k heb het helemaal gehad met tussenfilmpjes, ook wel cutscenes genoemd door mensen die denken dat de Nederlandse taal geen goed alternatief heeft voor de term. Ik ga even lekker giftig doen over tussenfilmpjes in deze column. Tussenfilmpjes in computergames zijn slecht, oerslecht. Ik zal het je nog sterker vertellen: als we die tussenfilmpjes niet eens lekker laten varen, zullen games als media nooit de potentie bereiken die het overduidelijk heeft.

Niet-interactieve scènes zijn niet nieuw. Sinds de lancering van de originele PlayStation, die cd-roms als mediadrager met zich mee bracht, zijn deze tussenfilmpjes in console-land de boel aan het overnemen, met alle gevolgen van dien. Ze tonen de onmacht van ontwikkelaars, hun gebrek aan ervaring met het medium dat we videogames noemen.

Alleen in enkele gevallen hebben de tussenfilmpjes een toegevoegde waarde. Die van de Metal Gear Solid-reeks zijn van ongekende kwaliteit en zijn dusdanig aanwezig dat ze een onderdeel zijn geworden van het totaalbeeld dat men van de serie heeft. Dat wil nog niet zeggen dat het daarom maar meteen goed is om deze filmpjes in je game te hebben. Een goed voorbeeld van slechte filmpjes is Assassin's Creed. Ja, leuk, dacht Ubisoft, we geven de speler controle over de camera tijdens de tussenfilmpjes. Daarmee kunnen we misschien verbergen dat ze verder ongelooflijk saai zijn. Nou, niet dus.

Het is dus al jaren aan de gang, maar waarom begin ik er nu over? Omdat we de laatste maanden weer overspoeld worden met nieuwe games, games van kwaliteit, waar we jaren naar hebben uitgekeken. Gelukkig bevatten ze niet allemaal lange, saaie tussenfilmpjes, maar haast elke game bevat er wel een paar, en haast altijd blijken ze de zwakke schakel. Zelfs bij een spel als Halo 3, waar het verhaal toch ook een motivatie voor velen is, merkte ik dat ik mij alleen maar zat te vervelen tijdens de filmpjes. Ik wil spelen! Ik wil de situatie waarin de hoofdrolspelers zijn beland, zelf ervaren. Dat ervaar ik niet door er naar te kijken. Voor zo'n statische ervaring hebben we de film al.

Ah, de film. Daarmee komen we meteen bij het pijnlijke punt van dit verhaal, de achilleshiel van computerspellen. Massaal proberen ontwikkelaars het medium videogames dezelfde populariteit als films mee te geven. Hoe doen ze dat? Door de film na te apen. Zo werkt het dus niet. Elke grote vorm van kunst heeft haar eigen pluspunten, haar eigen karakter. De film heeft bewegende beelden, maar kan bijvoorbeeld weer niet zo goed achterliggende motivatie van mensen verduidelijken zoals wel kan in een boek. Een boek kan dingen beschrijven. Maar daar hoor je weer niets, wat bij muziek wel kan. Bij schilderijen en tekeningen heeft de kunstenaar de vrijheid zijn of haar fantasie de vrije loop te laten. Net zoals bij foto's wordt een momentopname voor eeuwig vastgelegd.

En wat is het voordeel van videogames? Ze zijn interactief. Ze bieden de mogelijkheid de speler letterlijk deel te laten nemen aan een ervaring die bij andere media alleen gezien, gehoord, gelezen kan worden. Waarom willen we dan massaal nog steeds tussenfilmpjes die ons die vrijheid juist wegnemen? Het is niet echt iemands schuld. Videogames zijn nog zo jong, het moet zich nog zo ver ontwikkelen. Maar een spel als Half-Life 2 komt aardig in de buurt. Alsjeblieft, ontwikkelaars, neem daar een voorbeeld aan. Ik heb het gehad met film kijken tijdens een computerspel. Als we niet uitkijken, jagen we alle gamers massaal naar de film.