nathan Drake heel vermakelijk, maar meer ook niet. Zo zal ik hoogstwaarschijnlijk netjes en vooral beroepsmatig een veertigtal uurtjes investeren in Diablo III, om daarna nog maar eens door The Witcher 2 te gaan. Zo deed de eerste Assassin’s Creed me maar weinig, maar speelde ik de opvolgers tot aan het gaatje uit. En het is niet omdat ik mijn hatemail-teller absoluut tot ver over de tien miljoen reacties wil duwen, maar World of Warcraft? Nee, ik ben wat blij dat anderen die game voor hun rekening nemen.

Die games doen ‘het’ dus niet voor mij, wat dat ‘het’ ook moge zijn. Een persoonlijk gevoel dat een recensent in zekere mate opzij moet kunnen zetten bij het neerschrijven van een review. Die games doen ‘het’ immers wel voor ontelbare anderen. Let op, ik heb het hier over een onderdeel dat los staat van objectief te quoteren eigenschappen zoals grafisch detail, audio, technische afwerking, omvang, duur, leercurve, besturing, enzovoort. Wat het verhaal betreft wordt het al iets moeilijker en ook de heel breed te interpreteren term ‘gameplay’ heeft een paar huizen staan op de drijfzandverkaveling van het subjectieve.

Nu goed, als elk neutraal te kwalificeren ingrediënt goed zit, mogen we van een oerdegelijke game (film, CD, jongedame) spreken. De hersenen hebben hun werk gedaan en als een reviewer zijn vak kent, dan is er daarover weinig nuchtere discussie mogelijk. Blijft over: dat ontastbare dat het eindresultaat tot ver boven de som van zijn delen uittilt. Of er juist het soort zielloze dancetrack van maakt, waar zelfs de overhippe lipsyncende zangeressen in de videoclip niet in geloven.

Ga je als recensent op je buikgevoel af of probeer je jezelf te verplaatsen in het hoofd van de gamer? Bij optie één dreigt een riskante en/of pedante betweterigheid. Zelfs al is een gamer het tien keer volledig eens met jouw mening, de elfde keer kan je hem een miskoop aansmeren. In optie twee geloof ik niet. Iedere gamer is anders, zowel in zijn kop als in die spreekwoordelijke buik. Op de redactie van Chief kiezen we voor optie drie: we gaan in twijfelgevallen de discussie aan nog voor het stuk gepubliceerd wordt. Vaak gebeurt dat al onbewust automatisch op de perstrip zelf en soms ook tussen concullega’s. Dat volgen we dan op met wat mails en telefoontjes tussen redactieleden die hun eigen buikgevoel met het nodige enthousiasme willen delen.

Er is volgens mij dus absoluut plaats voor buikgevoel in een recensie. Dat geeft zo’n review behalve een prozaïsch oplijsten van specs ook een ziel. Een ziel die volgens mij, het best tot uiting komt wanneer die het resultaat is van vooraf, al dan niet pittig uitgewisselde meningen. Twee buiken zijn beter dan een. En drie nog meer. Daarmee beweer ik niet dat we naar een grootst gemene deler-mening moeten streven om toch maar zo dicht mogelijk bij de Metacritic-score te zitten. Alsjeblieft niet. Gewoon een paar gamejourno’s die ouwehoeren, met of zonder verdachte herkenbare opmerkingen over elkaars moeder, over iets waar ze passioneel mee bezig zijn.


Over de auteur: Raf Picavet is al dertien jaar full time gamejournalist. Hij levert bijdragen aan Vlaamse televisieprogramma's, kranten, magazines en websites, maar zijn schrijfsels voor het maandblad Chief liggen hem het nauwst aan het hart.