Eddy Murphy kreeg voor zijn rol in Shrek 2 maar liefst tien miljoen dollar op zijn bankrekening bijgestort. Hiervoor moest hij maar liefst twaalf uur achter een microfoon staan en wat zinnetjes opzeggen. Een animator die drie jaar lang keihard aan de film gewerkt heeft, verdient nog geen fractie van dat bedrag. Dat dat niet eerlijk is, dat zal iedereen beamen. Maar uiteindelijk is het wel de schuld van ons, domme consumenten.

Wij kopen immers producten wanneer we zien dat er een bekende naam aan verbonden is, omdat we daardoor denken een goed product in handen te hebben. Wanneer deze bekende naam werkelijk een rol van betekenis vervult, dan is dat op zich een slimme zet. Maar bij animatiefilms is dit lang niet altijd het geval. Nu valt over de rol van Eddy Murphy in Shrek 2 te discussiëren, maar wat hebben de vele bekende namen nu bijgedragen aan de kwaliteit van Shark's Tale? Waarschijnlijk had een onbekende stemacteur, die zich louter op voice-acting heeft toegelegd, die taak veel beter kunnen vervullen.

In de game-industrie is eenzelfde trend aan de gang. Neem bijvoorbeeld Driver 3, waarin stemmen van onder andere Michael Madsen en Michelle Rodriguez te horen zijn. Dit zijn de eerste namen die langskomen in de credits aan het begin van het spel en ook de namen die in de marketing het meest naar voren kwamen. De aanwezigheid van deze acteurs is echter totaal niet van invloed op de kwaliteit van het spel. En dan te bedenken dat talloze actrices een betere stem hebben dan Rodriquez, actrices die ook nog eens de klus kunnen klaren voor een honderdste van haar salaris. En toch blijken deze bekende namen hun investering waard, want het klootjesvolk rende massaal naar de winkel om Driver 3 in huis te halen.

Misschien zou het handig zijn wanneer de mensen die werkelijk invloed hebben op de kwaliteit van het spel, meer naar voren zouden komen in de marketing. Want wie is nu het geniale brein achter de Grand Theft Auto games? Niemand die het weet en dat is voor zo'n persoon waarschijnlijk frustrerend. Je kunt de volgende keer je naam wel roepen, maar het heeft geen zin. San Andreas werd immers een hit vanwege Samuel L. Jackson, Ice-T en The Game.

Nu zijn er wel een aantal voorbeelden te noemen van spellen waarbij de maker wel uitdrukkelijk naar voren komt. Denk bijvoorbeeld aan Sid Meier's Pirates, Archer McLean's Mercury en American McGee's Alice. En kennen we John Romero's Daikatana nog? Dit laatste spel illustreert ook direct het gevaar van je naam aan een spel hangen: wanneer het mis gaat, dan heb je ook meteen heel wat recht te zetten. Maar wanneer filmacteurs en regisseurs dit aandurven, dan zouden spelontwikkelaars dat toch ook moeten kunnen?

Maar ook op het vlak van spelontwikkelaars die hun naam ergens aan verbinden, gaan we al de mist in. Door Alice was American McGee namelijk ineens een bekende naam in de gamewereld. Toen uitgever Enlight het spel Scrapland van het Spaanse Mercury Steam oppikte, plakte men er daarom de naam van American McGee maar op. Hij was dan wel als executive producer aan het spel verbonden, maar pas in de laatste vier maanden van de ontwikkeling. De echte man achter American McGee's Scrapland, een Spaanse knakker wiens naam we nooit zullen weten, prijkt niet in de titel van het spel, maar ergens in de aftiteling.

Uiteindelijk is ook het hangen van een bekende naam aan een product, een verkapte vorm van franchising. Het is inherent aan het concept van marketing en we komen er waarschijnlijk nooit vanaf. We moeten er mee leren leven, of met zijn allen besluiten spellen die zich aan deze praktijken bezondigen, te negeren. 50 Cent: Bulletproof, Area 51, Batman Begins, Boiling Point, Crime Life: Gang Wars, Fear & Respect, Medal of Honor: European Assault, NARC, Scarface, The Godfather en vele, vele anderen. Willen we dat wel?