Onlangs vond in Hilversum de vijfde editie van de DiGRA Conference plaats, een bijeenkomst voor gamewetenschappers (maar ook voor game-ontwerpers en andere geïnteresseerden) die elke twee jaar gehouden wordt, iedere keer in een andere stad. En ik was er (wel) bij.

Er waren vele tientallen lezingen, van hardcore onderzoekers tot game-ontwerpers met een gezonde interesse in de game-wetenschap. Plus wat opvallende buitenstaanders, zoals Antanas Mockus Šivickas, de oud-burgemeester van de Colombiaanse stad Bogotá, die vertelde hoe hij het leven in de stad met speelse elementen aangenamer had gemaakt. Wat dacht je van mimespelers die het verkeer regelen? Game-achtige elementen, en dus ook game-onderzoek, raken aan alle aspecten van de maatschappij, zo bleek.

Maar er waren ook gewoon een paar bijzondere en zeer vermakelijke games te spelen op DiGRA. Want een wetenschappelijke conferentie over spelletjes hoort natuurlijk ook leuk te zijn.

1. The Meta Game
Alle bezoekers kregen bij hun bezoekersbadge een paar speelkaarten van dit kaartspel, ontworpen door Eric Zimmerman. Het spel is bedoeld om 'het discours over games op gang te brengen' (lees: de hele dag lekker over spelletjes ouwehoeren), maar ook om makkelijker contact te leggen met mensen die je nog niet kent.

Er zijn twee soorten kaarten en de bedoeling is een gamekaart met een vraagkaart te combineren en hiermee een andere DiGRA-bezoeker uit te dagen. Zo kreeg ik van iemand een Minecraft-kaart en de vraag 'What game is the most open-ended?' voor mijn kiezen. Tja, pittig. Toch moest ik een van mijn kaarten hartstochtelijk verdedigen in een minidebat. Ik koos Epic Mickey, en betoogde dat Minecraft niet echt een open eind heeft: je wint of je verliest, that's it, terwijl Epic Mickey op totaal verschillende manieren kan aflopen. Vervolgens mochten de mensen om ons heen democratisch beslissen wie er gewonnen had. Je begrijpt het al, ik leed een nederlaag en de persoon die me uitdaagde, kreeg een van mijn kaarten.

2. Johann Sebastian Joust
Over games die sociaal verkeer versoepelen gesproken! Deze game, ontworpen door de Amerikaanse Deen Douglas Wilson, is daar misschien nog wel beter in dan The Meta Game. Het spel werkt met PlayStation Move-controllers en wordt bij voorkeur buiten gespeeld, aangezien je geen scherm nodig hebt en veel ruimte wenselijk is. Liefst 's nachts, dan zie je de gekleurde bol bovenop de controller beter.

De regels zijn simpel: je gaat met een groepje spelers in een cirkel staan, Move in één hand. Uit een speaker klinkt langzame klassieke muziek. Beweeg je de Move te veel, dan trilt hij ter waarschuwing, en als je daarna toch nog meer beweegt, ben je af. Het doel is uiteraard om andere spelers af te maken, door met je vrije hand een tik op hun controllers te geven.

Als in een soort vertraagde balletvoorstelling beweegt iedereen om elkaar heen. Maar dan versnelt ineens de muziek! Tijdelijk mag je een stuk sneller bewegen, en vliegen de ninja kicks (en schoenen, en sinaasappels) in het rond. Heel verslavend! En een uitstekende manier om nieuwe vrienden (en vijanden) te maken.

3. The Space Sim
Deze game heeft vrijwel niets te maken met sociale banden, het is juist een van de overtuigendste singleplayergames die ik ooit heb gespeeld. En hij is gebouwd door een groepje eerstejaars studenten aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Gebouwd ja, want het gaat om een afgeragde cockpit van een ruimteschip. Het ding is op ware schaal in elkaar gezet in een bouwcontainer en is alleen bereikbaar via een dokasluis (een lichtdichte draaideur).

Je wordt naar binnen gestuurd met een versleten handleiding en een contactsleuteltje. Vervolgens start de gaafste opstartsequentie in een game sinds lange tijd: je zet (echte!) schakelaartjes om, draait aan (echte!) knoppen, en ja, eindelijk drijf je de ruimte in. Je gelooft bijna dat je (echt!) in een ruimteschip zit.

Het spel dat volgt, stelt nog niet zoveel voor, maar goed, The Space Sim is een studieproject. En natuurlijk zijn er weinig plekken waar je een setup als deze zou kunnen draaien: dit is moeilijk als controller te verkopen. Maar gaaf is het wel.

Even mopperen

Omdat Gamevisie een mediacolumn is, wil ik tot slot nog even mopperen over de gamejournalistiek. Natuurlijk is DiGRA niet het belangrijkste in de wereld voor wie schrijft voor een website of tijdschrift over games. Kijk naar de bovenstaande spellen: dit is niet de dagelijkse kost voor de gemiddelde Gamer.nl-lezer. Ongetwijfeld krijgt deze column een fractie van het aantal reacties dat Jan vorige week genereerde. Maar wie zich in deze spellen verdiept, ontdekt iets dat zonder enige twijfel ook de moeite waard is.

Hetzelfde geldt voor de DiGRA Conference zelf. Daar waren tientallen, nee, honderden knappe koppen bij elkaar. Waaronder een aantal van de grootste denkers op gamegebied, die dag in, dag uit nadenken over games en hun betekenis en daarover dikke boeken publiceren. DiGRA was bij uitstek een kans om nieuwe dingen te leren, ideeën op te doen en geïnspireerd te raken. En dat allemaal in Hilversum! Maar het aantal journalisten dat ik heb gezien was op één hand te tellen. De rest heeft echt iets gemist.


Over de auteur: Niels ’t Hooft maakte, naast GameSen, ook het Nintendo-tijdschrift n3. Hij publiceerde twee romans en freelancete voor iedereen en z'n hond, van Power Unlimited tot nrc.next. Momenteel maakt Niels Bashers voor gamers die verder kijken. Foto Niels gemaakt door Merlin Daleman.