Wat is een patent?

Een patent is een door de overheid verstrekt monopolie om een bepaalde uitvinding te kunnen exploiteren. Het idee achter het verstrekken van een dergelijk monopolie is dat innovatie het beste bevorderd kan worden door uitvinders gedurende een vastgestelde periode een exclusief recht te geven om geld te verdienen met hun uitvinding. Om aanspraak te kunnen maken op een patent moet de uitvinding nieuw en inventief (dat wil zeggen: niet-triviaal) zijn.

Als je over een patent beschikt, kun je elk ander verbieden om de uitvinding na te maken, te verkopen of in te voeren, zelfs als die ander de uitvinding geheel onafhankelijk zelf ook gedaan heeft. Net als de meeste andere intellectuele eigendomsrechten kan een patent worden verkocht aan een ander bedrijf en kan deze licentie worden gegeven aan derden. Het verzamelen van een brede portefeuille aan patenten om die vervolgens aan anderen in licentie te geven is met name in de Verenigde Staten een lucratieve handel geworden.

Europa versus de Verenigde Staten

Een patent is beperkt per land. Dit betekent dat een patent dat in de Verenigde Staten geen bescherming biedt tegen inbreuken die bijvoorbeeld in Nederland plaats zouden vinden. Deze beperking is een belangrijk verschil ten opzichte van het auteursrecht, dat in principe wereldwijd geldig is. Het is wel mogelijk om een Europees patent te verkrijgen dankzij het Europees Octrooiverdrag, maar zelfs dan moet een verleend patent nog in elk Europees land apart worden ingeschreven.

Eén van de belangrijkste verschillen op het gebied van patenteerbaarheid tussen Europa en de Verenigde Staten heeft betrekking op software. Het Europees patentrecht bevat een expliciete uitsluiting voor computerprogramma's als zodanig. Hoe "als zodanig" moet worden gelezen is al dertig jaar het onderwerp van discussie, maar duidelijk is wel dat een patent op computercode over het algemeen alleen mogelijk is als er een link met een technische vinding te maken is. In de Verenigde Staten is elke uitvinding "made by man" in principe patenteerbaar. Een bekend voorbeeld van een softwarepatent is het ‘one click’-patent van Amazon, dat gebruikers in staat stelt om met één muisklik een bestelling te plaatsen dat in de Verenigde Staten actief geëxploiteerd wordt, maar in Europa recent opnieuw werd afgewezen.

Apple versus Lodsys

Het patent van Lodsys toont een interface die de gebruiker via tweewegscommunicatie in staat stelt om feedback te geven die de aanbieder kan verwerken. Het patent werd in de originele aanvraag geïllustreerd aan de hand van een faxapparaat, waarbij de gebruiker na installatie de vraag voorgeschoteld krijgt in hoeverre de installatieprocedure beviel. De resultaten die uitgewisseld worden zouden in zo'n geval gebruikt kunnen worden om de installatieprocedure te verbeteren.

Om van een 'fax-met-feedback' tot een patent op 'in-app purchases' te komen moet een behoorlijke sprong worden gemaakt, die Lodsys hoopt te kunnen maken door de vele voorbeelden van mogelijke toepassingen die zijn opgenomen bij de aanvraag van het patent. Eén van de genoemde mogelijke toepassingen is om te leren van de gebruikerservaringen en de software van in gebruik zijnde hardware daarop aan te passen. In de visie van Lodsys zal dan ook zo'n beetje elk systeem dat een gebruiker in staat stelt om feedback te geven (en dat updates kan ontvangen) onder hun patent vallen en zullen er daarvoor volgens hen licentiekosten moeten worden betaald.

Apple betwist niet dat Lodsys een valide patent heeft op de genoemde techniek, sterker nog: de computergigant heeft een licentie bij Lodsys om gebruik te mogen maken van de techniek. Voor Lodsys is dat echter niet genoeg, de firma claimt dat elke ontwikkelaar die gebruikmaakt van de techniek zelfstandig een licentie zou moeten nemen. Via de Algemene Voorwaarden schuift Apple de verantwoordelijkheid voor dergelijke claims af op de ontwikkelaars zelf. Gezien de onrust die de brieven van Lodsys veroorzaakten onder ontwikkelaars en het feit dat de inbreuk gemaakt zou worden via Apple's App Store, Software Development Kit (SDK) en Application Program Interfaces (APIs), besloot Apple om zich toch actief in het juridische getouwtrek te mengen.

De vraag of het patent van Lodsys wel valide is, of dat deze bijvoorbeeld te breed is of een triviale extensie is van bestaande technologie, wordt in het debat ondergesneeuwd door de vraag of de licentie van Apple ook tot de ontwikkelaars van haar platform strekt. De reden hiervoor is dat er wordt uitgegaan van de situatie dat het United States Patent and Trademark Office (USPTO) heeft vastgesteld dat de patentaanvraag destijds geldig was, maar dat is niet op basis van een uitputtend onderzoek gebeurd en deze conclusie hoeft een rechter dan ook niet te delen. Zonder de precieze voorwaarden van de door Lodsys aan Apple verstrekte licentie in te zien, zijn er verder geen uitspraken te doen over de reikwijdte daarvan. Lodsys lijkt in ieder geval erg zeker van zijn zaak en biedt ontwikkelaars duizend dollar als het gebruik van de techniek door deze ontwikkelaars onder de bestaande licentie van Apple zou vallen.

Een troost daarbij is wel dat er (onder andere) in Europa, zoals uitgelegd, wat genuanceerder met softwarepatenten wordt omgesprongen en dat de patenten die in de Verenigde Staten zijn verleend alleen van toepassing zijn binnen de Verenigde Staten. Nederlandse ontwikkelaars hoeven zich dan ook geen zorgen te maken over de mogelijkheid dat zij door Lodsys aangeschreven zullen worden voor in-app purchases in hun games die buiten de Verenigde Staten worden aangeboden.

Conclusie

De werking van het patentsysteem is van nature enigszins paradoxaal: om te zorgen dat innovatie in de maatschappij maximaal bevorderd wordt, wordt het vrije (her)gebruik van innoverende technologie beperkt. Het handelen van firma's zoals Lodsys onderstreept dat dit systeem wat betreft softwarepatenten in de Verenigde Staten zijn doel volledig voorbij is geschoten.

Waar innovatie door patenten in theorie bevorderd zou moeten worden, worden innoverende bedrijven in de praktijk juridisch uitgewrongen door gespecialiseerde patenttrollen zoals Lodsys. Een kosten-batenanalyse zal er namelijk over het algemeen toe leiden dat innoverende bedrijven overgaan tot het betalen van licentiekosten voor triviale uitvindingen, in plaats van tot het veel duurdere procederen tegen specialisten wiens core business procederen over patenten is. Het alternatief om elk mogelijk inbreukmakende techniek dan maar te vermijden, zal vaak onmogelijk zijn door de grote hoeveelheid patenten en de breedte daarvan. Uiteindelijk is de maatschappelijke innovatie in het huidige systeem de grote verliezer.


Over de auteur: Deze column is geschreven door ICT-jurist Paul Pols van Gamerecht.nl. In de columnreeks Gamerecht bekijkt hij de game-industrie vanuit een juridisch perspectief."