Het ging om een "borrel vanuit de game-industrie voor genodigden", zo legde hij me uit. Ik had geen uitnodiging gekregen. "Misschien ben ik inmiddels van allerlei lijsten gegooid," zei ik. Mijn kennis lachte. "Dat krijg je natuurlijk, met dat kritische gedoe van jou."

Ja, ik ben soms kritisch. Dat woord moet je niet verwarren met 'negatief'. Ik probeer gewoon scherp naar de wereld om me heen te kijken. En de dingen die ik zie, wil ik uitdragen. Dat is een van de redenen waarom ik met Bashers ben begonnen.

Neem de belangenverstrengeling tussen bedrijven en media. Dus: in hoeverre bepaalt publisher X wat site Y schrijft? Meer dan je denkt! De perstrip is het beroemde voorbeeld: geef journalisten exclusieve toegang tot informatie over een nieuw spel en de kans is groot dat ze er positief over schrijven.

Daar doe ik dus niet aan mee. Met een ironische omdraaiing als gevolg. Want ik word zelden uitgenodigd voor perstrips. En kennelijk ook niet voor borrels.

De grap is dat ik laatst toch stiekem op een "borrel vanuit de game-industrie voor genodigden" was. Om precies te zijn de Utrecht Indie Meetup #1 in een café in Utrecht, georganiseerd door twee jonge honden met hippe mutsen.

Het was een geslaagde avond, maar de tijdschriftenman was in geen velden of wegen te bekennen. Je snapt het al: er waren twee borrels. Want "de game-industrie" bestaat niet meer. Je kunt niet meer zeggen dat je naar "de borrel" gaat - voor je het weet sta je op een feestje waar je niet welkom bent.

Het is ook zo groot geworden. Er zijn zoveel subgroepjes. Even uit mijn hoofd: je hebt de grote publishers annex distributiekantoren, de traditionele gamemedia, de blogs, de grotere developers, de mensen van de game-opleidingen, de gamestudenten, de gamewetenschappers, de indiedevelopers annex gamekunstenaars, de casual-gamedevelopers, de serious-gamedevelopers. En allemaal zijn ze (binnen Nederland!) serieus met games bezig.

Maar op de Indie Meetup ontdekte ik, tot mijn schrik, dat het helemaal niet uitmaakt op welke borrel je bent. Gamemakers - of het nou indies of megacorporaties betreft - zijn allemaal hetzelfde. Het gaat ze maar om één ding.

Zo liet collegacolumnist Hugo Smits me op de Indie Meetup zijn nieuwe spel Flipper 2 spelen. Totaal anders dan het origineel (en dat is maar goed ook). Net toen ik er lol in kreeg, begon hij te klagen dat ik nooit over hem schreef.

Daarna legde programmeur Thijmen Bink aan me uit wat 'object oriented programming' behelst. Ik snap geen bal van code en hij wilde me bijspijkeren. Ik probeerde zijn lichaamstaal te ontcijferen en dacht, wat zit hier achter?

Tekenaar Liselore Goedhart vertelde dat ze Jurassic Park, het boek, aan het lezen was. Van het een komt het ander, mompelde ik.

Op het laatst kreeg ik een biertje van gamedesigner Richard Boeser. Zonder ook maar met hem te hebben gesproken, ging hij speciaal naar de bar om er een voor me halen. Ik balde mijn vuisten en fronste mijn wenkbrauwen. Ik zei tegen mezelf: die schurken bedenken steeds maar nieuwe dingen om de pers voor hun karretje te spannen!


Over de auteur: Niels ’t Hooft maakte, naast GameSen, ook het Nintendo-tijdschrift n3. Hij publiceerde twee romans en freelancete voor iedereen en z'n hond, van Power Unlimited tot nrc.next. Momenteel maakt Niels Bashers voor gamers die verder kijken.