Ik houd van vrouwen. Echt waar. Bijna net zoveel als van games. En met games heb ik al sinds jongs af aan een innige relatie, terwijl ik nog maar een aantal jaar met mijn vriendin samenwoon. Ik heb mannen en vrouwen altijd heel erg zwart-wit gezien. Dat vond ik gemakkelijk. Als man probeer je per ongeluk je teennagels met de wimperkruller van je vriendin te knippen, een vrouw begrijpt dan weer niet wat het sleutelen aan computers zo leuk maakt. Ook speelt een meisje in mijn ogen met Barbies en een jongetje met Action Man. Wie zich deze scène uit Friends herinnert, zal mijn interpretatie begrijpen. Hoe bekrompen deze ook is.

In alle jaren dat ik intensief game, ben ik nooit in aanraking gekomen met gamende vrouwen. Ik zat in clans met mannen en rook alleen maar mannenzweet tijdens de LANs waar ik heenging. Dat wil niet zeggen dat er geen vrouwen gamen. Integendeel: er gamen genoeg vrouwen. Elke keer als ik een vrouw een agressieve game zie spelen, word ik eraan herinnerd dat gamen niet langer alleen voor mannen is – als dat het überhaupt ooit is geweest.

Ik heb gamen altijd als iets heel persoonlijks gezien. Ik kon mijzelf verliezen in een goede actie-RPG of mijn agressie afreageren in een first-person shooter, en vind dat type games ook echt voor mannen gemaakt. Als vrij opvliegende en norse jongeman waren dit soort games heel bevredigend: een uitlaatklep voor jongens die net als ik compleet uit hun plaat gingen en een headset kapot ramden omdat de server tijdens het beslissende moment lagde.

En dat zie ik vrouwen niet zo snel doen. Het vreemde is dat ik een dergelijk gevoel niet bij vrouwelijke bouwvakkers of vrachtwagenchauffeurs heb. Het komt puur door het feit dat ik sommige games altijd als ‘mijn eigen’ had gezien, waar ik over kon praten met mannelijke mede-gamers, als een soort van mannenclubje. Zo kan het me nog altijd geen worst interesseren of een vrouw Dance Central of Mario Party speelt, maar word ik altijd weer wakker geschud als ik een vrouw hoor praten over de nieuwste Assassin’s Creed. Misschien denk ik dat mijn mannelijkheid wordt aangetast. Misschien denk ik dat een game niet zoveel meer voorstelt als een vrouw ‘m ook kan spelen. Of misschien zijn het dan in mijn ogen geen vrouwen meer.

Veel vrienden van mij hebben een vriendin en gamen samen. Ik heb dat altijd een beetje raar gevonden. Je vindt het dus leuk dat je vriendin een dikke killstreak in Call of Duty maakt en van achter de tv schreeuwt: ‘kom hier, dan schiet ik je dood!’ Ik zie daar niet echt een vrouw in. Het maakt de scheiding tussen mannen en vrouwen zoals ik die zie weer vager. En dat vind ik altijd moeilijk te behappen. Hoe duidelijker, hoe simpeler. Ik kan genieten van een vrouw die honderden euro’s uitgeeft aan make-up en jurkjes, want dat zou ik zelf nooit doen, én dat maakt het interessant. En als je dan om het tegenovergestelde wordt gewaardeerd (lees: een week continu Skyrim spelen zonder te douchen), kan ik die waardering weer begrijpen.

Toch hoop ik dat vrouwen vooral blijven gamen en een dikke middelvinger naar types zoals ik opsteken. Gewoon lekker doen waar je zelf zin in hebt, ik denk toch wel dat alle vrouwen liever een spiegel dan een controller in hun hand hebben. Of naar Skyrim kijken en zeggen ‘waarom heeft dat paard rode ogen?’ in plaats van ‘in die tweede kist zit een tof zwaard, daar ben ik al geweest’. Want die lompheid, de stereotypering van mannen en vrouwen en het niet kunnen accepteren van veranderingen, zal ik altijd blijven houden. Dat is misschien wel mijn grootste mannelijke eigenschap.


Lees ook de tekst van Daniëls vriendin: een oproep aan alle mannelijke gamers.