Gameontwikkelaar als beroep is in Nederland dus net zo geaccepteerd als in landen met een veel langere traditie op dat vlak. Volgens mij is dat goed nieuws, maar wat heb je daar als gamer aan? Wat schiet je er als Nederlandse gamer mee op dat de gamesindustrie hier groeit?

In eerste instantie misschien niet zo veel - los wellicht van de trots (of schaamte) wanneer een game uit Nederland wereldwijd een hit wordt. Maar denk ook eens aan - wat ik noem - de 'affaire Hirsch Ballin'; de voormalige justitie minister die serieus games wilde verbieden op basis van hun inhoud. Onze huidige minister van financiën Dijsselbloem is ook geen liefhebber van games en eerder lieten een aantal VVD'ers zich zeer negatief uit over games. Op zo'n moment is het goed dat Nederland een georganiseerde gamesindustrie heeft, één die een vuist maakt richting politiek en te populistische Tweede Kamerleden om de oren slaat met de feiten.

Of denk aan het onderwijs. Onderzoek na onderzoek toont aan dat games het onderwijs helpen verbeteren. Een boodschap die een 'lokale' gamesindustrie, gewapend met feiten, onder de aandacht kan brengen van ons onderwijssysteem.

En tenslotte: dromen waarmaken. Niet iedere fanatieke gamer wil zelf ontwikkelaar worden, maar een groeiende groep wel. En dan is het natuurlijk fijn als er na je opleiding genoeg bedrijven zijn om een carrière in de gamesindustrie mogelijk te maken.

In 2009 won Ronimo Games de Control Industry Award, de overall prijs voor beste game van Nederland. De jonge Utrechtse studio kreeg de prijs uit hand van Peter Molyneux voor hun game Swords & Soldiers.

Anno 2012 is de Nederlandse gamesindustrie in elk geval groot genoeg voor zijn eigen prijzen: de Dutch Game Awards. Eigenlijk is ‘ie dat al enige tijd, want volgende week donderdag presenteren we deze awards voor de beste games van Nederlandse bodem al voor het vijfde jaar.

We hebben een mooie traditie van de filmwereld gejat - ook wij hebben beeldjes van een dier. Waar de filmwereld het doet met kalven en beren, heeft de gamesindustrie uilen. In het geval van de Dutch Game Awards zijn het veel te zware plexiglazen monsters die veel te snel stuk gaan - maar ik vind ze prachtig.

Ze staan namelijk voor iets moois - voor games waar we als Nederland trots op mogen zijn. Voor een Guerrilla Games dat het voor elkaar krijgt megaproducties uit de klei te trekken en geweldige games af te leveren, voor de indie developer die met een kleine maar zeer oorspronkelijke game de wereld verovert en voor de makers van zogenaamde serious games, spellen die problemen oplossen en ons leven makkelijker maken.

Van een paar games die dit jaar kans maken op een award heeft de gemiddelde Gamer.nl-bezoeker wellicht gehoord. Ronimo Games' Awesomenauts bijvoorbeeld, Gamistry's Munch Time (wereldwijde iPhone-hit), Game Oven's Fingle of Creative Heroes' Gluddle. Stuk voor stuk geweldige spellen, los van waar ze zijn gemaakt. De één een commerciële hit (Awesomenauts, Munch Time, Fingle), de ander wat minder (Gluddle, Nuclear Dawn).

Enfin, volgende week donderdagavond weten we welke spellen zich officieel de beste games van Nederland mogen noemen. Tegen die tijd meld ik me vast weer, dan met een uitdaging: welke Gamer.nl-lezer heeft de meeste winnaars zelf gespeeld?


Matthijs Dierckx is mede-oprichter en uitgever van het vakblad voor de Nederlandse gamesindustrie, Control. Op 22 november vinden de Control Industry Awards plaats.