Deels speelt nostalgie hier een belangrijke rol in. De allereerste Rayman-game, een 2D-platformer voor de PlayStation, Saturn, PC en Atari Jaguar (wie kent hem nog?) kocht ik samen met een gloednieuwe grijze Sony-console. Ik kan je vertellen, dat was toentertijd een hap uit je portemonnee als je nog een kind was! Vooruit: een hap uit mijn vaders portemonnee.

Valse noten

Maar wat heb ik genoten van die game. Wellicht omdat ik er hard voor moest werken: ik had nog geen memory card en de moeilijkheidsgraad van Rayman was torenhoog. In de zomervakantie begon ik elke dag opnieuw aan het spel, waardoor ik de levels van de eerste drie werelden nu nog uit mijn hoofd ken, om nog maar te zwijgen van de magistrale muziek. Rayman was cool door de sfeer, de eigenzinnige artstijl, het zeer precieze platformmechanisme en de originele levels; een muziekwereld met valse noten als vijanden, dat verzin je toch niet?


De allereerste Rayman

De 3D-vervolgen waren best leuk, maar kwamen nooit in de buurt van het origineel. Ik hield dan ook mijn adem in toen Rayman: Origins werd aangekondigd. Eindelijk ging Ubisoft terug naar de 2D-versie en het eindresultaat heeft mij op geen enkel vlak teleurgesteld. Terwijl ik, toen ik net aan Rayman: Origins begon, de schrik van mijn leven had.

Allereerst was daar de nieuwe artstijl: niet te vergelijken met het origineel, het leek veel meer op een moderne tekenfilm. Hier zette ik mij gelukkig al vrij snel overheen, want ik besefte dat de stijl van het origineel in een hoge resolutie spuuglelijk zou zijn. Nee, erger was dat de Origins zo ongelooflijk makkelijk leek! Ik vloog door de levels heen, terwijl ik het origineel niet eens fatsoenlijk uitgespeeld kreeg. Daarbij voelde Rayman niet meer als Rayman: de precieze bewegingen waren aan de kant geschoven voor een veelal glijdend mannetje dat mijn domme sprongen uit zichzelf corrigeerde door aan randen te gaan hangen. Wat is dit voor troep, Ubi?

Als een kunstschaatser

Gedesillusioneerd speelde ik door, en daar ben ik nu maar wat blij om. Alsof het om een grote grap ging, ontpopte de tweede helft van het spel zich als een uitdagende platformer waar je stalen zenuwen voor moet hebben. Het wordt nooit zo moeilijk als in de eerste Rayman, maar een uitdaging mag je Origins gerust noemen, vooral als je het allerlaatste level wil bereiken. Daar moet je flink wat levels voor de volle honderd procent uitspelen.


Rayman: Origins

Ook de glibberige besturing ging ik waarderen, vooral toen ik de time trials ging spelen. Ik kwam erachter dat Raymans losse voetjes ervoor zorgen dat je als een kunstschaatser door levels heen sjeest en dat die levels – zonder enige uitzondering – precies hiervoor in elkaar gezet zijn. Mijn respect voor de ontwikkelaars steeg sneller dan het kwik van de thermometer in de sauna en inmiddels staat Origins samen met de allereerste Rayman op eenzame hoogte in mijn platformerlijstje.

Het is precies om die reden dat ik zo uitkijk naar het vervolg, Rayman Legends. Ik heb mijn lesje geleerd, ik ga niet meer twijfelen aan een Rayman-game. Ubisoft gaat het gewoon weer flikken, en deze keer met een nog indrukwekkendere artstijl. Niet langer lijkt het alsof de personages en vijanden last-minute op de achtergrond zijn geplakt, maar ze vormen een schilderachtig geheel met de omgevingen. Een betere reden om de Wii U rond de lancering te kopen weet ik ook niet, want de game is vooralsnog exclusief voor Nintendo’s nieuwe console. Het maakt niet uit, ik ga waar Rayman staat.


Het aankomende Rayman Legends voor WiiU