Ik houd van gamers. Dat overgedreven gepassioneerde voor iets dat eigenlijk helemaal niet bestaat: het is fascinerend. Ze zijn fanatiek, gedreven en willen altijd het beste. Ze worden blij als ze een nieuw level in Skyrim behalen of iemand doodschieten in Counter-Strike. En dat is heel leuk om te zien. Ze kunnen zich zo in een game inleven, dat het ze niet eens uitmaakt of ze een paar dagen niet onder de douche stappen. Deze nonchalante en mannelijke houding vind ik heerlijk, want ik maak mij al druk als mijn pumps niet bij mijn outfit matchen.

Die prachtige passie van gamers zag ik laatst in Indie Game: The Movie, waar Phil Fish – een hele knappe jongen als hij zichzelf een beetje scheert – alles voor zijn kindje Fez over heeft. Het was zó aandoenlijk om te zien. Ik wilde hem constant knuffelen. Het is typerend voor gamers: zichzelf zo aan een spel wijden, ten koste van andere, mogelijk socialere bezigheden. Dit maakt gamers niet zo glad en gelikt als de jongens die ik tijdens het stappen tegenkom. Ik vind een jongen een stuk leuker als hij niet zo subtiel en vrij direct is, dan een jongen met de perfecte sixpack die vraagt of het pijn deed toen ik uit de hemel kwam vallen.

Zelf game ik niet. Ja, soms hooguit een potje Mario Party, maar daar blijft het ook bij. Het is veel leuker om naar games – net als bij films – te kijken. Ik houd van games met veel tussenfilmpjes en een dramatisch verhaal. Ik genoot van Max Payne 3, Mass Effect 3, Mafia II, alle Assassin’s Creed-games, Risen, Skyrim, The Witcher 2, Batman: Arkham Asylum, Red Dead Redemption en L.A. Noire. Deze games waren spannend en bestonden niet alleen maar uit dat stomme constante geschiet. Eigenlijk heb ik nooit de neiging om deze games te spelen. Daar heb ik toch het inzicht en reactievermogen niet voor! Ik mag soms van Daniël in Assassin’s Creed van een uitkijkpunt in een hooiberg springen of een stukje paardrijden in Red Dead Redemption. Dat vind ik heel leuk! Het enige waar ik wel veel waarde aan hecht, is het poppetje waarmee wordt gespeeld. Je kunt bij Skyrim bijvoorbeeld een kat als personage nemen. Dat is toch vreemd!?

Het heeft ook voordelen om de vriendin van een gamer te zijn. Zo maak ik altijd veel indruk op mannelijke studiegenoten en collega’s door mijn gamekennis. Ik weet bijvoorbeeld wie Ezio Auditore da Firenze is, heb een lijstje in mijn hoofd van de grote aankomende games en zing het laatste liedje van Portal 2 mee. Het zijn leuke gespreksonderwerpen. De meesten zijn altijd erg verbaasd als ik vertel dat ik juist helemaal niet game. “Hoe weet je dat dan?” Nou, door heel erg met mijn gamende vriendje mee te leven!

Het is echter niet altijd rozengeur en maneschijn om een gamer als vriendje te hebben. Je moet altijd alles drie keer zeggen als hij gamet, het eten wordt altijd koud omdat hij nog niet bij een checkpoint is aangekomen en soms kan ik maar beter met vriendinnen gaan stappen omdat hij toch tot vijf uur ’s nachts doorspeelt. Je moet ook een dikke huid hebben, want een gamer kan nogal eens chagrijnig worden als iets niet lukt tijdens het gamen. Die boosheid is altijd twee minuten later weer over, maar ik kan moeilijk zeggen dat hij er niet boos om mag worden. Ja, je kunt over alles gaan lopen zeuren, maar je kunt er ook iets gezelligs van maken door lekker naast hem te komen zitten als hij weer met de Normandy vertrekt en tegelijkertijd zijn gamer-innerlijk enorm te koesteren.


Deze tekst is geschreven door de vriendin van Daniël. Lees ook Daniëls stuk: een oproep aan alle vrouwelijke gamers.